Tafseer van De Ontrukkenden · An-Naazi'aat · 79:32
En Hij verstevigde de bergen.
Zijn uitspraak: وَالْجِبَالَ أَرْسَاهَا ("en de bergen heeft Hij stevig verankerd") betekent: en de bergen heeft Hij daarin vastgezet. In de zinsbouw is iets weggelaten, waarvan de vermelding overbodig werd door de aanwijzing die de woorden zelf erop geven, namelijk "daarin" (fīhā); want de betekenis van de woorden is: en de bergen heeft Hij daarin verankerd.
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over وَالْجِبَالَ أَرْسَاهَا ("en de bergen heeft Hij stevig verankerd"); dat wil zeggen: Hij heeft ze vastgezet, zodat zij niet met hun bewoners heen en weer schudden.
Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Jarīr heeft ons verteld, op gezag van ʿAṭāʾ, op gezag van Abū ʿAbd al-Raḥmān al-Sulamī, op gezag van ʿAlī, hij zei: Toen Allah de aarde schiep, beefde en kromp zij ineen en zei: Schept U op mij Adam en zijn nakomelingschap, die hun vuiligheid op mij zullen werpen en op mij zonden zullen bedrijven? Toen verankerde Allah haar met de bergen, waarvan jullie sommige zien en sommige niet zien. Zo was de eerste vastheid van de aarde als het vlees van een geslachte kameel: wanneer die wordt geslacht, trilt en spartelt haar vlees na.