Tabari
Terug naar surah 7, ayah 64

Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:64

فَكَذَّبُوهُ فَأَنجَيْنَٰهُ وَٱلَّذِينَ مَعَهُۥ فِى ٱلْفُلْكِ وَأَغْرَقْنَا ٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَٰتِنَآ ۚ إِنَّهُمْ كَانُوا۟ قَوْمًا عَمِينَ

Toen loochenden zij hem (Nôeh), waarna Wij hem redden en degenen met hem in het schip. En Wij verdronken hen die Onze Tekenen loochenden. Voorwaar, zij waren een blind volk.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: فَكَذَّبُوهُ فَأَنْجَيْنَاهُ وَالَّذِينَ مَعَهُ فِي الْفُلْكِ وَأَغْرَقْنَا الَّذِينَ كَذَّبُوا بِآيَاتِنَا إِنَّهُمْ كَانُوا قَوْمًا عَمِينَ (7:64) (Maar zij verloochenden hem, dus redden Wij hem en hen die met hem waren in de ark, en Wij verdronken hen die Onze tekenen verloochenden. Voorwaar, zij waren een blind volk.)

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: Zijn volk verloochende Nūḥ toen hij hun berichtte dat hij een boodschapper van Allah aan hen was, die hun beval de afgoden af te zweren, de eenheid van Allah te erkennen en gehoorzaamheid aan Hem te betrachten. Maar zij weerstreefden het bevel van hun Heer en volhardden in hun overmoed, ronddolend. Toen redde Allah hem in de ark, en hen die met hem waren van de gelovigen in hem, en zij waren met Nūḥ — vrede zij met hem — tien zielen, volgens hetgeen:-

    14792 - Ibn Ḥumayd heeft mij dit verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Ibn Isḥāq: Nūḥ, en zijn drie zonen Sām, Ḥām en Yāfith, en hun echtgenotes, en zes mensen van degenen die in hem geloofd hadden.

    * * *

    En hij nam met zich mee in de ark van elk paar twee, zoals Hij, gezegend en verheven, gezegd heeft: وَمَنْ آمَنَ وَمَا آمَنَ مَعَهُ إِلا قَلِيلٌ [Surah Hūd: 40] (En wie geloofde; en slechts weinigen geloofden met hem).

    * * *

    En "al-fulk", dat is het schip.

    * * *

    "En Wij verdronken hen die Onze tekenen verloochenden", Hij zegt: en Allah verdronk door de zondvloed hen die Zijn bewijzen verloochenden, Zijn boodschappers niet volgden en Zijn welgemeende raad omtrent Allah niet aanvaardden.

    ="Voorwaar, zij waren een blind volk", Hij zegt: blind voor de waarheid, zoals:-

    14793 - Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, omtrent de uitspraak van Allah: "blind", hij zei: voor de waarheid.

    14794 - Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei omtrent zijn uitspraak: "een blind volk", hij zei: de blindheid, de blinde voor de waarheid.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : فَكَذَّبُوهُ فَأَنْجَيْنَاهُ وَالَّذِينَ مَعَهُ فِي الْفُلْكِ وَأَغْرَقْنَا الَّذِينَ كَذَّبُوا بِآيَاتِنَا إِنَّهُمْ كَانُوا قَوْمًا عَمِينَ (64) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره: فكذب نوحًا قومه إذ أخبرهم أنه لله رسولٌ إليهم، يأمرهم بخلع الأنداد، والإقرار بوحدانية الله، والعمل بطاعته، وخالفوا أمر ربهم، ولجُّوا في طغيانهم يعمهون، فأنجاه الله في الفلك والذين معه من المؤمنين به، وكانوا بنوح عليه السلام أنفسًا عشرة، (16) فيما:- 14792 - حدثني به ابن حميد قال، حدثنا سلمة، عن ابن إسحاق: نوح، وبنوه الثلاثة سامٌ وحام ويافث، وأزواجهم، وستة أناسيّ ممن كان آمن به. * * * وكان حمل معه في الفلك من كل زوجين اثنين، كما قال تبارك وتعالى: وَمَنْ آمَنَ وَمَا آمَنَ مَعَهُ إِلا قَلِيلٌ [ سورة هود: 40 ]. * * * و " الفلك " ، هو السفينة. * * * " وأغرقنا الذين كذبوا بآياتنا " ، يقول: وأغرق الله الذين كذبوا بحججه، ولم يتبعوا رسله، ولم يقبلوا نصيحته إياهم في الله بالطوفان. =" إنهم كانوا قومًا عمين " ، يقول: عمين عن الحق، كما:- 14793 - حدثني محمد بن عمرو قال، حدثنا أبو عاصم قال، حدثنا عيسى، عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد في قول الله: " عمين " ، قال: عن الحق. 14794 - حدثني يونس قال، أخبرنا ابن وهب قال، قال ابن زيد في قوله: " قوما عمين " ، قال: العَمَى، العامي عن الحق. (17) ---------------- الهوامش : (16) في المخطوطة ما أثبت ، ولكن ناشر المطبوعة اجتهد فكتب"وكانوا بنوح عليه السلام ثلاث عشرة" ، وهو تصرف معيب ، فإن خبر ابن إسحاق هذا سيأتي في تفسير"سورة هود" 12: 26 (بولاق) ، وفيه: "فكانوا عشرة نفر بنوح وبنيه وأزواجهم" ، فنوح وبنوه أربعة ، وستة أناسي ، فهذه عشرة. أما الأزواج فإنه لم يدخلهن في العدة كما ترى ، وإنما عنى عدد الرجال دون النساء. (17) انظر تفسير"العمى" فيما سلف 11: 372 ، تعليق: 1 ، والمراجع هناك.