Tafseer van De Bedriegers · Al-Mutaffifin · 83:3
Maar wanneer zij voor anderen afmeten of voor hen afwegen, benadelen zij (hen).
En Zijn woord: ( وَإِذَا كَالُوهُمْ أَوْ وَزَنُوهُمْ ) (En wanneer zij voor hen meten of voor hen wegen). Hij zegt: en wanneer zij voor de mensen meten of voor hen wegen. Het behoort tot de taal van de inwoners van de Hidjaz dat zij zeggen: "wazantuka ḥaqqaka" (ik heb jou je recht gewogen) en "kiltuka ṭaʿāmaka" (ik heb jou je voedsel gemeten), in de betekenis van: ik heb voor jou gewogen en ik heb voor jou gemeten. Wie de woorden naar deze betekenis toe richt, plaatst de pauze op "hum" en plaatst "hum" in de positie van de accusatief (naṣb).
ʿĪsā ibn ʿUmar maakte er, naar wat over hem overgeleverd is, twee afzonderlijke woorden van: hij pauzeerde bij "kālū" en bij "wazanū", en begon vervolgens opnieuw met "hum yukhsirūn". Wie de woorden naar deze betekenis toe richt, plaatst "hum" in de positie van de nominatief (rafʿ) en maakt "kālū" en "wazanū" op zichzelf staand en volledig.
Het juiste hierin is naar mijn mening de pauze op "hum", want indien "kālū" en "wazanū" op zichzelf volledig zouden zijn, en "hum" een nieuw aanvangend zinsdeel zou zijn, dan zou "kālū" en "wazanū" geschreven zijn met een alif als scheiding tussen elk van beide en "hum", aangezien zo de schrijfwijze in soortgelijke gevallen verloopt wanneer er niets van de voornaamwoorden van het lijdend voorwerp aan verbonden is. Dat zij het op deze plaats zonder alif hebben geschreven is het duidelijkste bewijs dat Zijn woord ( هُمْ ) (hum) niets anders is dan het voornaamwoord van de namen van degenen voor wie gemeten en gewogen wordt (het lijdend voorwerp). Zo is dus de uitleg van de woorden, aangezien de zaak is zoals wij hebben beschreven en zoals wij hebben verklaard.
En Zijn woord: ( يُخْسِرُونَ ) (zij doen tekortkomen). Hij zegt: zij geven hun minder dan toekomt.