Tafseer van Noeh (Noach) · Nooh · 71:8
Toen heb ik hen waarlijk met een harde stem opgeroepen.
Het woord over de uitleg van Zijn woord, de Verhevene: Daarna heb ik hen luidkeels opgeroepen.
Hij zegt: ( daarna heb ik hen opgeroepen ) tot datgene waartoe Gij mij bevolen hebt hen op te roepen, ( luidkeels ) openlijk, zonder verborgenheid.
Zoals Muḥammad ibn ʿAmr mij verteld heeft, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld; en al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld, beiden op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, over Zijn woord: ( daarna heb ik hen luidkeels opgeroepen ) zei hij: het luide is de openlijk verkondigde rede.