Tafseer van De Mens · Al-Insaan · 76:4
Voorwaar, voor de ongelovigen hebben Wij kettingen, en ketens en Sa'îr (de Hel) bereid.
Zijn uitspraak: innā aʿtadnā lil-kāfirīna salāsila (waarlijk, Wij hebben voor de ongelovigen ketenen bereid). De Verhevene, geprezen is Zijn vermelding, zegt: waarlijk, Wij hebben voor wie Onze gunst ondankbaar verwierp en Ons bevel weerstreefde ketenen bereid, waarmee zij stevig worden vastgebonden in het hellevuur (al-jaḥīm). wa-aghlālan (en boeien), hij zegt: en met de boeien worden hun handen aan hun nekken vastgebonden.
Zijn uitspraak: wa-saʿīran (en een laaiend vuur), hij zegt: en een vuur dat over hen wordt aangewakkerd en oplaait.