Tafseer van De Bedriegers · Al-Mutaffifin · 83:29
Voorwaar, degenen die zondigden plachten over degenen die geloofden te lachen.
Zijn uitspraak: إِنَّ الَّذِينَ أَجْرَمُوا كَانُوا مِنَ الَّذِينَ آمَنُوا يَضْحَكُونَ ("Voorwaar, zij die misdaden begingen plachten te lachen om hen die geloofden"). De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: voorwaar, zij die zonden verwierven en in het wereldse leven ongelovig waren aan Allah, plachten daarin om hen die de eenheid van Allah erkenden en Hem geloofden يضحكون ("te lachen"), bij wijze van bespotting van hen.
En overeenkomstig hetgeen wij hierover gezegd hebben, hebben de mensen van de uitleg (ahl al-taʾwīl) gesproken.
* Vermelding van wie dat gezegd heeft:
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over zijn uitspraak: إِنَّ الَّذِينَ أَجْرَمُوا كَانُوا مِنَ الَّذِينَ آمَنُوا يَضْحَكُونَ ("Voorwaar, zij die misdaden begingen plachten te lachen om hen die geloofden") in het wereldse leven. Zij zeiden: bij Allah, deze lieden zijn werkelijk leugenaars en zij hebben niets in handen, bij wijze van bespotting van hen.