Tafseer van Noeh (Noach) · Nooh · 71:25
Vanwege hun zonden werden zij verdronken en daarna in de Hel gevoerd. En zij vonden buiten Allah om voor zich geen helpers.
De uitleg van Zijn, de Verhevene, woord: Vanwege hun zonden werden zij verdronken en het Vuur binnengeleid, en zij vonden voor zich, buiten Allah om, geen helpers (25) En Nūḥ zei: "Mijn Heer, laat op de aarde van de ongelovigen (kāfirīn) geen enkele bewoner achter" (26).
Hij, verheven zij Zijn gedachtenis, bedoelt met Zijn woord: (mimmā khaṭīʾātihim, vanwege hun zonden): vanwege hun zonden (werden zij verdronken). De Arabieren maken van "mā" een verbindingspartikel wanneer daarmee de betekenis van voorwaardelijkheid (jazāʾ) wordt beoogd, zoals men zegt: aynamā takun akun (waar je ook bent, daar ben ik), en ḥaythumā tajlis ajlis (waar je ook zit, daar zit ik). En de betekenis van de woorden is: vanwege hun zonden werden zij verdronken.
En Ibn Zayd placht hierover te zeggen wat Yūnus mij verteld heeft, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn woord: (mimmā khaṭīʾātihim, vanwege hun zonden): hij zei: dus vanwege hun zonden (werden zij verdronken), en het Vuur binnengeleid. En de bāʾ is hier een verbindingspartikel (faṣl) in het spreken van de Arabieren.
Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, over Zijn woord: (Vanwege hun zonden werden zij verdronken): hij zei: vanwege hun zonden werden zij verdronken.
De recitatoren verschilden over de lezing van Zijn woord: (mimmā khaṭīʾātihim). De meeste recitatoren van de steden, behalve Abū ʿAmr, lazen het (mimmā khaṭīʾātihim) met de hamza en de tāʾ, terwijl Abū ʿAmr het las (mimmā khaṭāyāhum) met de alif en zonder hamza.
En het standpunt is naar onze mening dat het twee bekende lezingen zijn; met welke van beide de recitator ook reciteert, hij treft het juiste.
En Zijn woord: (en het Vuur binnengeleid), [namelijk] Jahannam (de hel), (en zij vonden voor zich, buiten Allah om, geen helpers) die voor hen vergelding zouden nemen op degene die hun dat aandeed, noch die zich konden stellen tussen hen en hetgeen hun werd aangedaan.