Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:60
De vooraanstaanden van zijn volk zeiden: "Voorwaar, wij zien jou zeker in duidelijke dwaling verkeren."
De uitleg van de uitspraak van Allah: "De vooraanstaanden (al-malaʾ) van zijn volk zeiden: 'Wij zien jou waarlijk in duidelijke dwaling.'" (7:60)
Abū Jaʿfar zei: Dit is een bericht van Allah, verheven zij Zijn lof, over het antwoord van de polytheïsten (mushrikīn) onder het volk van Nūḥ aan Nūḥ. Zij zijn "de vooraanstaanden" (al-malaʾ) — en "al-malaʾ" betekent: de groep mannen, zonder dat zich een vrouw onder hen bevindt. Zij zeiden tot hem, toen hij hen opriep tot de aanbidding van Allah alleen, zonder dat Hij een deelgenoot heeft: "Wij zien jou waarlijk," o Nūḥ, "in duidelijke dwaling," waarmee zij bedoelen: in een aangelegenheid die afwijkt van de waarheid, waarvan het afwijken van het rechte pad der waarheid duidelijk is voor wie haar overweegt.