Tabari
Terug naar surah 71, ayah 26

Tafseer van Noeh (Noach) · Nooh · 71:26

وَقَالَ نُوحٌۭ رَّبِّ لَا تَذَرْ عَلَى ٱلْأَرْضِ مِنَ ٱلْكَٰفِرِينَ دَيَّارًا

En Nôeh zei: "Mijn Heer, laat op de aarde geen enkele ongelovige in leven.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Zijn woord: ( En Nūḥ zei: Mijn Heer, laat op de aarde van de ongelovigen geen enkele bewoner over ) Met al-dayyār bedoelt Hij: degene die over de aarde rondtrekt, die erop heen en weer gaat. Het is een fayʿāl-vorm van al-dawarān (het rondtrekken): diwārān; de yāʾ en de wāw kwamen samen, en de yāʾ ging aan de wāw vooraf terwijl zij ongevocaliseerd was, en de wāw werd erin geassimileerd, en beide werden tot een verdubbelde yāʾ, zoals men zegt: al-ḥayy al-qiyām (de levende, de bestendige) van qumtu, terwijl het oorspronkelijk qiywām is. De Arabieren zeggen: er is daar geen dayyār noch ʿarīb, noch duwwiyy noch ṣāfir, noch een blazer van een vuurtje — waarmee zij in dit alles bedoelen: er is daar niemand.

    De uitleg van Zijn woord, de Verhevene: إِنَّكَ إِنْ تَذَرْهُمْ يُضِلُّوا عِبَادَكَ وَلا يَلِدُوا إِلا فَاجِرًا كَفَّارًا (27) رَبِّ اغْفِرْ لِي وَلِوَالِدَيَّ وَلِمَنْ دَخَلَ بَيْتِيَ مُؤْمِنًا وَلِلْمُؤْمِنِينَ وَالْمُؤْمِنَاتِ وَلا تَزِدِ الظَّالِمِينَ إِلا تَبَارًا (28) ( Voorwaar, als U hen laat, zullen zij Uw dienaren doen dwalen, en zij brengen niets voort dan een verdorvene, een hardnekkig ongelovige (27) Mijn Heer, vergeef mij en mijn ouders en wie mijn huis als gelovige binnentrad, en de gelovige mannen en de gelovige vrouwen, en vermeerder de onrechtplegers in niets dan verderf (28) )

    Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt, berichtend over de woorden van Nūḥ in zijn smeekbede tot Hem tegen zijn volk: voorwaar, o mijn Heer, indien U de ongelovigen levend op de aarde laat en hen niet vernietigt met een bestraffing van Uw kant, ( zullen zij Uw dienaren doen dwalen ) die reeds in U geloofd hebben, en zullen zij hen van Uw weg afhouden, ( en zij brengen niets voort dan een verdorvene ) in Uw religie ( een hardnekkig ongelovige ) jegens Uw gunst.

    En vermeld wordt dat de uitspraak van Nūḥ van deze woorden en zijn smeekbede met deze bede plaatsvond nadat zijn Heer hem geopenbaard had: dat van jouw volk niemand zal geloven behalve wie reeds geloofd heeft .

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله: (وَقَالَ نُوحٌ رَبِّ لا تَذَرْ عَلَى الأرْضِ مِنَ الْكَافِرِينَ دَيَّارًا ) ويعني بالدَّيار: من يدور في الأرض، فيذهب ويجيء فيها وهو فَيْعال من الدوران ديوارًا، اجتمعت الياء والواو، فسبقت الياء الواو وهي ساكنة، وأدغمت الواو فيها، وصيرتا ياءً مشددة، كما قيل: الحيّ القيام من قمت، وإنما هو قيوام، والعرب تقول: ما بها ديار ولا عريب، ولا دويّ ولا صافر، ولا نافخ ضرمة، يعني بذلك كله: ما بها أحد. القول في تأويل قوله تعالى : إِنَّكَ إِنْ تَذَرْهُمْ يُضِلُّوا عِبَادَكَ وَلا يَلِدُوا إِلا فَاجِرًا كَفَّارًا (27) رَبِّ اغْفِرْ لِي وَلِوَالِدَيَّ وَلِمَنْ دَخَلَ بَيْتِيَ مُؤْمِنًا وَلِلْمُؤْمِنِينَ وَالْمُؤْمِنَاتِ وَلا تَزِدِ الظَّالِمِينَ إِلا تَبَارًا (28) يقول تعالى ذكره مخبرا عن قيل نوح في دعائه إياه على قومه: إنك يا ربّ إن تذر الكافرين أحياء على الأرض، ولم تهلكهم بعذاب من عندك ( يُضِلُّوا عِبَادَكَ ) الذين قد آمنوا بك، فيصدوهم عن سبيلك، ( وَلا يَلِدُوا إِلا فَاجِرًا ) في دينك ( كَفَّارًا ) لنعمتك. وذُكر أن قيل نوح هذا القول ودعاءه هذا الدعاء، كان بعد أن أوحى إليه ربه: أَنَّهُ لَنْ يُؤْمِنَ مِنْ قَوْمِكَ إِلا مَنْ قَدْ آمَنَ . * ذكر من قال ذلك: