Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:186
En wie door Allah tot dwaling gebracht wordt: voor hem is er geen leider en Hij laat hen onrustig in hun overtreding verkeren.
De uitspraak over de uitleg van Zijn woord: مَنْ يُضْلِلِ اللَّهُ فَلا هَادِيَ لَهُ وَيَذَرُهُمْ فِي طُغْيَانِهِمْ يَعْمَهُونَ (186) (Wie Allah laat dwalen, voor hem is er geen leider, en Hij laat hen in hun verdorvenheid blindelings ronddolen.)
Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: Het zich afwenden van hen die Onze tekenen loochenden, die nalieten na te denken over de bewijzen van Allah en daarover te overpeinzen, is een gevolg van het feit dat Allah hen heeft laten dwalen. Indien Allah hen had geleid, zouden zij lering hebben getrokken en zouden zij hebben nagedacht, zodat zij hun rechte weg hadden ingezien. Maar Allah heeft hen laten dwalen, zodat zij geen rechte weg zien en geen pad volgen. En wie Hij van de rechte leiding doet afdwalen, voor hem is er geen leider die hem daarheen voert. Maar Allah laat hen in hun voortdurende volharding in hun ongeloof (kufr) en hun opstandigheid in hun toekennen van deelgenoten aan Allah (shirk), waarin zij heen en weer dwalen, opdat zij het einddoel verdienen dat Allah voor hen heeft voorgeschreven aan Zijn bestraffing en pijnlijke vergelding.