Tafseer van De Ontrukkenden · An-Naazi'aat · 79:3
Bij de snel uitvoerenden.
Zijn woorden: وَالسَّابِحَاتِ سَبْحًا ("En bij hen die voortglijden, glijdend") (79:3). Allah, wiens vermelding verheven is, zegt: en bij diegenen die voortglijden, glijdend.
De uitleggers verschilden van mening over datgene waarbij Hij, wiens lof verheven is, zwoer onder "hen die voortglijden". Sommigen van hen zeiden: het is de dood, die voortglijdt in de ziel van de zoon van Adam.
* Vermelding van wie dat heeft gezegd:
Abū Kurayb heeft ons verteld, hij zei: Wakīʿ heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid: وَالسَّابِحَاتِ سَبْحًا ("En bij hen die voortglijden, glijdend"), hij zei: de dood. Zo heb ik het in mijn boek aangetroffen.
En Ibn Ḥumayd heeft het ons verteld, hij zei: Mihrān heeft ons verteld, hij zei: Sufyān heeft ons verteld, op gezag van ʿAbd Allāh ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid: وَالسَّابِحَاتِ سَبْحًا ("En bij hen die voortglijden, glijdend"), hij zei: de engelen. En ook dit heb ik aldus in mijn boek aangetroffen. Indien hetgeen wij van Ibn Ḥumayd vermeld hebben juist is, dan was Mujāhid van mening dat het neerdalen van de engelen uit de hemel een glijden is, zoals men van het edele paard zegt: "het glijdt", wanneer het snel voorbijgaat.
En anderen zeiden: het zijn de sterren, die voortglijden in hun baan.
* Vermelding van wie dat heeft gezegd:
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: وَالسَّابِحَاتِ سَبْحًا ("En bij hen die voortglijden, glijdend"), hij zei: het zijn de sterren.
Ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: Ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda, dergelijke.
En anderen zeiden: het zijn de schepen.
* Vermelding van wie dat heeft gezegd:
Abū Kurayb heeft ons verteld, hij zei: Wakīʿ heeft ons verteld, op gezag van Wāṣil ibn al-Sāʾib, op gezag van ʿAṭāʾ: وَالسَّابِحَاتِ سَبْحًا ("En bij hen die voortglijden, glijdend"), hij zei: de schepen.
Het juiste oordeel hierover is naar mijn mening dat men zegt: voorwaar, Allah, wiens lof verheven is, zwoer bij hen die voortglijden, glijdend, onder Zijn schepselen, en Hij heeft daarvan niet het ene deel boven het andere uitgezonderd. Zo omvat dat al wie voortglijdt, om de reden die wij eerder bij "al-Nāziʿāt" (de uitrukkenden) hebben beschreven.
--------------------
Voetnoten:
(10) Het is alsof Jābir de uitleg van "al-sābiḥāt" — dat een meervoud is — met "de dood", dat enkelvoud is, niet als steekhoudend beschouwt, en daarom zei hij: zo heb ik het in mijn boek aangetroffen. Wellicht bedoelt hij: zo heb ik het opgeschreven zoals ik het van de leermeesters gehoord heb.
(11) "fa-dhālika" (zo omvat dat) ... wellicht was de oorspronkelijke bewoording: "fa-shamila dhālika" (zo omvatte dat) ... enzovoort.
(12) Dat wil zeggen: bij de uitleg van het woord "al-Nāziʿāt".