Tafseer van De Ingehulde · Al-Muddaththir · 74:30
Over haar waken negentien (Engelen).
Zijn woord: عَلَيْهَا تِسْعَةَ عَشَرَ (Daarover waken er negentien). De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: over Saqar (de hel) zijn negentien van de wachters.
En er is overgeleverd dat, toen dit aan de Boodschapper van Allah ﷺ werd geopenbaard, Abū Jahl zei wat Mohammed ibn Saʿd mij erover heeft verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, عَلَيْهَا تِسْعَةَ عَشَرَ (Daarover waken er negentien) tot aan Zijn woord: وَيَزْدَادَ الَّذِينَ آمَنُوا إِيمَانًا (en opdat zij die geloven in geloof zouden toenemen). Toen Abū Jahl dat hoorde, zei hij tot de Quraysh: moge jullie moeders jullie verliezen! Ik hoor de zoon van Abū Kabsha jullie berichten dat de wachters van het Vuur negentien zijn, terwijl jullie zo talrijk zijn! Is dan elke tien van jullie niet in staat om één van de wachters van de hel (jahannam) te overweldigen? Toen werd aan de Boodschapper van Allah ﷺ geopenbaard dat hij naar Abū Jahl moest gaan, hem bij de hand moest nemen in de vlakte van Mekka en tot hem moest zeggen: أَوْلَى لَكَ فَأَوْلَى * ثُمَّ أَوْلَى لَكَ فَأَوْلَى (Wee jou, en nogmaals wee! Wederom: wee jou, en nogmaals wee!). Toen de Boodschapper van Allah ﷺ dat met hem deed, zei Abū Jahl: bij Allah, jij en jouw Heer zullen niets uitrichten! Maar Allah vernederde hem op de Dag van Badr.
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, عَلَيْهَا تِسْعَةَ عَشَرَ (Daarover waken er negentien): er is ons verteld dat Abū Jahl, toen dit vers werd neergezonden, zei: o gezelschap van Quraysh, is dan elke tien van jullie niet in staat om één van de wachters van het Vuur te overwinnen, terwijl jullie zo talrijk zijn? Jullie metgezel bericht jullie immers dat daarover negentien waken.
Ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: Ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda, hij zei: Abū Jahl zei: Mohammed bericht jullie dat de wachters van het Vuur negentien zijn, terwijl jullie zo talrijk zijn, zodat elke tien zich tegen één kunnen verzamelen.
Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei, over zijn woord: عَلَيْهَا تِسْعَةَ عَشَرَ (Daarover waken er negentien), hij zei: haar wachters zijn negentien.
------------------------
De voetnoten:
(2) In al-Nihāya van Ibn al-Athīr, waar het vers wordt vermeld: "al-dahm", met fatḥa op de dāl, betekent: het grote aantal.