Tafseer van Het Openbreken · Al-Inshiqaaq · 84:21
En wanneer de Koran aan hen wordt voorgedragen knielen zij niet neer.
Zijn uitspraak: وَإِذَا قُرِئَ عَلَيْهِمُ الْقُرْآنُ لا يَسْجُدُونَ ("en wanneer hun de Koran wordt voorgelezen, werpen zij zich niet ter aarde"). De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: en wanneer het Boek van hun Heer hun wordt voorgelezen, onderwerpen zij zich niet en buigen zij niet nederig. Wij hebben de betekenis van het ter aarde werpen (al-sujūd) reeds eerder uiteengezet met de bewijsplaatsen ervan, en dat maakt herhaling ervan overbodig.