Tafseer van Noeh (Noach) · Nooh · 71:9
Vervolgens heb ik hun waarlijk openlijk toegesproken en hun vertrouwelijk toegesproken, heimelijk.''
En Zijn woord thumma innī aʿlantu lahum wa-asrartu lahum isrārā (Vervolgens heb ik tot hen openlijk gesproken en heb ik tot hen in het geheim gesproken). Hij zegt: ik heb tot hen geroepen en luid tegen hen geschreeuwd met datgene waarmee U mij hebt bevolen aangaande de waarschuwing.
Zoals Muḥammad ibn ʿAmr mij heeft verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld; en al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld, beiden op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, over zijn woord aʿlantu lahum (ik heb tot hen openlijk gesproken): hij zei: ik heb geschreeuwd.
Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, op gezag van Mujāhid, over aʿlantu lahum (ik heb tot hen openlijk gesproken): hij zegt: ik heb tegen hen geschreeuwd.
En Zijn woord wa-asrartu lahum isrārā (en ik heb tot hen in het geheim gesproken). Hij zegt: en ik heb dat aan hen in het geheim toevertrouwd, tussen mij en hen, in het verborgene.
En in overeenstemming met wat wij hierover hebben gezegd, hebben de uitleggers gesproken.
* Vermelding van wie dat heeft gezegd:
Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld; en al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld, beiden op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, over zijn woord wa-asrartu lahum isrārā (en ik heb tot hen in het geheim gesproken): hij zei: tussen mij en hen.