Tabari
Terug naar surah 7, ayah 180

Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:180

وَلِلَّهِ ٱلْأَسْمَآءُ ٱلْحُسْنَىٰ فَٱدْعُوهُ بِهَا ۖ وَذَرُوا۟ ٱلَّذِينَ يُلْحِدُونَ فِىٓ أَسْمَٰٓئِهِۦ ۚ سَيُجْزَوْنَ مَا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ

En aan Allah behoren de Schone Namen, roept Hem daarmee aan en verlaat degenen die misbruik van Zijn Namen maken; zij zullen worden vergolden vooir wat zij plachten te doen.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg over de uitspraak van de Verhevene: وَلِلَّهِ الأَسْمَاءُ الْحُسْنَى فَادْعُوهُ بِهَا وَذَرُوا الَّذِينَ يُلْحِدُونَ فِي أَسْمَائِهِ سَيُجْزَوْنَ مَا كَانُوا يَعْمَلُونَ (180) (En aan Allah behoren de Schoonste Namen, roep Hem daarmee aan en laat hen die afwijken aangaande Zijn namen; zij zullen vergolden worden voor wat zij plachten te doen.) (180)

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt (en aan Allah behoren de Schoonste Namen), en die zijn zoals Ibn ʿAbbās heeft gezegd:

    15451 – Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās: (en aan Allah behoren de Schoonste Namen, roep Hem daarmee aan), en tot Zijn namen behoren: "al-ʿAzīz" (de Almachtige), "al-Jabbār" (de Geweldige), en al Zijn namen zijn schoon.

    15452 – Yaʿqūb heeft mij verteld, hij zei: Ibn ʿUlayya heeft ons verteld, op gezag van Hishām ibn Ḥassān, op gezag van Ibn Sīrīn, op gezag van Abū Hurayra, op gezag van de Boodschapper van Allah ﷺ, die zei: "Voorwaar, Allah heeft negenennegentig namen, honderd op één na; wie ze alle opsomt, treedt het paradijs (janna) binnen."

    * * *

    En wat betreft Zijn uitspraak: (en laat hen die afwijken aangaande Zijn namen), daarmee bedoelt Hij de polytheïsten (mushrikīn).

    * * *

    En hun afwijking (ilḥād) aangaande de namen van Allah was dat zij die afbogen van wat zij behoorden te zijn, zodat zij daarmee hun goden en hun afgodsbeelden benoemden, en zij voegden er aan toe en lieten ervan weg; zo benoemden zij sommige daarvan "al-Lāt", door het voor henzelf af te leiden van de naam van Allah die "Allah" is, en zij benoemden sommige daarvan "al-ʿUzzā", door het af te leiden van de naam van Allah die "al-ʿAzīz" is.

    * * *

    En in overeenstemming met wat wij daarover hebben gezegd, hebben de lieden van de uitleg gesproken.

    * Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    15453 – Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās: (en laat hen die afwijken aangaande Zijn namen), hij zei: De afwijking van de afwijkenden was dat zij "al-Lāt" aanriepen onder de namen van Allah.

    15454 – Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van Mujāhid: (en laat hen die afwijken aangaande Zijn namen), hij zei: Zij leidden "al-ʿUzzā" af van "al-ʿAzīz", en zij leidden "al-Lāt" af van "Allah".

    * * *

    En de lieden van de uitleg verschilden over de uitleg van Zijn uitspraak (yulḥidūn – zij wijken af).

    Sommigen van hen zeiden: zij verloochenen, zij maken leugens.

    * Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    15455 – Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: ʿAbd Allāh heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van Ibn ʿAbbās, zijn uitspraak: (en laat hen die afwijken aangaande Zijn namen), hij zei: De afwijking (ilḥād) is het verloochenen.

    * * *

    En anderen zeiden: de betekenis daarvan is: zij plegen shirk (zij kennen Allah deelgenoten toe).

    * Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    15456 – Muḥammad ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft mij verteld, hij zei: Abū Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda: (zij wijken af), hij zei: zij plegen shirk.

    * * *

    En de oorsprong van "al-ilḥād" in de taal van de Arabieren is: het afwijken van het rechte doel, het afdwalen daarvan, en het zich afwenden. Vervolgens wordt het gebruikt voor al wat krom is en niet recht, en daarom wordt de zijholte van het graf "laḥd" genoemd, omdat die zich aan een zijkant ervan bevindt en niet in het midden. Men zegt hiervan: "alḥada fulānun yulḥidu ilḥādan" en "laḥada yalḥadu laḥdan wa-luḥūdan". En er is overgeleverd van al-Kisāʾī dat hij onderscheid maakte tussen "al-ilḥād" en "al-laḥd", en hij zei over "al-ilḥād": dat het het afwijken van het rechte doel is, en over "al-laḥd": dat het het neigen naar iets is. En hij placht alles wat in de Qurʾān staat te lezen als (yulḥidūn) met een ḍamma op de yāʾ en een kasra op de ḥāʾ, behalve datgene wat in [surah] al-Naḥl staat, want dat placht hij te lezen als "yalḥadūn" met een fatḥa op de yāʾ en de ḥāʾ, en hij beweerde dat het de betekenis had van het neigen.

    En wat betreft de overige lieden van kennis van de taal van de Arabieren, zij menen dat de betekenis van beide één is, en dat het twee dialecten zijn die in één woord zijn gekomen met één betekenis.

    * * *

    En de reciteurs verschilden in de lezing daarvan. De algemene reciteurs van de lieden van Medina en sommigen van de Basriërs en Kūfiërs lazen het als (yulḥidūn) met een ḍamma op de yāʾ en een kasra op de ḥāʾ, van "alḥada yulḥidu", in heel de Qurʾān.

    * * *

    En de algemene reciteurs van de lieden van Kūfa lazen dat als "yalḥadūn" met een fatḥa op de yāʾ en de ḥāʾ, van "laḥada yalḥadu".

    * * *

    Abū Jaʿfar zei: En het juiste van de uitspraak daarover is dat het twee dialecten zijn met één betekenis, dus met welke van beide de reciteur ook reciteert, hij treft het juiste daarin. Behalve dat ik de lezing met een ḍamma op de yāʾ verkies, volgens het dialect van wie zei "alḥada", omdat het het bekendste van de twee dialecten is en het meest welsprekende ervan.

    * * *

    En Ibn Zayd placht over Zijn uitspraak: (en laat hen die afwijken aangaande Zijn namen) te zeggen dat die afgeschaft (mansūkh) is.

    15457 – Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn uitspraak: (en laat hen die afwijken aangaande Zijn namen), hij zei: Dezen zijn de lieden van ongeloof (kufr), en het is afgeschaft; de gewapende strijd (qitāl) heeft het afgeschaft.

    * * *

    = En er is geen grond voor wat Ibn Zayd daarover heeft gezegd, namelijk dat het afgeschaft is, want Zijn uitspraak: (en laat hen die afwijken aangaande Zijn namen) is geen gebod van Allah aan Zijn Profeet ﷺ om de polytheïsten met rust te laten in wat zij zeggen totdat Hem toestemming wordt gegeven hen te bestrijden; veeleer is het een bedreiging van Allah aan de afwijkenden aangaande Zijn namen en een dreigement van Hem aan hen, zoals Hij op een andere plaats zei: ذَرْهُمْ يَأْكُلُوا وَيَتَمَتَّعُوا وَيُلْهِهِمُ الأَمَلُ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ [surah al-Ḥijr: 3] (Laat hen eten en genieten en de begeerte hen afleiden; zij zullen het weldra weten), het vers, en zoals Zijn uitspraak: لِيَكْفُرُوا بِمَا آتَيْنَاهُمْ وَلِيَتَمَتَّعُوا فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ [surah al-ʿAnkabūt: 66] (Opdat zij ondankbaar zijn voor wat Wij hun hebben gegeven en opdat zij genieten; zij zullen het weldra weten). En het is een uitspraak die de vorm van een gebod heeft aangenomen in de betekenis van een dreigement en bedreiging, en de betekenis ervan is: Geef uitstel, o Muḥammad, aan hen die afwijken aangaande de namen van Allah, tot een termijn die zij zullen bereiken, en zij zullen weldra vergolden worden, wanneer de termijn van Allah die Hij hun heeft gesteld tot hen komt, met de vergelding voor hun daden die zij vóór dat plachten te verrichten, van ongeloof in Allah en afwijking aangaande Zijn namen en het verloochenen van Zijn Boodschapper.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَلِلَّهِ الأَسْمَاءُ الْحُسْنَى فَادْعُوهُ بِهَا وَذَرُوا الَّذِينَ يُلْحِدُونَ فِي أَسْمَائِهِ سَيُجْزَوْنَ مَا كَانُوا يَعْمَلُونَ (180) قال أبو جعفر: يقول تعالى ذكره (ولله الأسماء الحسنى)، , وهي كما قال ابن عباس: - 15451 - حدثني محمد بن سعد قال: حدثني أبي, قال حدثني عمي ، قال حدثني أبي، عن أبيه، عن ابن عباس: (ولله الأسماء الحسنى فادعوه بها)، ومن أسمائه: " العزيز الجبار ", وكل أسمائه حسن. 15452 - حدثني يعقوب قال: حدثنا ابن علية, عن هشام بن حسّان, عن ابن سيرين, عن أبي هريرة، عن رسول الله صلى الله عليه وسلم قال: " إن لله تسعة وتسعين اسمًا, مائة إلا واحدًا, من أحصاها كُلَّها دخل الجنة ". (16) * * * وأما قوله: (وذروا الذين يلحدون في أسمائه)، فإنه يعني به المشركين. (17) * * * وكان إلحادهم في أسماء الله، أنهم عدَلوا بها عمّا هي عليه, فسموا بها آلهتهم وأوثانهم, وزادوا فيها ونقصوا منها, فسموا بعضها " اللات " اشتقاقًا منهم لها من اسم الله الذي هو " الله ", وسموا بعضها " العُزَّى " اشتقاقًا لها من اسم الله الذي هو " العزيز ". * * * وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: 15453 - حدثني محمد بن سعد قال: حدثني أبي قال: ثني عمي قال: حدثني أبي, عن أبيه, عن ابن عباس: (وذروا الذين يلحدون في أسمائه)، قال: إلحاد الملحدين: أن دعوا " اللات " في أسماء الله. 15454 - حدثنا القاسم قال: حدثنا الحسين قال: حدثني حجاج, عن ابن جريج, عن مجاهد: (وذروا الذين يلحدون في أسمائه) قال: اشتقوا " العزى " من " العزيز ", واشتقوا " اللات " من " الله ". * * * واختلف أهل التأويل في تأويل قوله (يلحدون). فقال بعضهم: يكذّبون. * ذكر من قال ذلك: 15455 - حدثني المثنى قال: حدثنا عبد الله قال: حدثني معاوية, عن ابن عباس, قوله: (وذروا الذين يلحدون في أسمائه) قال: الإلحاد: التكذيب. * * * وقال آخرون: معنى ذلك: يشركون. * ذكر من قال ذلك. 15456- حدثني محمد بن عبد الأعلى قال: حدثنا أبو ثور, عن معمر, عن قتادة: (يلحدون) قال: يشركون. (18) * * * وأصل " الإلحاد " في كلام العرب: العدول عن القصد, والجورُ عنه, والإعراض. ثم يستعمل في كل معوَجّ غير مستقيم, ولذلك قيل للحْد القبر: " لحد ", لأنه في ناحية منه، وليس في وسطه. يقال منه: " ألحد فلانٌ يُلْحِد إلحادًا ", و " لَحد يلْحَد لَحْدًا ولُحُودًا ". (19) وقد ذكر عن الكسائي أنه كان يفرّق بين " الإلحاد " و " اللحٍْد ", فيقول في " الإلحاد ": إنه العدول عن القصد, وفي " اللحد " إنه الركون إلى الشيء. وكان يقرأ جميع ما في القرآن: (يُلْحِدُونَ) بضم الياء وكسر الحاء, إلا التي في النحل, فإنه كان يقرؤها: " يَلْحَدُون " بفتح الياء والحاء, (20) ويزعم أنه بمعنى الركون. وأما سائر أهل المعرفة بكلام العرب، فيرون أن معناهما واحدٌ, وأنهما لغتان جاءتا في حرفٍ واحدٍ بمعنى واحد. * * * واختلفت القرأة في قراءة ذلك. فقرأته عامة قراء أهل المدينة وبعض البصريين والكوفيين: (يُلْحِدُون)، بضم الياء وكسر الحاء من " ألحد يُلْحِد " في جميع القرآن. * * * وقرأ ذلك عامة قراء أهل الكوفة: " يَلْحَدُونَ" بفتح الياء والحاء من " لَحَد يَلْحَدُ". * * * قال أبو جعفر: والصواب من القول في ذلك، أنهما لغتان بمعنى واحد، فبأيتهما قرأ القارئ فمصيبٌ الصوابَ في ذلك. غير أنِّي أختار القراءة بضمِّ الياء على لغة من قال: " ألحد ", لأنها أشهر اللغتين وأفصحهما. * * * وكان ابن زيد يقول في قوله: (وذروا الذين يلحدون في أسمائه)، إنه منسوخٌ. 15457 - حدثني يونس قال: أخبرنا ابن وهب قال: قال ابن زيد, في قوله: (وذَرُوا الذين يلحدون في أسمائه) قال: هؤلاء أهل الكفر, وقد نُسِخ, نَسَخه القتال. * * * = ولا معنى لما قال ابن زيد في ذلك من أنه منسوخ, لأن قوله: (وذروا الذين يلحدون في أسمائه)، ليس بأمر من الله لنبيّه صلى الله عليه وسلم بترك المشركين أن يقولوا ذلك، حتى يأذن له في قِتالهم, وإنما هو تهديدٌ من الله للملحدين في أسمائه، ووعيدٌ منه لهم, كما قال في موضع آخر: ذَرْهُمْ يَأْكُلُوا وَيَتَمَتَّعُوا وَيُلْهِهِمُ الأَمَلُ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ ، [سورة الحجر: 3] الآية, وكقوله: لِيَكْفُرُوا بِمَا آتَيْنَاهُمْ وَلِيَتَمَتَّعُوا فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ ، [سورة العنكبوت: 66] وهو كلام خرج مخرج الأمر بمعنى الوعيد والتهديد, ومعناه: أنْ مَهِّل الذين يلحدون، يا محمد، في أسماء الله إلى أجل هم بالغوه, (21) فسوف يجزون، إذا جاءهم أجل الله الذي أجلهم إليه، (22) جزاءَ أعمالهم التي كانوا يعملونها قبل ذلك من الكفر بالله، والإلحاد في أسمائه، وتكذيب رسوله. -------------- الهوامش : (16) الأثر : 15452 - (( هشام بن حسان القردوسي )) ، ثقة . روى له الجماعة ، مضى برقم : 2827 ، 7287 ، 9837 ، 10258 . وهذا إسناد صحيح . رواه البخاري من طريق أبي الزناد ، عن الأعرج ، عن أبي هريرة ( الفتح 5 : 262 / 11 : 180 - 194) ، شرحه ابن حجر مستقصى غاية الاستقصاء . ورواه مسلم في صحيحه ، من مثل طريق البخاري ، ثم من طريق معمر ، عن أيوب ، عن ابن سيرين ، عن أبي هريرة ( مسلم 17 : 4 ، 5 ) . ورواه أحمد في مسنده من طرق ، رقم : 7493 ، 7612 ، 8131 ، 9509 ، 10486 ، 10539 ، 10696 . وانظر تخريجه هناك . وفي بعض طرقه زيادة : (( وإن الله وتر يحب الوتر )) أو (( إنه وتر يحب الوتر )) . (17) انظر تفسير (( ذر )) فيما سلف من فهارس اللغة ( وذر ) . (18) الأثر : 10456 - (( ابن ثور )) هو ((محمد بن ثور الصنعانى )) ، مضى في الإسناد مرارًا ، آخره رقم : 15437 ، حيث صححت خطأ آخر هناك . ثم ما سيأتي: 15459 . وكان في المطبوعة والمخطوطة هنا (( حدثنا أبو ثور )) ، وهو خطأ محض . (19) ( 2 ) المصدر الثاني (( اللحود )) ، قلما نجده في معاجم اللغة ، فقيده . (20) آية سورة النحل : 103 على قراءة الكسائى : "لِسَانُ الَّذِي يَلْحَدُونَ إِلَيْهِ أَعْجَمِيٌّ " . وهي قراءة عامة قرأة أهل الكوفة / كما قال بن جرير بعد في تفسيره 14 : 120 ( بولاق ) ، ولم يفرد الكسائي بالذكر هناك ، لأنه خالفهم في قراءة الحرف في غير هذا الموضع . (21) في المطبوعة : (( أن تمهل )) لم يحسن قراءة المخطوطة . (22) في المطبوعة : (( الذي أجله إليهم )) ، غير الضمائر ، فأفسد الكلام إفساداً