Tafseer van De Sterrenbeelden · Al-Burooj · 85:5
Van het vuur met zijn brandhout.
En Zijn uitspraak: النَّارِ ذَاتِ الْوَقُودِ (Het vuur, voorzien van brandstof) (85:5). Zijn woord "het vuur" (al-nār) is een bijstelling (badal) bij "de greppel" (al-ukhdūd), en daarom staat het in de genitief. Het was toegestaan om het als bijstelling daarop te laten terugslaan terwijl het er iets anders dan is, omdat het zich daarin bevond; het was als het ware, omdat het zich daarin bevond, hetzelfde als de greppel. Zo verliep de zinsbouw daarop, vanwege het feit dat de aangesprokenen de bedoeling ervan kenden. Het was als het ware gezegd: gedood werden de mensen van het vuur, voorzien van brandstof.
Met Zijn woord ذَاتِ الْوَقُودِ (voorzien van brandstof) bedoelt Hij: voorzien van dik, stevig brandhout. Dat is wanneer men de wāw met een fatḥa uitspreekt (al-waqūd). Wat betreft "al-wuqūd" met een ḍamma op de wāw: dat betekent het ontbranden zelf.