Tabari
Terug naar surah 7, ayah 86

Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:86

وَلَا تَقْعُدُوا۟ بِكُلِّ صِرَٰطٍۢ تُوعِدُونَ وَتَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ مَنْ ءَامَنَ بِهِۦ وَتَبْغُونَهَا عِوَجًۭا ۚ وَٱذْكُرُوٓا۟ إِذْ كُنتُمْ قَلِيلًۭا فَكَثَّرَكُمْ ۖ وَٱنظُرُوا۟ كَيْفَ كَانَ عَٰقِبَةُ ٱلْمُفْسِدِينَ

En zit niet op iedere weg, terwijl jullie degenen bedreigen en afhouden van het Pad van Allah die in Hem geloven, wensend dat het krom was. En gedenkt toen jullie met woinigen waren en Hij jullie talrijk deed worden. En zie hoe het einde was van de verderfzaaiers.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de woorden van Allah: وَلا تَقْعُدُوا بِكُلِّ صِرَاطٍ تُوعِدُونَ وَتَصُدُّونَ عَنْ سَبِيلِ اللَّهِ مَنْ آمَنَ بِهِ وَتَبْغُونَهَا عِوَجًا وَاذْكُرُوا إِذْ كُنْتُمْ قَلِيلا فَكَثَّرَكُمْ وَانْظُرُوا كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الْمُفْسِدِينَ (7:86) (En zit niet langs elke weg om te bedreigen en af te wenden van de weg van Allah wie in Hem gelooft, en streeft daarvoor naar kromheid. En gedenkt toen jullie weinig waren en Hij jullie vermenigvuldigde, en kijkt hoe het einde was van de verderfbrengers.)

    Abū Jaʿfar zei: Hij bedoelt met Zijn woorden ("en zit niet langs elke weg om te bedreigen"): zit niet langs elke weg — en dat is "de baan (al-ṣirāṭ)" — om de gelovigen te bedreigen met de dood.

    * * *

    En zij plachten, naar wat overgeleverd is, langs de weg te gaan zitten van wie Shuʿayb opzocht en hem wilde bereiken om in hem te geloven, en dan bedreigden zij hem en boezemden hem angst in, en zeiden: hij is een leugenaar!

    * Vermelding van wie dat zei:

    14843 - Bishr ibn Muʿādh heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: ("langs elke weg om te bedreigen"), hij zei: zij plachten te bedreigen wie tot Shuʿayb kwam en hem opzocht en de Islam wilde aanvaarden.

    14844 - Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, zijn woorden: ("en zit niet langs elke weg om te bedreigen"), en "al-ṣirāṭ" is de weg; zij joegen de mensen angst aan om naar Shuʿayb te komen.

    14845 - Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: ʿAbdallāh ibn Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī ibn Abī Ṭalḥa, op gezag van Ibn ʿAbbās, zijn woorden: ("en zit niet langs elke weg om te bedreigen en af te wenden van de weg van Allah"), hij zei: zij plachten op de weg te gaan zitten en deelden aan ieder die langs hen kwam mee: dat Shuʿayb, vrede zij met hem, een leugenaar is, "laat hij jullie dus niet wegleiden van jullie godsdienst."

    Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, over de woorden van Allah, de Verhevene: ("langs elke weg"), hij zei: een weg = ("om te bedreigen"), langs elk waar pad.

    14846 - Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: Abū Ḥudhayfa heeft ons verteld, hij zei: Shibl heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, iets dergelijks.

    14847 - Muḥammad ibn al-Ḥusayn heeft mij verteld, hij zei: Aḥmad ibn al-Mufaḍḍal heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī: ("en zit niet langs elke weg om te bedreigen"), zij plachten op elke weg te gaan zitten om de gelovigen te bedreigen.

    14848 - Ibn Wakīʿ heeft ons verteld, hij zei: Ḥumayd ibn ʿAbd al-Raḥmān heeft ons verteld, op gezag van Qays, op gezag van al-Suddī: ("en zit niet langs elke weg om te bedreigen"), hij zei: de tollenaars.

    ʿAlī ibn Sahl heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft ons verteld, hij zei: Abū Jaʿfar al-Rāzī heeft ons verteld, op gezag van al-Rabīʿ ibn Anas, op gezag van Abū al-ʿĀliya, op gezag van Abū Hurayra of een ander — Abū Jaʿfar al-Rāzī twijfelde — hij zei: De Profeet ﷺ kwam in de nacht van de hemelreis langs een balk op de weg; geen kleed passeerde die zonder dat hij het scheurde, en niets passeerde zonder dat hij het verscheurde. Hij zei: Wat is dit, o Jibrīl? Hij zei: Dit is gelijk aan lieden uit jouw gemeenschap die langs de weg gaan zitten en die afsnijden! Daarna reciteerde hij: ("en zit niet langs elke weg om te bedreigen en af te wenden").

    * * *

    En deze overlevering die wij vermeld hebben op gezag van Abū Hurayra wijst erop dat de betekenis ervan bij Abū Hurayra was: dat de profeet van Allah Shuʿayb zijn volk met zijn woorden ("en zit niet langs elke weg om te bedreigen") enkel verbood om de weg te versperren, en dat zij struikrovers waren.

    * * *

    En men zegt: ("en zit niet langs elke weg om te bedreigen") — al zou men, buiten de Qurʾān, zeggen "zit niet ín elke weg" (bi-kull / fī kull), dan zou dat toelaatbaar en welsprekend in de taal zijn. En dat is enkel toelaatbaar omdat de weg geen bepaalde, vaststaande plaats is; daarom is dat toelaatbaar, net zoals het toelaatbaar is te zeggen: "hij ging voor hem zitten óp die plaats, bíj die plaats, ín die plaats."

    * * *

    En Hij zei: ("om te bedreigen") (tūʿidūn), en zei niet "taʿidūn", omdat de Arabieren zo handelen bij wat zij vaag laten en niet uitdrukkelijk maken aangaande de bedreiging. Men zegt: "ik bedreigde hem (awʿadtuhu)" met de alif, en "er is van mij jegens hem een bedreiging (waʿīd) uitgegaan." Maar wanneer men verduidelijkt wat men bedreigt en het uitdrukkelijk maakt, zegt men: "ik beloofde hem goeds (waʿadtuhu khayran)" en "ik beloofde hem kwaads (waʿadtuhu sharran)", zonder alif, zoals Hij, verheven is Zijn lof, zei: النَّارُ وَعَدَهَا اللَّهُ الَّذِينَ كَفَرُوا [Surah Al-Ḥajj: 72] (Het Vuur, Allah heeft het beloofd aan hen die ongelovig zijn).

    * * *

    En wat Zijn woorden betreft: ("en af te wenden van de weg van Allah wie in Hem gelooft"), Hij zegt: en jullie keren af van de weg van Allah — en dat is het afkeren van het geloof in Allah en het handelen in gehoorzaamheid aan Hem = ("wie in Hem gelooft"), Hij zegt: jullie keren af van de weg van Allah wie Allah voor waar houdt en Hem als één erkent = ("en streeft daarvoor naar kromheid"), Hij zegt: en jullie zoeken voor wie de weg van Allah bewandelt en in Hem gelooft en in gehoorzaamheid aan Hem handelt = ("kromheid"), weg van het rechte pad en de waarheid, naar de afdwaling en de dwaling, zoals:

    14849 - Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid: ("en af te wenden van de weg van Allah"), hij zei: de lieden ervan = ("en streeft daarvoor naar kromheid"), jullie zoeken er afdwaling voor.

    14850 - Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: Abū Ḥudhayfa heeft ons verteld, hij zei: Shibl heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, iets dergelijks.

    14851 - Muḥammad ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: Muḥammad ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda: ("en streeft daarvoor naar kromheid"), hij zei: jullie zoeken voor de weg, weg van de waarheid, kromheid.

    14852 - Muḥammad ibn al-Ḥusayn heeft mij verteld, hij zei: Aḥmad ibn al-Mufaḍḍal heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī: ("en af te wenden van de weg van Allah"), van de Islam = jullie zoeken voor de weg = ("kromheid"), ondergang.

    * * *

    En Zijn woorden: ("en gedenkt toen jullie weinig waren en Hij jullie vermenigvuldigde"), Shuʿayb herinnert hen aan de gunst van Allah bij hen, doordat Hij hun aantal talrijk maakte nadat zij gering in getal waren, en doordat Hij hen verhief uit vernedering en geringheid. Hij zegt tot hen: weest dus dankbaar jegens Allah die jullie daarmee begunstigd heeft, en wijdt Hem oprecht de aanbidding, en hoedt jullie voor Zijn bestraffing door gehoorzaamheid, en weest beducht voor Zijn wraak door de ongehoorzaamheid te laten = ("en kijkt hoe het einde was van de verderfbrengers"), Hij zegt: en kijkt naar wat is neergekomen op de gemeenschappen die vóór jullie waren toen zij tegen hun Heer in opstand kwamen en Zijn boodschappers ongehoorzaam waren, aan strafbeproevingen en wraaknemingen, en hoe zij de uitkomst van hun ongehoorzaamheid jegens Hem aantroffen. Werd niet een deel van hen door de verdrinking in de Zondvloed vernietigd, een deel door de steniging met stenen, en een deel door de schreeuw?

    * * *

    En "het verderf brengen (al-ifsād)" betekent op deze plaats: ongehoorzaamheid aan Allah.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَلا تَقْعُدُوا بِكُلِّ صِرَاطٍ تُوعِدُونَ وَتَصُدُّونَ عَنْ سَبِيلِ اللَّهِ مَنْ آمَنَ بِهِ وَتَبْغُونَهَا عِوَجًا وَاذْكُرُوا إِذْ كُنْتُمْ قَلِيلا فَكَثَّرَكُمْ وَانْظُرُوا كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الْمُفْسِدِينَ (86) قال أبو جعفر : يعني بقوله: ( ولا تقعدوا بكل صراط توعدون ) ، ولا تجلسوا بكل طريق = وهو " الصراط" = توعدون المؤمنين بالقتل. (18) * * * وكانوا ، فيما ذكر ، يقعدون على طريق من قصد شعيبًا وأراده ليؤمن به، فيتوعَّدونه ويخوِّفونه ، ويقولون: إنه كذاب! * ذكر من قال ذلك: 14843-حدثنا بشر بن معاذ قال، حدثنا يزيد قال، حدثنا سعيد، عن قتادة: ( بكل صراط توعدون ) ، قال: كانوا يوعدون مَنْ أتى شعيبًا وغشِيَه فأراد الإسلام. 14844-حدثني محمد بن سعد قال، حدثني أبي قال، حدثني عمي قال، حدثني أبي، عن أبيه، عن ابن عباس قوله: ( ولا تقعدوا بكل صراط توعدون ) ، و " الصراط" ، الطريق، يخوِّفون الناس أن يأتوا شعيبًا. 14845-حدثني المثنى قال، حدثنا عبد الله بن صالح قال، حدثني معاوية، عن علي بن أبي طلحة، عن ابن عباس، قوله: ( ولا تقعدوا بكل صراط توعدون وتصدون عن سبيل الله ) ، قال: كانوا يجلسون في الطريق ، فيخبرون مَنْ أتى عليهم: أن شعيبًا عليه السلام كذاب، فلا يفتنكم عن دينكم. حدثني محمد بن عمرو قال، حدثنا أبو عاصم قال، حدثنا عيسى، عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد في قول الله تعالى: ( بكل صراط ) ، قال:طريق=(توعدون) ، بكل سبيل حق. (19) 14846-حدثني المثنى قال، حدثنا أبو حذيفة قال، حدثنا شبل، عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد، نحوه. 14847-حدثني محمد بن الحسين قال، حدثنا أحمد بن مفضل قال، حدثنا أسباط، عن السدي: ( ولا تقعدوا بكل صراط توعدون ) ، كانوا يقعدون على كل طريق يوعدون المؤمنين. 14848-حدثنا ابن وكيع قال، حدثنا حميد بن عبد الرحمن، عن قيس، عن السدي: ( ولا تقعدوا بكل صراط توعدون ) ، قال: العشَّارُون. حدثنا علي بن سهل قال، حدثنا حجاج قال، حدثنا أبو جعفر الرازي، عن الربيع بن أنس، عن أبي العالية، عن أبي هريرة أو غيره= شك أبو جعفر الرازي = قال: أتى النبيُّ صلى الله عليه وسلم ليلة أُسْرِي به على خشبة على الطريق ، لا يمرُّ بها ثوبٌ إلا شقته ، ولا شيء إلا خرقته ، قال: ما هذا يا جبريل ؟ ، قال: هذا مثل أقوام من أمتك يقعدون على الطريق فيقطعونه! ثم تلا( ولا تقعدوا بكل صراط توعدون وتصدون). (20) * * * وهذا الخبر الذي ذكرناه عن أبي هريرة ، يدلّ على أن معناه كان عند أبي هريرة: أن نبي الله شعيبًا إنما نهى قومه بقوله: ( ولا تقعدوا بكل صراط توعدون ) ، عن قطع الطريق، وأنهم كانوا قُطَّاع الطريق. * * * وقيل: ( ولا تقعدوا بكل صراط توعدون ) ، ولو قيل في غير القرآن: " لا تقعدوا في كلّ صراط" ، كان جائزًا فصيحًا في الكلام ، وإنما جاز ذلك لأن الطريق ليس بالمكان المعلوم، فجاز ذلك كما جاز أن يقال: " قعد له بمكان كذا، وعلى مكان كذا، وفي مكان كذا ". * * * وقال: ( توعدون ) ، ولم يقل: " تَعِدُون "، لأن العرب كذلك تفعل فيما أبهمت ولم تفصح به من الوعيد. تقول: " أوعدته " بالألف ،" وتقدَّم مني إليه وعيد "، فإذا بينت عما أوعدت وأفصحت به، (21) قالت: " وعدته خيرًا "، و " وعدته شرًّا " ، بغير ألف، كما قال جل ثناؤه: النَّارُ وَعَدَهَا اللَّهُ الَّذِينَ كَفَرُوا ، [سورة الحج: 72]. * * * وأما قوله: ( وتصدون عن سبيل الله من آمن به ) ، فإنه يقول: وتردُّون عن طريق الله ، وهو الردُّ عن الإيمان بالله والعمل بطاعته (22) =(من آمن به)، يقول: تردُّون عن طريق الله مَنْ صدق بالله ووحّده=( وتبغونها عوجًا ) ، يقول: وتلتمسون لمن سلك سبيل الله وآمن به وعمل بطاعته (23) =(عوجًا) ، عن القصد والحق ، إلى الزيغ والضلال ، (24) كما:- 14849-حدثني محمد بن عمرو قال، حدثنا أبو عاصم قال، حدثنا عيسى، عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد: ( وتصدون عن سبيل الله ) ، قال: أهلها=( وتبغونها عوجًا ) ، تلتمسون لها الزيغ. 14850-حدثني المثنى قال، حدثنا أبو حذيفة قال، حدثنا شبل، عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد، بنحوه. 14851-حدثنا محمد بن عبد الأعلى قال، حدثنا محمد بن ثور، عن معمر، عن قتادة: ( وتبغونها عوجًا ) ، قال: تبغون السبيل عن الحق عوجًا. 14852-حدثني محمد بن الحسين قال، حدثنا أحمد بن المفضل قال، حدثنا أسباط، عن السدي: ( وتصدون عن سبيل الله ) ، عن الإسلام= تبغون السبيل=( عوجًا ) ، هلاكًا. * * * وقوله: ( واذكروا إذ كنتم قليلا فكثركم ) ، يذكرهم شعيب نعمة الله عندهم بأن كثّرَ جماعتهم بعد أن كانوا قليلا عددهم، وأنْ رَفعهم من الذلة والخساسة ، يقول لهم: فاشكروا الله الذي أنعم عليكم بذلك ، وأخلصوا له العبادة، واتقوا عقوبته بالطاعة، واحذروا نقمته بترك المعصية ،=(وانظروا كيف كان عاقبة المفسدين ) ، يقول: وانظروا ما نـزل بمن كان قبلكم من الأمم حين عتوا على ربهم وعصوا رسله، من المَثُلات والنقمات، وكيف وجدوا عقبى عصيانهم إياه؟ (25) ألم يُهلك بعضهم غرقًا بالطوفان ، وبعضهم رجمًا بالحجارة ، وبعضهم بالصيحة؟ * * * و " الإفساد " ، في هذا الموضع ، معناه: معصية الله. (26) ------------------- الهوامش : (18) انظر تفسير"الصراط" فيما سلف 1: 170- 177 ، ثم فهارس اللغة (سرط). (19) في المطبوعة: حذف"قال: طريق" ، وغير سائر العبارة فكتب: "توعدون كل سبيل حق" ، فأفسد الكلام إفسادًا!! والصواب من المخطوطة. (20) الأثر: 14853- هذا مختصر من أثر طويل ، سيرويه أبو جعفر بهذا الإسناد في تفسير"سورة الإسراء" 15: 6 (بولاق) ، وسيأتي تخريجه هناك. و"أبو جعفر الرازي" و"الربيع بن أنس" ، و"أبو العالية" ، ثقات جميعًا ، ومضوا في مواضع مختلفة. وهذا الخبر ذكره الهيثمي مطولا في مجمع الزوائد 1: 67- 72 وقال: "رواه البزار ورجاله موثقون ، إلا أن الربيع بن أنس قال: عن أبي العالية أو غيره ، فتابعيه مجهول". ولكن نص أبي جعفر هنا وهناك ، يدل على أن أبا جعفر الرازي شك في أنه عن أبي هريرة أو غيره من الصحابة ، فلعل ما في رواية البزار مخالف لما في رواية أبي جعفر الطبري. وخرجه السيوطي في الدر المنثور 4: 144 مطولا ، ونسبه إلى البزار ، وأبي يعلي ، وابن جرير ، ومحمد بن نصر المروزي في كتاب الصلاة ، وابن أبي حاتم ، وابن عدي ، وابن مردويه ، والبيهقي في الدلائل. (21) في المخطوطة: (( فإذا نصب عما أوعدت" غير منقوطة ، ولم أحسن توجيه قراءتها ، فتركت ما في المطبوعة على حاله ، إذ كان صوابًا واضحًا. 1 ، وانظر معاني القرآن للفراء 1: 385. (22) انظر تفسير"الصد" فيما سلف ص: 448 ، تعليق: 1 ، والمراجع هناك. (23) انظر تفسير"بغى" فيما سلف ص: 448 ، تعليق: 3 ، والمراجع هناك. (24) انظر تفسير"العوج" فيما سلف 7: 54/ 12: 448. (25) انظر تفسير"العاقبة" فيما سلف 11: 272 ، 273/ 12: 129. (26) انظر تفسير"الإفساد" فيما سلف ص: 556 ، تعليق 1 ، والمراجع هناك.