Tafseer van Hij Fronste · Abasa · 80:29
En olijfbomen on dadelpalmen.
Zijn woord: وَزَيْتُونًا ("en olijven") — dat zijn de olijven waaruit de olie wordt gewonnen. وَنَخْلا * وَحَدَائِقَ غُلْبًا ("en dadelpalmen, en weelderige tuinen"). Wij hebben reeds uiteengezet dat een ḥadīqa een ommuurde tuin (bustān) is. En zijn woord: غُلْبا betekent: dicht en zwaar begroeid. Met zijn woord غُلْبا bedoelt Hij: bomen in tuinen die dicht en zwaar zijn.
Het woord al-ghulb is het meervoud van aghlab, hetgeen "iemand met een dikke nek" betekent, gezegd van mannen. Daartoe behoort het vers van al-Farazdaq:
"Hij huilde en deed een dik-nekkige, verscheurende leeuw oprijzen — wee de zoon van al-Marāgha, wat heeft hij doen oprijzen?"
En in overeenstemming met wat wij hierover hebben gezegd, hebben de uitleggers (ahl al-taʾwīl) zich uitgesproken, ondanks hun onderlinge verschil in de bewoording ervan. Sommigen van hen zeiden: het is wat van de bomen ineengestrengeld en samengeklit is.
* Vermelding van wie dat heeft gezegd: