Tabari
Terug naar surah 70, ayah 16

Tafseer van De Wegen van Opgang · Al-Ma'aarij · 70:16

نَزَّاعَةًۭ لِّلشَّوَىٰ

Die de hoofdhuid wegrukt.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    En Zijn woord nazzāʿatan li-l-shawā (uittrekkend de ledematen). De Verhevene in vermelding zegt, berichtend over Laẓā (de laaiende vlam): zij trekt de huid van het hoofd en de uiteinden van het lichaam af. De shawā is het meervoud van shawāt; het zijn die delen van het menselijk lichaam die geen vitale, dodelijke plek zijn. Men zegt: "ramā fa-ashwā" (hij schoot, maar trof geen dodelijke plek) wanneer iemand geen vitale plek raakt. Soms beschrijft een spreker daarmee de huid van het hoofd, zoals al-Aʿshā zei:

    Qutayla zei: wat is er met hem, zijn hoofdhuid is reeds met grijsheid bedekt.

    En soms wordt daarmee het scheenbeen beschreven, zoals in hun beschrijving van het paard:

    dik van schenkel, krachtig van slachtdeel,

    waarmee hij zijn poten bedoelt. De oorsprong van dit alles is wat ik heb beschreven.

    En in overeenstemming met wat wij hierover hebben gezegd, hebben de uitleggers gesproken.

    * Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    Sulaymān ibn ʿAbd al-Jabbār heeft mij verteld, hij zei: Muḥammad ibn al-Ṣalt heeft ons verteld, hij zei: Abū Kudayna heeft ons verteld, op gezag van Qābūs, op gezag van zijn vader, hij zei: ik vroeg Ibn ʿAbbās over nazzāʿatan li-l-shawā (uittrekkend de ledematen): hij zei: zij trekt de schedel weg.

    Isḥāq ibn Ibrāhīm al-Ṣawwāf heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn ibn al-Ḥasan al-Ashqar heeft ons verteld, hij zei: Yaḥyā ibn Mahlab Abū Kudayna heeft ons verteld, op gezag van Qābūs, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, over zijn woord nazzāʿatan li-l-shawā (uittrekkend de ledematen): hij zei: zij trekt het hoofd weg.

    Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, over zijn woord nazzāʿatan li-l-shawā (uittrekkend de ledematen): hij bedoelt: de huiden en de hoofdkruinen.

    Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld; en al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld, beiden op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, over zijn woord nazzāʿatan li-l-shawā (uittrekkend de ledematen): hij zei: de huiden van het hoofd.

    Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, op gezag van Ibrāhīm ibn al-Muhājir, hij zei: ik vroeg Saʿīd ibn Jubayr over zijn woord nazzāʿatan li-l-shawā (uittrekkend de ledematen), maar hij gaf geen uitleg. Toen vroeg ik Mujāhid ernaar, en ik zei: is het het vlees zonder het bot? Hij zei: ja.

    Hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, op gezag van Ismāʿīl ibn Abī Khālid, op gezag van Abū Ṣāliḥ, over nazzāʿatan li-l-shawā (uittrekkend de ledematen): hij zei: het vlees van het scheenbeen.

    Muḥammad ibn ʿUmāra al-Asadī heeft mij verteld, hij zei: Qabīṣa ibn ʿUqba al-Suwāʾī heeft ons verteld, hij zei: Sufyān heeft ons verteld, op gezag van Ismāʿīl, op gezag van Abū Ṣāliḥ, over zijn woord nazzāʿatan li-l-shawā (uittrekkend de ledematen): hij zei: uittrekkend het vlees van de twee scheenbenen.

    Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Khārija, op gezag van Qurra ibn Khālid, op gezag van al-Ḥasan, over nazzāʿatan li-l-shawā (uittrekkend de ledematen): hij zei: voor de hoofdkruin; zij verbrandt elk deel van hem, terwijl zijn hart gaar achterblijft.

    Ibn Bashshār heeft ons verteld, hij zei: Abū ʿĀmir heeft ons verteld, hij zei: Qurra heeft ons verteld, op gezag van al-Ḥasan, over zijn woord nazzāʿatan li-l-shawā (uittrekkend de ledematen): vervolgens noemde hij iets soortgelijks.

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over zijn woord nazzāʿatan li-l-shawā (uittrekkend de ledematen): dat wil zeggen: uittrekkend zijn hoofdkruin, de edele delen van zijn gestalte en zijn uiteinden.

    Mij is verteld op gezag van al-Ḥusayn, hij zei: ik hoorde Abū Muʿādh zeggen: ʿUbayd heeft ons bericht, hij zei: ik hoorde al-Ḍaḥḥāk zeggen over zijn woord nazzāʿatan li-l-shawā (uittrekkend de ledematen): zij schraapt het vlees en de huid van het bot af totdat zij er niets van overlaat.

    Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over zijn woord nazzāʿatan li-l-shawā (uittrekkend de ledematen): hij zei: de shawā zijn de grote ledematen; dat zijn de shawā. En over Zijn woord nazzāʿatan (uittrekkend): hij zei: zij snijdt hun botten af zoals je ziet, vervolgens wordt hun schepping vernieuwd en worden hun huiden verwisseld.

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله: (نـزاعَةً لِلشَّوَى ) يقول تعالى ذكره مخبرا عن لظَى: إنها تنـزع جلدة الرأس وأطراف البدن، والشَّوَى: جمع شواة، وهي من جوارح الإنسان ما لم يكن مقتلا يقال: رمى فأشوى إذا لم يصب مَقْتلا فربما وصف الواصف بذلك جلدة الرأس كما قال الأعشى: قـــالَتْ قُتَيْلَـــةُ مـــا لَـــهُ قَـــدْ جُـــلِّلَتْ شَــيْبا شَــوَاتُهُ (1) وربما وصف بذلك الساق كقولهم في صفة الفرس: عبْلُ الشَّوَى نَهْدُ الجُزَارَة (2) يعني بذلك: قوائمه، وأصل ذلك كله ما وصفت. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثني سليمان بن عبد الحبار، قال: ثنا محمد بن الصلت، قال: ثنا أبو كدينة، عن قابوس، عن أبيه، قال: سألت ابن عباس عن: (نـزاعَةً لِلشَّوَى ): قال: تنـزع أمّ الرأس. حدثنا إسحاق بن إبراهيم الصواف، قال: ثنا الحسين بن الحسن الأشقر، قال: ثنا يحيى بن مهلب أبو كدينة، عن قابوس، عن أبيه، عن ابن عباس، في قوله: (نـزاعَةً لِلشَّوَى ) قال: تنـزع الرأس. حدثني محمد بن سعد، قال: ثني أبي، قال: ثني عمي، قال: ثني أبي، عن أبيه، عن ابن عباس، قوله: (نـزاعَةً لِلشَّوَى ) : يعني الجلود والهام. حدثني محمد بن عمرو، قال: ثنا أبو عاصم، قال: ثنا عيسى؛ وحدثني الحارث، قال: ثنا الحسن، قال: ثنا ورقاء، جميعا عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد، قوله: (نـزاعَةً لِلشَّوَى ) قال: لجلود الرأس. حدثنا ابن حميد، قال: ثنا مهران، عن سفيان، عن إبراهيم بن المهاجر، قال: سألت سعيد بن جبير عن قوله: (نـزاعَةً لِلشَّوَى ) فلم يخبر، فسألت عنها مجاهدًا، فقلت: اللحم دون العظم ؟ فقال: نعم. قال: ثنا مهران، عن سفيان، عن إسماعيل بن أبي خالد، عن أبي صالح (نـزاعَةً لِلشَّوَى ) قال: لحم الساق. حدثني محمد بن عُمارة الأسديّ، قال: ثنا قبيصة بن عقبة السُّوائّي، قال: ثنا سفيان، عن إسماعيل، عن أبي صالح في قوله: (نـزاعَةً لِلشَّوَى ) قال: نـزاعة للحم الساقين. حدثنا ابن حميد، قال: ثنا مهران، عن خارجة، عن قرة بن خالد، عن الحسن (نـزاعَةً لِلشَّوَى ) قال: للهام تحرق كلّ شيء منه، ويبقى فؤاده نضيجا. حدثنا ابن بشار، قال: ثنا أبو عامر، قال: ثنا قرة، عن الحسن، في قوله: (نـزاعَةً لِلشَّوَى ) ثم ذكر نحوه. حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قتادة، قوله: (نـزاعَةً لِلشَّوَى ): أي نـزاعة لهامته ومكارم خَلْقِهِ وأطرافه. حُدثت عن الحسين، قال: سمعت أبا معاذ يقول: أخبرنا عبيد، قال: سمعت الضحاك يقول في قوله: (نـزاعَةً لِلشَّوَى ): تبري اللحم والجلد عن العظم حتى لا تترك منه شيئا. حدثني يونس، قال: أخبرنا ابن وهب، قال، قال ابن زيد، في قوله: (نـزاعَةً لِلشَّوَى ) قال: الشوى: الآراب العظام، ذاك الشوى. وقوله: (نـزاعَةً ) قال: تقطع عظامهم كما ترى، ثم يجدّد خلقهم، وتبدّل جلودهم.