Tabari
Terug naar surah 92, ayah 10

Tafseer van De Nacht · Al-Lail · 92:10

فَسَنُيَسِّرُهُۥ لِلْعُسْرَىٰ

Wij zullen voor hem het moeilijke vergemakkelijken.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    En Zijn woord: ( Hem zullen Wij dan de weg naar de moeilijkheid vergemakkelijken ) — de Verhevene, wiens gedenken verheven is, zegt: Wij zullen hem in dit wereldse leven gereedmaken voor de moeilijke toestand. Dit komt van hun uitdrukking: "het kleinvee van die-en-die heeft het gemakkelijk gemaakt (yassarat)", wanneer het werpt en zich gereedmaakt om te werpen. En zoals de dichter zei:

    Beiden beweren onze heer te zijn, terwijl hen slechts heersers over ons maakt dat hun kleinvee zich vermenigvuldigde (4)

    En er is gezegd: ( Hem zullen Wij dan de weg naar de moeilijkheid vergemakkelijken ) — en er bestaat geen "vergemakkelijking" in de moeilijkheid (op zichzelf), maar het sluit aan op wat eerder in de aanvang van de uitspraak werd genoemd in Zijn woord: ( Hem zullen Wij dan de weg naar het gemak vergemakkelijken ). Wanneer twee uitspraken worden samengevoegd, waarvan de ene het goede vermeldt en de andere het kwade, dan is het toegestaan om in beide het werkwoord "vergemakkelijken" te gebruiken. En de moeilijkheid waarvan Allah, verheven zij Zijn lof, bericht dat Hij hem daarvoor vergemakkelijkt, is: het verrichten van datgene wat Hij verafschuwt en waarover Hij niet tevreden is.

    En in overeenstemming met wat wij hierover hebben gezegd, is de overlevering van de Boodschapper van Allah ﷺ overgeleverd.

    * Vermelding van het bericht daarover:

    Wāṣil ibn ʿAbd al-Aʿlā en Abū Kurayb hebben mij verteld, zij beiden zeiden: Wakīʿ heeft ons verteld, op gezag van al-Aʿmash, op gezag van Saʿd ibn ʿUbayda, op gezag van Abū ʿAbd al-Raḥmān al-Sulamī, op gezag van ʿAlī, hij zei: Wij zaten bij de Profeet ﷺ, en hij prikte in de grond, daarna hief hij zijn hoofd op en zei: "Er is niemand onder jullie, of zijn plaats in het Paradijs (al-janna) en zijn plaats in het Vuur (al-nār) is reeds opgeschreven." Wij zeiden: O Boodschapper van Allah, zullen wij dan niet (op die voorbeschikking) vertrouwen (en het werk nalaten)? Hij zei: "Nee, werkt, want voor ieder is het gemakkelijk gemaakt." Daarna reciteerde hij: ( Wat betreft hem die geeft en godvrezend is * en het beste voor waar houdt * hem zullen Wij dan de weg naar het gemak vergemakkelijken * maar wat betreft hem die gierig is en zich onafhankelijk waant * en het beste loochent * hem zullen Wij dan de weg naar de moeilijkheid vergemakkelijken ).

    Ibn Bashshār heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd al-Raḥmān heeft ons verteld, hij zei: Zāʾida ibn Qudāma heeft ons verteld, op gezag van Manṣūr, op gezag van Saʿd ibn ʿUbayda, op gezag van Abū ʿAbd al-Raḥmān al-Sulamī, op gezag van ʿAlī, hij zei: Wij waren bij een begrafenis in al-Baqīʿ, toen kwam de Boodschapper van Allah ﷺ naar ons toe en ging zitten, en wij zaten met hem; hij had een stok waarmee hij in de grond prikte, daarna hief hij zijn hoofd op naar de hemel en zei: "Er is geen geboren ziel onder jullie, of haar verblijfplaats is reeds opgeschreven." De mensen zeiden: O Boodschapper van Allah, zullen wij dan niet vertrouwen op ons (voorbeschikte) geschrift, zodat wie tot de mensen van het geluk behoort voor het geluk werkt, en wie tot de mensen van de ellende behoort voor de ellende werkt? Hij zei: "Nee, werkt, want voor ieder is het gemakkelijk gemaakt; wat betreft hem die tot de mensen van het geluk behoort, voor hem wordt het werk van het geluk gemakkelijk gemaakt, en wat betreft hem die tot de mensen van de ellende behoort, voor hem wordt de ellende gemakkelijk gemaakt." Daarna reciteerde hij: ( Wat betreft hem die geeft en godvrezend is * en het beste voor waar houdt * hem zullen Wij dan de weg naar het gemak vergemakkelijken * maar wat betreft hem die gierig is en zich onafhankelijk waant * en het beste loochent * hem zullen Wij dan de weg naar de moeilijkheid vergemakkelijken ).

    Abū al-Sāʾib heeft ons verteld, hij zei: Abū Muʿāwiya heeft ons verteld, op gezag van al-Aʿmash, op gezag van Saʿd ibn ʿUbayda, op gezag van Abū ʿAbd al-Raḥmān al-Sulamī, op gezag van ʿAlī, op gezag van de Profeet ﷺ, iets dergelijks.

    Ibn al-Muthannā heeft ons verteld, hij zei: Muḥammad ibn Jaʿfar heeft ons verteld, hij zei: Shuʿba heeft ons verteld, op gezag van Manṣūr en al-Aʿmash: dat zij beiden Saʿd ibn ʿUbayda hoorden, op gezag van Abū ʿAbd al-Raḥmān al-Sulamī, op gezag van ʿAlī, op gezag van de Profeet ﷺ, dat hij bij een begrafenis was, en een stok nam en daarmee in de grond begon te prikken, en zei: "Er is niemand, of zijn plaats in het Vuur of in het Paradijs is reeds opgeschreven." Zij zeiden: O Boodschapper van Allah, zullen wij dan niet (daarop) vertrouwen? Hij zei: "Werkt, want voor ieder is het gemakkelijk gemaakt ( Wat betreft hem die geeft en godvrezend is * en het beste voor waar houdt * hem zullen Wij dan de weg naar het gemak vergemakkelijken * maar wat betreft hem die gierig is en zich onafhankelijk waant * en het beste loochent * hem zullen Wij dan de weg naar de moeilijkheid vergemakkelijken )."

    Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, op gezag van Manṣūr en al-Aʿmash, op gezag van Saʿd ibn ʿUbayda, op gezag van Abū ʿAbd al-Raḥmān al-Sulamī, op gezag van ʿAlī — moge Allah tevreden over hem zijn — hij zei: Wij zaten met de Profeet ﷺ, en hij pakte iets van de grond met zijn hand, en zei: "Er is niemand onder jullie, of hij heeft reeds zijn plaats in het Paradijs en het Vuur gekend." Zij zeiden: O Profeet van Allah, zullen wij dan niet (daarop) vertrouwen? Hij zei: "Nee, werkt, want voor ieder is gemakkelijk gemaakt waarvoor hij geschapen is." Daarna reciteerde hij: ( Wat betreft hem die geeft en godvrezend is )... de twee verzen.

    Hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Abū Sinān, op gezag van ʿAbd al-Malik ibn Samura ibn Abī Zāʾida, op gezag van al-Nazzāl ibn Sabra, hij zei: De Profeet ﷺ zei: "Er is geen geboren ziel onder jullie, of Allah heeft over haar reeds opgeschreven wat zij zal ontmoeten." En er was een bedoeïen bij de Profeet ﷺ die naar (zekerheid) zocht, en de bedoeïen zei: Wat heeft mij dan hierheen gebracht uit zulk-en-zulk een vallei (om te strijden), als de zaak al beslist is? Toen prikte de Profeet ﷺ in de grond, totdat de mensen dachten dat hij wenste dat hij hierover niets gezegd had. Daarna zei de Profeet ﷺ: "Voor ieder is gemakkelijk gemaakt waarvoor hij geschapen is; voor wie Allah het goede wenst, maakt Hij de weg van het goede gemakkelijk, en voor wie Hij het kwade wenst, maakt Hij de weg van het kwade gemakkelijk." Vervolgens ontmoette ik ʿAmr ibn Murra en legde hem deze overlevering voor, en hij zei: De Profeet ﷺ zei het, en hij voegde eraan toe: ( Wat betreft hem die geeft en godvrezend is * en het beste voor waar houdt * hem zullen Wij dan de weg naar het gemak vergemakkelijken * maar wat betreft hem die gierig is en zich onafhankelijk waant * en het beste loochent * hem zullen Wij dan de weg naar de moeilijkheid vergemakkelijken ).

    Yaʿqūb ibn Ibrāhīm heeft mij verteld, hij zei: Hushaym heeft ons verteld, hij zei: Ḥuṣayn heeft ons verteld, op gezag van Saʿd ibn ʿUbayda, op gezag van Abū ʿAbd al-Raḥmān al-Sulamī, hij zei: Toen dit vers werd geopenbaard: Voorwaar, Wij hebben alle dingen volgens een bepaalde maat geschapen, zei een man: O Boodschapper van Allah, waartoe dient het werk dan? Is het iets wat wij van voren af aan beginnen, of iets waarmee reeds afgehandeld is? De Boodschapper van Allah ﷺ zei: "Werkt, want voor ieder is het gemakkelijk gemaakt: Wij zullen hem de weg naar het gemak vergemakkelijken, en Wij zullen hem de weg naar de moeilijkheid vergemakkelijken."

    ʿAmr ibn ʿAbd al-Malik al-Ṭāʾī heeft mij verteld, hij zei: Muḥammad ibn ʿUbayda heeft ons verteld, hij zei: al-Jarrāḥ heeft ons verteld, op gezag van Ibrāhīm ibn ʿAbd al-Ḥamīd, op gezag van al-Ḥajjāj ibn Arṭāh, op gezag van Abū Isḥāq al-Hamdānī, op gezag van Sulaymān al-Aʿmash, die de overlevering toeschreef aan ʿAlī ibn Abī Ṭālib — moge Allah tevreden over hem zijn — dat hij zei: De Boodschapper van Allah ﷺ zat op zekere dag, en in zijn hand had hij een stok waarmee hij in de grond prikte; hij hief zijn hoofd op en zei: "Er is niemand onder jullie, of zijn plaats in het Paradijs of het Vuur is reeds bekend." Wij zeiden: O Boodschapper van Allah, zullen wij dan niet (daarop) vertrouwen? Hij zei tot hen: "Werkt, want voor ieder is gemakkelijk gemaakt waarvoor hij geschapen is." Daarna zei hij: "Hebben jullie niet gehoord dat Allah in Zijn Boek zegt: ( Wat betreft hem die geeft en godvrezend is * en het beste voor waar houdt * hem zullen Wij dan de weg naar het gemak vergemakkelijken * maar wat betreft hem die gierig is en zich onafhankelijk waant * en het beste loochent * hem zullen Wij dan de weg naar de moeilijkheid vergemakkelijken )?"

    Ibn al-Muthannā heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd al-Raḥmān ibn Mahdī heeft ons verteld, hij zei: Khālid ibn ʿAbd Allāh heeft ons verteld, op gezag van Dāwūd ibn Abī Hind, op gezag van ʿIkrima, op gezag van Ibn ʿAbbās: ( Hem zullen Wij dan de weg naar de moeilijkheid vergemakkelijken ): voor het kwade, vanwege Allah.

    Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: ʿAmr ibn al-Ḥārith heeft mij bericht, op gezag van Abū al-Zubayr, op gezag van Jābir ibn ʿAbd Allāh, dat hij zei: O Boodschapper van Allah, werken wij voor een zaak die reeds afgehandeld is, of voor een zaak die wij van voren af aan beginnen? Hij ﷺ zei: "Voor elke werker is zijn werk gemakkelijk gemaakt."

    Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Sufyān heeft ons verteld, op gezag van ʿAmr ibn Dīnār, op gezag van Ṭalq ibn Ḥabīb, op gezag van Bashīr ibn Kaʿb, hij zei: Twee jonge knapen vroegen de Profeet ﷺ, en zeiden: O Boodschapper van Allah, werken wij voor datgene waarover de pennen reeds zijn opgedroogd en waarover de lotsbeschikkingen reeds zijn voltrokken, of voor iets wat van voren af aan begonnen wordt? Hij zei: "Veeleer voor datgene waarover de pennen reeds zijn opgedroogd en waarover de lotsbeschikkingen reeds zijn voltrokken." Zij zeiden: Waartoe dient het werk dan? Hij zei: "Werkt, want voor elke werker is zijn werk gemakkelijk gemaakt, waarvoor hij geschapen is." Zij zeiden: Dan zullen wij ons inspannen en werken.

    ---------------------

    Voetnoten:

    (4) De auteur heeft dit vers reeds eerder als bewijs aangehaald in deel (29 : 56), en wij hebben het daar uitgelegd; raadpleeg dat dus.

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله: ( فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْعُسْرَى ) يقول تعالى ذكره: فسنهيئه في الدنيا للخلة العُسرى، وهو من قولهم: قد يسرت غنم فلان: إذا ولدت وتهيأت للولادة، وكما قال الشاعر: هُمَــا سَــيِّدَنا يَزْعُمــانِ وإنَّمَــا يَسُــودَانِنا أنْ يَسَّــرَتْ غَنَماهُمَــا (4) وقيل: ( فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْعُسْرَى ) ولا تيسر في العُسرى للذي تقدّم في أول الكلام من قوله: ( فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْيُسْرَى ) واذا جمع بين كلامين أحدهما ذكر الخير والآخر ذكر الشرّ، جاز ذلك بالتيسير فيهما جميعا؛ والعُسرى التي أخبر الله جلّ ثناؤه أنه ييسره لها: العمل بما يكرهه ولا يرضاه. وبنحو الذي قلنا في ذلك جاء الأثر عن رسول الله صلى الله عليه وسلم. * ذكر الخبر بذلك: حدثني واصل بن عبد الأعلى وأبو كُرَيب، قالا ثنا وكيع، عن الأعمش، عن سعد بن عُبيدة، عن أبي عبد الرحمن السُّلَميّ، عن عليّ، قال: كُنَّا جلوسا عند النبيّ صلى الله عليه وسلم، فنكَت الأرض، ثم رفع رأسه فقال: " ما مِنكُمْ مِن أحَدٍ إلا وَقَدْ كُتِبَ مَقْعَدُهُ مِنَ الجَنِّةِ وَمَقَعَدُهُ مِنَ النَّارِ". قلنا: يا رسول الله أفلا نتكل ؟ قال: " لا اعْمَلُوا فَكُلّ مُيَسَّر "، ثم قرأ: (فَأَمَّا مَنْ أَعْطَى وَاتَّقَى * وَصَدَّقَ بِالْحُسْنَى * فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْيُسْرَى * وَأَمَّا مَنْ بَخِلَ وَاسْتَغْنَى * وَكَذَّبَ بِالْحُسْنَى * فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْعُسْرَى) . حدثنا ابن بشار، قال: ثنا عبد الرحمن، قال: ثنا زائدة بن قُدامة، عن منصور، عن سعد بن عُبيدة عن أبي عبد الرحمن السُّلَميّ، عن عليّ، قال: كنا في جنازة في البقيع، فأتانا رسول الله صلى الله عليه وسلم فجلس وجلسنا معه، ومعه عود ينكت في الأرض، فرفع رأسه إلى السماء فقال: " ما مِنْكُمْ مِنْ نَفْسٍ مَنْفُوسَةٍ إلا قَدْ كُتبَ مَدْخَلُها "، فقال القوم: يا رسول الله ألا نتكل على كتابنا، فمن كان من أهل السعادة فإنَّهُ يعمل للسعادة، ومن كان من أهل الشقاء فإنه يعمل للشقاء، فقال: " بَلِ اعْمَلُوا فَكُلٌ مُيَسَّر؛ فأمَّا مَنْ كانَ مِنْ أهْلِ السَّعادَةِ فإنَّهُ يُيَسَّرُ لِعَمَلَ السَعادَةِ وأمَّا مَنْ كَانَ مِنْ أهْلِ الشَّقاءِ فإنَّهُ يُيَسَّرُ للشَّقاءِ"، ثم قرأ (فَأَمَّا مَنْ أَعْطَى وَاتَّقَى * وَصَدَّقَ بِالْحُسْنَى * فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْيُسْرَى وَأَمَّا مَنْ بَخِلَ وَاسْتَغْنَى * وَكَذَّبَ بِالْحُسْنَى * فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْعُسْرَى ) . حدثنا أبو السائب، قال: ثنا أبو معاوية، عن الأعمش، عن سعد بن عبيدة، عن أبي عبد الرحمن السلميّ، عن عليّ، عن النبيّ صلى الله عليه وسلم بنحوه. حدثنا ابن المثنى، قال: ثنا محمد بن جعفر، قال: ثنا شعبة، عن منصور والأعمش: أنهما سمعا سعد بن عُبيدة، عن أبي عبد الرحمن السلميّ، عن عليّ، عن النبيّ صلى الله عليه وسلم أنه كان في جنازة، فأخذ عودا، فجعل ينكت في الأرض، فقال: " ما منْ أحَدٍ إلا وَقَدْ كُتبَ مَقْعَدُهُ مِنَ النَّارِ أوْ مِنَ الجَنَّةِ"، فقالوا: يا رسول الله أفلا نتكل ؟ قال: " اعْمَلُوا فَكُلّ مُيَسَّرٌ(فَأَمَّا مَنْ أَعْطَى وَاتَّقَى * وَصَدَّقَ بِالْحُسْنَى * فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْيُسْرَى * وَأَمَّا مَنْ بَخِلَ وَاسْتَغْنَى * وَكَذَّبَ بِالْحُسْنَى * فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْعُسْرَى) ". حدثنا ابن حُميد، قال: ثنا مهران، عن سفيان، عن منصور والأعمش، عن سعد بن عُبيدة، عن أبي عبد الرحمن السلميّ، عن عليّ رضى الله عنه قال: كنا جلوسا مع النبيّ صلى الله عليه وسلم، فتناول شيئا من الأرض بيده، فقال : " ما مِنْكُمْ مِنْ أحَدٍ إلا وَقَدْ عَلِمَ مَقْعَدَهُ مِنَ الجَنَّةِ والنَّارِ " قالوا: يا نبيّ الله، أفلا نتكل ؟ قال: " لا اعْمَلُوا فَكُلّ مُيَسَّرٌ لِمَا خُلِقَ لَهُ"، ثم قرأ: ( فَأَمَّا مَنْ أَعْطَى وَاتَّقَى )... الآيتين. قال: ثنا مهران، عن أبي سنان، عن عبد الملك بن سَمُرة بن أبي زائدة، عن النـزال بن سَبَرةَ، قال: قال النبيّ صلى الله عليه وسلم: " ما مِنْكُمْ مِنْ نَفْسٍ مَنْفُوسَةٍ إلا قَدْ كُتبَ اللهُ عَلَيْها ما هِيَ لاقِيَتُهُ" وأعرابي عند النبيّ صلى الله عليه وسلم مرتاد، فقال الأعرابيّ: فما جاء بي أضرب من وادي كذا وكذا، إن كان قد فرغ من الأمر. فنكت النبيّ صلى الله عليه وسلم في الأرض، حتى ظنّ القوم أنه ود أنه لم يكن تكلم بشيء منه، فقال النبي صلى الله عليه وسلم: " كُلّ مُيَسرٌ لِمَا خُلِقَ لَهُ، فَمَنْ يُرِدِ اللهُ بِهِ خَيرًا يَسَّرَهُ لِسَبِيلِ الخَيرِ، وَمَنْ يُرِدْ بِهِ شَرًّا يَسَّرَهُ لِسَبِيلِ الشَّرِّ"، فلقيت عمَرو بن مرّة، فعرضت عليه هذا الحديث، فقال: قال النبيّ صلى الله عليه وسلم، وزاد فيه: (فَأَمَّا مَنْ أَعْطَى وَاتَّقَى * وَصَدَّقَ بِالْحُسْنَى * فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْيُسْرَى * وَأَمَّا مَنْ بَخِلَ وَاسْتَغْنَى * وَكَذَّبَ بِالْحُسْنَى * فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْعُسْرَى) . حدثني يعقوب بن إبراهيم، قال: ثنا هشيم، قال: ثنا حصين، عن سعد بن عبيدة، عن أبي عبد الرحمن السلميّ، قال: لما نـزلت هذه الآية: إِنَّا كُلَّ شَيْءٍ خَلَقْنَاهُ بِقَدَرٍ قال رجل: يا رسول الله، ففيم العمل ؟ أفي شيء نستأنفه، أو في شيء قد فُرغ منه ؟ فقال رسول الله صلى الله عليه وسلم: " اعْمَلُوا فَكُلٌّ مُيَسَّرٌ: سَنُيَسِّرُهُ لِلْيُسْرَى، وَسَنُيَسِّّرُهُ لِلْعُسْرَى ". حدثني عمرو بن عبد الملك الطائي، قال: ثنا محمد بن عبيدة، قال: ثنا الجراح، عن إبراهيم بن عبد الحميد، عن الحجاج بن أرطاة، عن أبي إسحاق الهمداني، عن سليمان الأعمش، رفع الحديث إلى عليّ بن أبي طالب رضى الله عنه أنه قال: كان رسول الله صلى الله عليه وسلم ذات يوم جالسا وبيده عود ينكت به في الأرض، فرفع رأسه فقال: " ما مِنْكُمْ مِنْ أحَدٍ إلا وَقَدْ عُلِمَ مِقْعَدُهُ مِنَ الجَنَّةِ أو النَّار " قلنا: يا رسول الله أفلا نتوكل ؟ قال لهم: " اعْمَلُوا فَكُلّ مُيَسَّرٌ لِمَا خُلِقَ لَهُ" ثم قال: " أمَا سَمِعْتم اللهَ فِي كِتابِهِ يَقُولُ: (فَأَمَّا مَنْ أَعْطَى وَاتَّقَى * وَصَدَّقَ بِالْحُسْنَى * فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْيُسْرَى * وَأَمَّا مَنْ بَخِلَ وَاسْتَغْنَى * وَكَذَّبَ بِالْحُسْنَى * فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْعُسْرَى) ". حدثنا ابن المثنى، قال: ثنا عبد الرحمن بن مهديّ، قال: ثنا خالد بن عبد الله، عن داود بن أبي هند، عن عكرِمة، عن ابن عباس ( فَسَنُيَسِّرُهُ لِلْعُسْرَى ) : للشرّ من الله. حدثني يونس، قال: أخبرنا ابن وهب، قال: أخبرني عمرو بن الحارث، عن أبي الزبير، عن جابر بن عبد الله أنه قال: يا رسول الله، أنعمل لأمر قد فُرغ منه، أو لأمر نأتنفه ؟ فقال صلى الله عليه وسلم: " كُلّ عَامِلٍ مُيَسَّرٌ لِعَملِهِ". حدثني يونس، قال: ثنا سفيان، عن عمرو بن دينار، عن طلق بن حبيب، عن بشير بن كعب، قال: سأل غلامان شابان النبيّ صلى الله عليه وسلم، فقالا يا رسول الله، أنعمل فيما جفَّت به الأقلام، وجرَت به المقادير، أو في شيء يستأنف ؟ فقال: " بَلْ فِيما جَفَّتْ بِهِ الأقْلامُ وَجَرَتْ به المقادِيُر " قالا ففيم العمل إذن ؟ قال: " اعمَلُوا، فَكُلُّ عامِلٍ مُيَسَّرٌ لَعَمَلِهِ الَّذِي خلِقَ لَهُ"، قالا فالآن نجدّ ونعمل. --------------------- الهوامش : (4) ‌تقدم استشهاد المؤلف بهذا البيت في الجزء ( 29 : 56 ) وقد شرحناه ، فارجع إليه .