Tabari
Terug naar surah 7, ayah 170

Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:170

وَٱلَّذِينَ يُمَسِّكُونَ بِٱلْكِتَٰبِ وَأَقَامُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ إِنَّا لَا نُضِيعُ أَجْرَ ٱلْمُصْلِحِينَ

En degenen die zich vasthouden aan het Boek en de shalât onderhouden: voorwaar, de beloning van degenen die verbetering brengen zullen Wij niet verloren doen gaan.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn woord: وَالَّذِينَ يُمَسِّكُونَ بِالْكِتَابِ وَأَقَامُوا الصَّلاةَ إِنَّا لا نُضِيعُ أَجْرَ الْمُصْلِحِينَ (170) ("En degenen die vasthouden aan het Boek en het rituele gebed (ṣalāh) verrichten — voorwaar, Wij laten de beloning van de oprechte hervormers niet verloren gaan." (7:170))

    Abū Jaʿfar zei: De reciteurs verschilden over de lezing hiervan.

    Sommigen van hen lazen: (يُمْسِكُونَ), met een verlichte (ongedubbelde) mīm en met sukūn daarop, afgeleid van "amsaka yumsiku" (vasthouden).

    * * *

    Anderen lazen het: (يُمَسِّكُونَ), met een gevocaliseerde mīm en een verdubbelde sīn, afgeleid van "massaka yumassiku".

    * * *

    Abū Jaʿfar zei: Hiermee wordt bedoeld: en degenen die handelen naar hetgeen in het Boek van Allah staat = "en het rituele gebed verrichten", met inachtneming van de grenzen ervan, en die de gebedstijden niet verwaarlozen = "voorwaar, Wij laten de beloning van de oprechte hervormers niet verloren gaan". De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: Wie van Mijn schepselen dat doet — voorwaar, Ik laat de beloning van zijn goede daad niet verloren gaan, zoals: -

    15329 - Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei: "en degenen die vasthouden aan het Boek", hij zei: het Boek van Allah dat Mūsā — vrede zij met hem — bracht.

    15330 - Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: Al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, hij zei: Mujāhid zei over Zijn woord: "en degenen die vasthouden aan het Boek", dat dit slaat op wie van de joden of de christenen = "voorwaar, Wij laten de beloning van de oprechte hervormers niet verloren gaan".

    ------------------------

    Voetnoten:

    (80) Zie de uitleg van "het verrichten van het gebed" (iqāmat al-ṣalāh) in de taalkundige indices (onder de wortel qwm).

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَالَّذِينَ يُمَسِّكُونَ بِالْكِتَابِ وَأَقَامُوا الصَّلاةَ إِنَّا لا نُضِيعُ أَجْرَ الْمُصْلِحِينَ (170) قال أبو جعفر: واختلفت القرأة في قراءة ذلك. فقرأ بعضهم: (يُمْسِكُونَ) بتخفيف الميم وتسكينها, من " أمْسك يمسك ". * * * وقرأه آخرون: (يُمَسِّكُونَ)، بفتح الميم وتشديد السين, من " مَسَّك يُمَسِّك ". * * * قال أبو جعفر: ويعني بذلك: والذين يعملون بما في كتاب الله= " وأقاموا الصلاة "، بحدودها, ولم يضيعوا أوقاتها (80) = " إنا لا نضيع أجر المصلحين ". يقول تعالى ذكره: فمن فعل ذلك من خلقي, فإني لا أضيع أجر عمله الصالح، كما: - 15329- حدثني يونس قال، أخبرنا ابن وهب قال، قال ابن زيد: " والذين يمسكون بالكتاب "، قال: كتاب الله الذي جاء به موسى عليه السلام. 15330- حدثنا القاسم قال، حدثنا الحسين قال، حدثني حجاج, عن ابن جريج قال، قال مجاهد قوله: " والذين يمسكون بالكتاب "، من يهود أو نصارى= " إنا لا نضيع أجر المصلحين ". ------------------------ الهوامش: (80) (2) انظر تفسير (( إقامة الصلاة )) في فهارس اللغة ( قوم )) .