Tabari
Terug naar surah 7, ayah 33

Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:33

قُلْ إِنَّمَا حَرَّمَ رَبِّىَ ٱلْفَوَٰحِشَ مَا ظَهَرَ مِنْهَا وَمَا بَطَنَ وَٱلْإِثْمَ وَٱلْبَغْىَ بِغَيْرِ ٱلْحَقِّ وَأَن تُشْرِكُوا۟ بِٱللَّهِ مَا لَمْ يُنَزِّلْ بِهِۦ سُلْطَٰنًۭا وَأَن تَقُولُوا۟ عَلَى ٱللَّهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ

Zeg: "Mijn Heer heeft slechts de zedeloosheden verboden, wat er openlijk van is en wat er verborgen van is; en de zonde; en de overtreding zonder recht; en dat jullie Allah deelgenoten toekennen, waarvoor Hij geen bewijs heeft neergezonden en dat jullie over Allah zeggen wat jullie niet weten."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn woord: "Zeg: Mijn Heer heeft slechts de gruweldaden verboden, datgene wat ervan openlijk is en datgene wat verborgen is, en de zonde, en de onrechtmatige overtreding zonder recht."

    Abū Jaʿfar zei: Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt tegen Zijn profeet Mohammed ﷺ: Zeg, o Mohammed, tegen deze polytheïsten (mushrikīn) die zich van hun kleding ontdoen voor de omgang (ṭawāf) rond het Huis, en die het eten verbieden van de goede dingen die Allah hun uit Zijn voorziening heeft toegestaan: O volk, Allah heeft niet verboden wat jullie verbieden; integendeel, Hij heeft dat toegestaan aan Zijn gelovige dienaren en het goed voor hen verklaard. Mijn Heer heeft slechts de afschuwelijke dingen verboden = en dat zijn "de gruweldaden" (al-fawāḥish) = "datgene wat ervan openlijk is", dus wat in het openbaar gebeurt = "en datgene wat verborgen is", daarvan, dus wat in het geheim en in het verborgene gebeurt.

    Er is van Mujāhid hierover overgeleverd het volgende:

    14551 - Al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: ʿAbd al-ʿAzīz heeft mij verteld, hij zei: Abū Saʿd heeft ons verteld, hij zei: ik hoorde Mujāhid zeggen over Zijn woord: "datgene wat ervan openlijk is en datgene wat verborgen is", hij zei: "datgene wat ervan openlijk is" is de omgang (ṭawāf) van de mensen uit de tijd van onwetendheid (al-jāhiliyya) in naaktheid = "en datgene wat verborgen is" is de ontucht (al-zinā).

    Ik heb het meningsverschil van de exegeten over de uitleg hiervan reeds eerder met de overleveringen vermeld, en daarom heb ik herhaling ervan vermeden.

    Wat "de zonde" (al-ithm) betreft: dat is de ongehoorzaamheid = "en de onrechtmatige overtreding" (al-baghy) is het zich verheffen boven de mensen.

    Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt: Mijn Heer heeft slechts de gruweldaden verboden, samen met de zonde en de onrechtmatige overtreding tegen de mensen.

    En in de zin van wat wij hierover hebben gezegd, hebben de exegeten gesproken.

    * Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    14552 - Mohammed ibn al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Aḥmad ibn al-Mufaḍḍal heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī: "en de zonde en de onrechtmatige overtreding", wat "de zonde" betreft, dat is de ongehoorzaamheid = en "de onrechtmatige overtreding" is dat men zich onrechtmatig, zonder recht, boven de mensen verheft.

    14553 - Al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: ʿAbd al-ʿAzīz heeft ons verteld, hij zei: Abū Saʿd heeft ons verteld, hij zei: ik hoorde Mujāhid over Zijn woord: "datgene wat ervan openlijk is en datgene wat verborgen is, en de zonde en de onrechtmatige overtreding", hij zei: Hij verbood "de zonde", en dat zijn alle daden van ongehoorzaamheid = en Hij berichtte dat de onrechtmatige overtreding van de overtreder op hemzelf neerkomt.

    De uitleg van Zijn woord: "en dat jullie deelgenoten aan Allah toekennen waarvoor Hij geen gezag heeft neergezonden, en dat jullie over Allah zeggen wat jullie niet weten" (7:33).

    Abū Jaʿfar zei: Hij, verheven is Zijn lof, zegt: Mijn Heer heeft slechts de gruweldaden verboden, en het toekennen van deelgenoten aan Hem (shirk), dat jullie naast Allah een andere god aanbidden = "waarvoor Hij geen gezag heeft neergezonden", Hij zegt: jullie Heer heeft jullie verboden dat jullie in Zijn aanbidding iets als deelgenoot aan Hem toevoegen, iets waarvoor Hij jullie in dat toekennen van deelgenoten aan Hem geen bewijsgrond of bewijs heeft gegeven, en dat is "het gezag" (al-sulṭān) = "en dat jullie over Allah zeggen wat jullie niet weten", Hij zegt: en dat jullie zeggen dat Allah jullie heeft bevolen je te ontbloten en je te ontkleden voor de omgang rond het Huis, en dat Hij jullie het eten heeft verboden van dit vee dat jullie verboden hebben verklaard, vrij hebt laten rondlopen, en tot waṣīla en ḥāmī hebt gemaakt, en andere dingen waarvan jullie niet weten dat Allah ze heeft verboden, geboden of toegestaan, en dat jullie aan Allah het verbieden ervan, het verhinderen ervan en het gebieden ervan toeschrijven. Want dát is wat Allah jullie verboden heeft, en niet datgene waarvan jullie beweren dat Allah het verboden heeft, of waarvan jullie zeggen dat Allah het jullie geboden heeft, uit onwetendheid van jullie kant over de werkelijkheid van wat jullie zeggen en aan Allah toeschrijven.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : قُلْ إِنَّمَا حَرَّمَ رَبِّيَ الْفَوَاحِشَ مَا ظَهَرَ مِنْهَا وَمَا بَطَنَ وَالإِثْمَ وَالْبَغْيَ بِغَيْرِ الْحَقِّ قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره لنبيه محمد: قل، يا محمد، لهؤلاء المشركين الذين يتجرّدون من ثيابهم للطواف بالبيت, ويحرمون أكل طيبات ما أحل الله لهم من رزقه: أيها القوم، إن الله لم يحرم ما تحرمونه, بل أحل ذلك لعباده المؤمنين وطيَّبه لهم، وإنما حرم ربِّي القبائح من الأشياء = وهي" الفواحش " (28) =" ما ظهر منها "، فكان علانية =" وما بطن "، منها فكان سرًّا في خفاء. (29) * * * وقد روي عن مجاهد في ذلك ما:- 14551- حدثني الحارث قال، حدثني عبد العزيز قال، حدثنا أبو سعد قال، سمعت مجاهدًا يقول في قوله: (ما ظهر منها وما بطن)، قال: " ما ظهر منها "، طوافُ أهل الجاهلية عراة=" وما بطن "، الزنى. * * * وقد ذكرت اختلاف أهل التأويل في تأويل ذلك بالروايات فيما مضى، فكرهت إعادته. (30) * * * وأما " الإثم "، فإنه المعصية =" والبغي"، الاستطالة على الناس. (31) * * * يقول تعالى ذكره: إنما حرم ربي الفواحش مع الإثم والبغي على الناس. * * * وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: 14552- حدثنا محمد بن الحسين قال، حدثنا أحمد بن المفضل قال، حدثنا أسباط, عن السدي: (والإثم والبغي)، أما " الإثم " فالمعصية = و " البغي"، أن يبغي على الناس بغير الحق. 14553- حدثني الحارث قال، حدثنا عبد العزيز قال، حدثنا أبو سعد قال، سمعت مجاهدًا في قوله: (ما ظهر منها وما بطن والإثم والبغي)، قال: نهى عن " الإثم "، وهي المعاصي كلها = وأخبر أن الباغيَ بَغْيُه كائنٌ على نفسه. (32) * * * القول في تأويل قوله : وَأَنْ تُشْرِكُوا بِاللَّهِ مَا لَمْ يُنَزِّلْ بِهِ سُلْطَانًا وَأَنْ تَقُولُوا عَلَى اللَّهِ مَا لا تَعْلَمُونَ (33) قال أبو جعفر: يقول جل ثناؤه: إنما حرم ربي الفواحش والشرك به، أن تعبدوا مع الله إلهًا غيره =(ما لم ينـزل به سلطانًا)، يقول: حرم ربكم عليكم أن تجعلوا معه في عبادته شِرْكًا لشيء لم يجعل لكم في إشراككم إياه في عبادته حجة ولا برهانًا, وهو " السلطان " (33) =(وأن تقولوا على الله ما لا تعلمون )، يقول: وأن تقولوا إن الله أمركم بالتعرِّي والتجرُّد للطواف بالبيت, وحرم عليكم أكل هذه الأنعام التي حرمتموها وسيَّبتموها وجعلتموها وصائل وحوامي, وغير ذلك مما لا تعلمون أن الله حرّمه، أو أمر به، أو أباحه, فتضيفوا إلى الله تحريمه وحَظْره والأمر به, فإن ذلك هو الذي حرمه الله عليكم دون ما تزعمون أن الله حرمه، أو تقولون إن الله أمركم به، جهلا منكم بحقيقة ما تقولون وتضيفونه إلى الله. ---------------- الهوامش : (28) انظر تفسير (( الفاحشة )) فيما سلف ص : 377 ، تعليق : 2 ، والمراجع هناك . (29) انظر تفسير (( ظهر )) و (( يظن )) فيما سلف ص : 218 ، تعليق : 2 ، والمراجع هناك . (30) انظر ما سلف ص 218 ، تعليق : 2 ، والمراجع هناك . (31) انظر تفسير (( الإثم )) فيما سلف من فهارس اللغة ( أثم ) . = وتفسير (( البغي )) فيما سلف 2 : 342 /3 : 322 / 4 : 281 / 6 : 276 . (32) في المخطوطة : (( أن اكتفى بغيه على نفسه )) ، وهو شيء لا يقرأ ، والذي في المطبوعة أشبه بالصواب . (33) انظر تفسير (( السلطان )) فيما سلف 11 : 490 ، تعليق : 1 ، والمراجع هناك .