Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:19
En: "O Adam, verblijft in het Paradijs, jij en je vrouw, en eet wat jullie willen, en nadert deze boom niet, want dan zullen jullie tot de onrechtplegers behoren."
De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: وَيَا آدَمُ اسْكُنْ أَنْتَ وَزَوْجُكَ الْجَنَّةَ فَكُلا مِنْ حَيْثُ شِئْتُمَا وَلا تَقْرَبَا هَذِهِ الشَّجَرَةَ فَتَكُونَا مِنَ الظَّالِمِينَ (7:19) ("En o Adam, bewoon jij en je echtgenote het paradijs (al-janna) en eet van waar jullie beiden willen, maar nadert deze boom niet, anders zullen jullie tot de onrechtdoeners behoren.")
Abū Jaʿfar zei: Allah, de Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: En Allah zei tot Adam: (o Adam, bewoon jij en je echtgenote het paradijs en eet van waar jullie beiden willen). Zo deed Hij, wiens lof verheven is, Adam en zijn echtgenote in het paradijs (janna) wonen, nadat Hij Iblīs daaruit had neergeworpen en hem daaruit had verdreven; en Hij stond hun toe te eten van de vruchten ervan vanuit elke plaats die zij daarvan wilden, en Hij verbood hun de vrucht van een bepaalde boom te naderen.
* * *
Wij hebben reeds het meningsverschil van de mensen van de uitleg (ahl al-taʾwīl) hierover vermeld, alsook wat wij daarin als juist beschouwen, op een andere plaats dan deze, en wij vonden het onwenselijk het te herhalen.
* * *
(Anders zullen jullie tot de onrechtdoeners behoren), Hij zegt: dan zullen jullie behoren tot wie het gebod van zijn Heer overtreedt en doet wat hem niet toekomt te doen.