Tabari
Terug naar surah 7, ayah 55

Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:55

ٱدْعُوا۟ رَبَّكُمْ تَضَرُّعًۭا وَخُفْيَةً ۚ إِنَّهُۥ لَا يُحِبُّ ٱلْمُعْتَدِينَ

Roept jullie Heer aan in nederigheid en (met) zachtheid. Voorwaar, Hij houdt niet van de overtreders.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Uitleg van de uitspraak van de Verhevene: ادْعُوا رَبَّكُمْ تَضَرُّعًا وَخُفْيَةً إِنَّهُ لا يُحِبُّ الْمُعْتَدِينَ ("Roept jullie Heer aan in nederigheid en in het verborgene; voorwaar, Hij heeft de overtreders niet lief") (55).

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens lof gemeld wordt, zegt: roept, o mensen, jullie Heer aan, Hem alleen, en houdt de aanroep zuiver voor Hem, zonder wat jullie naast Hem aanroepen aan goden en beelden = "in nederigheid (taḍarruʿan)", Hij zegt: in onderworpenheid en deemoed voor Zijn gehoorzaamheid (21) = "en in het verborgene (khufyatan)", Hij zegt: met de ootmoed van jullie harten, en de oprechtheid van de zekerheid van jullie omtrent Zijn eenheid in wat tussen jullie en Hem is, niet luidruchtig en uit vertoon, terwijl jullie harten niet overtuigd zijn van Zijn eenheid en Zijn heerschappij, zoals de handelwijze van de mensen van de hypocrisie (nifāq) en het bedrog jegens Allah en jegens Zijn boodschapper, (22) zoals:

    14777 — Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: Suwayd ibn Naṣr heeft ons verteld, hij zei: Ibn al-Mubārak heeft ons bericht, op gezag van al-Mubārak ibn Faḍāla, op gezag van al-Ḥasan, hij zei: Voorwaar, de man had de gehele Koran bijeengebracht, en zijn buurman wist het niet. En voorwaar, de man had veel kennis van de fiqh verworven, en de mensen wisten het niet. En voorwaar, de man verrichtte het lange gebed in zijn huis terwijl er bezoekers bij hem waren, (23) en zij merkten het niet. En wij hebben volkeren aangetroffen bij wie er op aarde geen werk was dat zij in het geheim konden verrichten waarvan zij het ooit openlijk zouden maken! En voorwaar, de moslims spanden zich in bij het aanroepen, terwijl er geen stem van hen werd gehoord; het was slechts een gefluister tussen hen en hun Heer, en dat is omdat Allah zegt: "Roept jullie Heer aan in nederigheid en in het verborgene", en dat is omdat Allah een rechtschapen dienaar vermeldde wiens daad Hij behaagde en zei: إِذْ نَادَى رَبَّهُ نِدَاءً خَفِيًّا ("toen hij zijn Heer aanriep met een verborgen aanroep") [Surah Maryam: 3].

    14778 — Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Jarīr heeft ons verteld, op gezag van ʿĀṣim al-Aḥwal, op gezag van Abū ʿUthmān al-Nahdī, op gezag van Abū Mūsā, hij zei: De Profeet ﷺ was op een veldtocht (ghazāh), (24) en zij verschenen boven een dal, luid de takbīr en de tahlīl uitend en hun stemmen verheffend. Toen zei hij: "O mensen, weest mild voor jullie zelf, want jullie roepen geen dove of afwezige aan! Jullie roepen een Horende, een Nabije aan, en Hij is met jullie." (25)

    14779 — Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van ʿAṭāʾ al-Khurāsānī, op gezag van Ibn ʿAbbās, betreffende zijn uitspraak: "Roept jullie Heer aan in nederigheid en in het verborgene", hij zei: in het geheim.

    * * *

    Wat betreft Zijn uitspraak: "voorwaar, Hij heeft de overtreders (muʿtadīn) niet lief", de betekenis ervan is: voorwaar, jullie Heer heeft niet lief wie overtreedt en zo de grens overschrijdt die Hij voor Zijn dienaren heeft gesteld in hun aanroep en hun smeekbede tot hun Heer, en zijn stem verheft boven de grens die voor hen is gesteld in hun aanroep tot Hem en hun smeekbede, en in andere zaken dan dat, (26) zoals:

    14780 — Yaʿqūb ibn Ibrāhīm heeft mij verteld, hij zei: Muʿtamir ibn Sulaymān heeft ons verteld, hij zei: Ismāʿīl ibn Ḥammād ibn Abī Sulaymān heeft ons bericht, op gezag van ʿAbbād ibn ʿAbbād, op gezag van ʿAlqama, op gezag van Abū Mijlaz: "Roept jullie Heer aan in nederigheid en in het verborgene; voorwaar, Hij heeft de overtreders niet lief", hij zei: hij vraagt niet om de verblijfplaatsen van de profeten, vrede zij met hen.

    14781 — Al-Qāsim heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van ʿAṭāʾ al-Khurāsānī, op gezag van Ibn ʿAbbās: "voorwaar, Hij heeft de overtreders niet lief", in de aanroep en niet in iets anders = Ibn Jurayj zei: voorwaar, tot de aanroep behoort een overtreding; het verheffen van de stem en het geroep en het geschreeuw bij de aanroep wordt afgekeurd, en er wordt opgedragen tot nederigheid en deemoed.

    -------------------

    De voetnoten:

    (21) Zie de uitleg van "al-taḍarruʿ" in het voorgaande 11:355, 414.

    (22) Zie de uitleg van "khufya" in het voorgaande 11:414.

    (23) "Al-zawr" (met fatḥa dan sukūn) is het meervoud van "zāʾir" (bezoeker), zoals "ṣāḥib" en "ṣaḥb". In het handschrift staat "al-zuwwar", met de pen vastgesteld met een ḍamma op de zāy en een verdubbelde, met fatḥa gevocaliseerde wāw, en dat is eveneens juist.

    (24) Deze veldtocht is de veldtocht van Khaybar.

    (25) De overlevering 14778: al-Bukhārī heeft haar overgeleverd in zijn Ṣaḥīḥ (al-Fatḥ 7:363), en Muslim in zijn Ṣaḥīḥ 17:25, via deze weg, in uitgebreide vorm. En zijn uitspraak: "weest mild voor jullie zelf", dat wil zeggen: weest zachtmoedig met jullie zelf en verlaagt jullie stemmen. In het handschrift staat: "een Horende, een Nabije, Ik ben met jullie", zonder diakritische punten, en ik heb vastgesteld wat in de twee Ṣaḥīḥs staat; en in de gedrukte editie is weggelaten wat in het handschrift staat, en er is geen "Hij is" toegevoegd, die ik heb toegevoegd.

    (26) Zie de uitleg van "al-iʿtidāʾ" in het voorgaande van de taalkundige indexen (ʿadā).

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : ادْعُوا رَبَّكُمْ تَضَرُّعًا وَخُفْيَةً إِنَّهُ لا يُحِبُّ الْمُعْتَدِينَ (55) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره: ادعوا، أيها الناس، ربَّكم وحده، فأخلصوا له الدعاء، دون ما تدعون من دونه من الآلهة والأصنام =" تضرعًا " ، يقول: تذلُّلا واستكانة لطاعته (21) =" وخفية " ، يقول بخشوع قلوبكم، وصحة اليقين منكم بوحدانيته فيما بينكم وبينه، لا جهارًا ومراءاةً، وقلوبكم غير موقنة بوحدانيته وربوبيته، فعلَ أهل النفاق والخداع لله ولرسوله، (22) كما:- 14777 - حدثني المثنى قال، حدثنا سويد بن نصر قال، أخبرنا ابن المبارك، عن المبارك بن فضالة، عن الحسن قال: إنْ كانَ الرجل لقد جمع القرآن، وما يشعرُ جارُه. وإن كان الرجل لقد فَقُه الفقهَ الكثير، وما يشعرُ به الناس. وإن كان الرجل ليصلي الصلاة الطويلة في بيته وعنده الزَّوْر، (23) وما يشعرون به. ولقد أدركنا أقوامًا ما كان على الأرض من عمل يقدرون على أن يعملوه في السرّ فيكون علانية أبدًا! ولقد كان المسلمون يجتهدون في الدعاء، وما يُسمع لهم صوت، إن كان إلا همسًا بينهم وبين ربهم، وذلك أن الله يقول: " ادعوا ربكم تضرعًا وخفية " ، وذلك أن الله ذكر عبدًا صالحًا فرضِي فعله فقال: إِذْ نَادَى رَبَّهُ نِدَاءً خَفِيًّا ، [ سورة مريم: 3 ] . 14778 - حدثنا ابن حميد قال، حدثنا جرير، عن عاصم الأحول، عن أبي عثمان النهدي، عن أبي موسى قال: كان النبي صلى الله عليه وسلم في غَزَاة، (24) فأشرفوا على وادٍ يكبرون ويهللون ويرفعون أصواتهم، فقال: " أيها الناس، اربَعُوا على أنفسكم، إنكم لا تدعون أصمَّ ولا غائبًا! إنكم تدعون سميعًا قريبًا وهو معكم ". (25) 14779 - حدثنا القاسم قال، حدثنا الحسين قال، حدثني حجاج، عن ابن جريج، عن عطاء الخراساني، عن ابن عباس قوله: " ادعوا ربكم تضرعًا وخفية " ، قال: السر. * * * وأما قوله: " إنه لا يحب المعتدين " ، فإن معناه: إن ربكم لا يحب من اعتدى فتجاوز حدَّه الذي حدَّه لعباده في دعائه ومسألته ربَّه، ورفعه صوته فوق الحد الذي حدَّ لهم في دعائهم إياه، ومسألتهم، وفي غير ذلك من الأمور، (26) كما:- 14780 - حدثني يعقوب بن إبراهيم قال، حدثنا معتمر بن سليمان قال، أنبأنا إسماعيل بن حماد بن أبي سليمان، عن عباد بن عباد، عن علقمة، عن أبي مجلز: " ادعوا ربكم تضرعًا وخفية إنه لا يحب المعتدين " ، قال: لا يسأل منازلَ الأنبياء عليهم السلام. 14781 - حدثني القاسم قال، حدثنا الحسين قال، حدثني حجاج، عن ابن جريج، عن عطاء الخراساني، عن ابن عباس: " إنه لا يحب المعتدين " ، في الدعاء ولا في غيره = قال ابن جريج: إن من الدعاء اعتداءً، يُكره رفعُ الصوتِ والنداءُ والصياحُ بالدعاء، ويُؤمر بالتضرُّع والاستكانة. ------------------- الهوامش : (21) انظر تفسير"التضرع" فيما سلف 11: 355 ، 414. (22) انظر تفسير"خفية" فيما سلف 11: 414. (23) "الزور" (بفتح فسكون) جمع"زائر" ، مثل"صاحب" و"صحب". وفي المخطوطة: "الزور" مضبوطة بالقلم بضم الزاي وتشديد الواو مفتوحة ، وهو صواب أيضًا. (24) هذه الغزاة ، هي غزوة خيبر. (25) الأثر: 14778- رواه البخاري في صحيحه (الفتح 7: 363) ، ومسلم في صحيحه 17: 25 من هذه الطريق ، مطولا. وقوله: "اربعوا على أنفسكم" ، أي : ارفقوا بأنفسكم ، واخفضوا أصواتكم. وفي المخطوطة: "سميعًا قريبًا أنا معكم" غير منقوطة ، وأثبت ما في الصحيحين ، وفي المطبوعة ، حذف ما في المخطوطة ، ولم يزد"وهو" التي زدتها. (26) انظر تفسير"الاعتداء" فيما سلف من فهارس اللغة (عدا).