Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:182
En degenen die Onze Verzen loochenden, die zullen Wij geleidelijk naar de vernietiging voeren, ze dat zij het niet weten.
De uitleg over de uitspraak van de Verhevene: وَالَّذِينَ كَذَّبُوا بِآيَاتِنَا سَنَسْتَدْرِجُهُمْ مِنْ حَيْثُ لا يَعْلَمُونَ (182) (En degenen die Onze tekenen verloochenen, Wij zullen hen geleidelijk dichterbij doen komen [tot hun ondergang] vanwaar zij het niet weten.) (182)
Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: En degenen die Onze bewijzen en Onze tekenen verloochend hebben, en die loochenden en zich daardoor niet lieten vermanen, Wij zullen hem uitstel geven in zijn verblinding en Wij zullen voor hem de slechtheid van zijn daad mooi doen schijnen, totdat hij meent dat hij, in datgene waarin hij verkeert van zijn verloochening van de tekenen van Allah, tegenover zichzelf een weldoener is, en totdat hij het einddoel bereikt dat voor hem aan uitstel is voorgeschreven; vervolgens zal Hij hem grijpen voor zijn slechte daden en hem daarvoor vergelden met de bestraffing die Hij voor hem heeft voorbereid. En dat is het geleidelijk dichterbij doen komen (istidrāj) door Allah van hem.
* * *
En de oorsprong van "al-istidrāj" is de verblinding van degene die geleidelijk dichterbij wordt gebracht door de mildheid van [degene die hem geleidelijk dichterbij brengt], waarbij degene die geleidelijk dichterbij wordt gebracht meent dat degene die hem dichterbij brengt jegens hem een weldoener is, totdat hij hem in iets verafschuwds doet vervallen.
* * *
En wij hebben de wijze waarop Allah dat doet met de lieden van ongeloof in Hem reeds uiteengezet in wat voorbij is, met datgene wat het overbodig maakt het op deze plaats te herhalen.