Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:17
Daarna zal ik zeker tot hen komen, van voor hen en van achter hen en van hun rechterzijde en van hun linkerzijde, en U zult de meesten van hen niet als dankbaren aantreffen."
Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: ثُمَّ لآتِيَنَّهُمْ مِنْ بَيْنِ أَيْدِيهِمْ وَمِنْ خَلْفِهِمْ وَعَنْ أَيْمَانِهِمْ وَعَنْ شَمَائِلِهِمْ وَلا تَجِدُ أَكْثَرَهُمْ شَاكِرِينَ (7:17) ("Dan zal ik zeker tot hen komen van voor hen en van achter hen en van hun rechterzijde en van hun linkerzijde, en U zult de meesten van hen niet dankbaar aantreffen.")
Abū Jaʿfar zei: De mensen van de uitleg verschilden van mening over de uitleg hiervan.
Sommigen van hen zeiden: De betekenis van Zijn uitspraak (ik zal zeker tot hen komen van voor hen) is: van de zijde van het hiernamaals = (en van achter hen): van de zijde van het wereldse leven = (en van hun rechterzijde): van de zijde van de waarheid = (en van hun linkerzijde): van de zijde van de valsheid.
* Vermelding van wie dat zei:
14369 - Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: ʿAbdullāh ibn Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, betreffende Zijn uitspraak: (Dan zal ik zeker tot hen komen van voor hen), hij zegt: ik zal hen in twijfel brengen omtrent hun hiernamaals = (en van achter hen): ik zal hen begerig maken naar hun wereldse leven = (en van hun rechterzijde): ik zal de zaak van hun religie voor hen verwarrend maken = (en van hun linkerzijde): ik zal de zonden voor hen begeerlijk maken.
* * *
En er is van Ibn ʿAbbās via deze isnād een uitleg overgeleverd die hiervan afwijkt, en dat is wat:
14370 - Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: ʿAbdullāh ibn Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī ibn Abī Ṭalḥa, op gezag van Ibn ʿAbbās, betreffende Zijn uitspraak: (Dan zal ik zeker tot hen komen van voor hen): dat wil zeggen vanuit het wereldse leven = (en van achter hen): vanuit het hiernamaals = (en van hun rechterzijde): van de zijde van hun goede daden = (en van hun linkerzijde): van de zijde van hun slechte daden.
* * *
En deze overlevering wordt bevestigd door die andere die:
14371 - Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, betreffende Zijn uitspraak: (Dan zal ik zeker tot hen komen van voor hen en van achter hen en van hun rechterzijde en van hun linkerzijde), hij zei: wat "voor hen" betreft, dat is van hun zijde, en wat "van achter hen" betreft, dat is de zaak van hun hiernamaals, en wat "van hun rechterzijde" betreft, dat is van de zijde van hun goede daden, en wat "van hun linkerzijde" betreft, dat is van de zijde van hun slechte daden.
14372 - Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, betreffende Zijn uitspraak: (Dan zal ik zeker tot hen komen van voor hen), het vers: hij kwam tot hen van voor hen en deelde hun mee dat er geen opstanding is en geen paradijs en geen Vuur = "en van achter hen": vanuit de zaak van het wereldse leven, dus hij verfraaide het voor hen en riep hen ertoe op = "en van hun rechterzijde": van de zijde van hun goede daden, dus hij vertraagde hen daarvan = "en van hun linkerzijde": hij verfraaide voor hen de slechte daden en de zonden, en riep hen ertoe op, en gebood het hun. Hij komt tot jou, o zoon van Ādam, vanuit elke richting, behalve dat hij niet tot je komt van boven je: hij kon niet komen tussen jou en de barmhartigheid van Allah!
* * *
En anderen zeiden: De betekenis van Zijn uitspraak (van voor hen) is veeleer: van de zijde van hun wereldse leven = (en van achter hen): van de zijde van hun hiernamaals.
* Vermelding van wie dat zei:
14373 - Muḥammad ibn Bashshār heeft ons verteld, hij zei: Muʾammal heeft ons verteld, hij zei: Sufyān heeft ons verteld, op gezag van Manṣūr, op gezag van Ibrāhīm, betreffende Zijn uitspraak: (Dan zal ik zeker tot hen komen van voor hen en van achter hen), hij zei: (van voor hen): van de zijde van hun wereldse leven = (en van achter hen): van de zijde van hun hiernamaals = (en van hun rechterzijde): van de zijde van hun goede daden = (en van hun linkerzijde): van de zijde van hun slechte daden.
14374 - Ibn Wakīʿ heeft ons verteld, hij zei: mijn vader heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, op gezag van Manṣūr, op gezag van al-Ḥakam: (Dan zal ik zeker tot hen komen van voor hen en van achter hen en van hun rechterzijde en van hun linkerzijde), hij zei: (van voor hen): vanuit hun wereldse leven = (en van achter hen): vanuit hun hiernamaals = (en van hun rechterzijde): vanuit hun goede daden = (en van hun linkerzijde): van de zijde van hun slechte daden.
14375 - Sufyān heeft ons verteld, hij zei: Jarīr heeft ons verteld, op gezag van Manṣūr, op gezag van al-Ḥakam: (Dan zal ik zeker tot hen komen van voor hen), hij zei: van de zijde van het wereldse leven, dat hij voor hen verfraait = (en van achter hen): van de zijde van het hiernamaals, dat hij hen ervan vertraagt = (en van hun rechterzijde): van de zijde van de waarheid, dat hij hen ervan weghoudt = (en van hun linkerzijde): van de zijde van de valsheid, dat hij hen ertoe begerig maakt en het voor hen verfraait.
14376 - Muḥammad ibn al-Ḥusayn heeft mij verteld, hij zei: Aḥmad ibn al-Mufaḍḍal heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī: (Dan zal ik zeker tot hen komen van voor hen en van achter hen en van hun rechterzijde en van hun linkerzijde), wat (van voor hen) betreft, dat is het wereldse leven: ik roep hen ertoe op en maak hen er begerig naar = (en van achter hen): dat is van het hiernamaals: ik breng hen daaromtrent in twijfel en doe het hun veraf lijken = (en van hun rechterzijde): dat betekent de waarheid, en ik breng hen daaromtrent in twijfel = (en van hun linkerzijde): dat betekent de valsheid: ik maak het voor hen licht en maak hen er begerig naar.
14377 - Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, hij zei: Ibn Jurayj zei betreffende Zijn uitspraak: (van voor hen): vanuit hun wereldse leven, ik maak hen er begerig naar = (en van achter hen): hun hiernamaals, ik doe hen het verloochenen en maak hen er onverschillig voor = (en van hun rechterzijde): hun goede daden, ik maak hen er onverschillig voor = (en van hun linkerzijde): de slechtheid van hun daden, ik verfraai die voor hen.
* * *
En anderen zeiden: De betekenis daarvan is: vanwaar zij zien en vanwaar zij niet zien.
* Vermelding van wie dat zei:
14378 - Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, betreffende de uitspraak van Allah: (van voor hen en van hun rechterzijde), hij zei: vanwaar zij zien = (en van achter hen) = (en van hun linkerzijde): vanwaar zij niet zien.
14379 - Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: Abū Ḥudhayfa heeft ons verteld, hij zei: Shibl heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, het gelijke daarvan.
14380 - Ibn Wakīʿ en Ibn Ḥumayd hebben ons verteld, zij beiden zeiden: Jarīr heeft ons verteld, op gezag van Manṣūr, hij zei: wij bespraken bij Mujāhid Zijn uitspraak: (Dan zal ik zeker tot hen komen van voor hen en van achter hen en van hun rechterzijde en van hun linkerzijde), en Mujāhid zei: het is zoals Hij heeft gezegd: hij komt tot hen van voor hen en van achter hen en van hun rechterzijde en van hun linkerzijde = Ibn Ḥumayd voegde toe, hij zei: "hij komt tot hen vandaaruit".
14381 - Al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: ʿAbd al-ʿAzīz heeft ons verteld, hij zei: Abū Saʿd al-Madanī heeft ons verteld, hij zei: Mujāhid zei, en hij vermeldde iets soortgelijks als de overlevering van Muḥammad ibn ʿAmr, op gezag van Abū ʿĀṣim.
* * *
Abū Jaʿfar zei: En de meest juiste van deze uitspraken naar mijn mening is de uitspraak van hem die zei: de betekenis ervan is: dan zal ik zeker tot hen komen vanuit alle richtingen van de waarheid en de valsheid, en ik zal hen weghouden van de waarheid en de valsheid voor hen verfraaien. Dat is omdat dit volgt op Zijn uitspraak: لأَقْعُدَنَّ لَهُمْ صِرَاطَكَ الْمُسْتَقِيمَ ("Ik zal hen zeker belagen op Uw rechte pad"), dus hij berichtte dat hij voor de kinderen van Ādam op de weg gaat zitten die Allah hun heeft geboden te bewandelen, namelijk wat wij hebben beschreven over de religie van Allah, de religie van de waarheid, en hij komt daarin tot hen vanuit al haar richtingen: vanuit de richting die Allah hun heeft geboden, dus hij houdt hen ervan weg, en dat is "van voor hen en van hun rechterzijde" = en vanuit de richting die Allah hun heeft verboden, dus hij verfraait die voor hen en roept hen ertoe op, en dat is "van achter hen en van hun linkerzijde".
* * *
En er werd gezegd: en Hij zei niet "van boven hen", omdat de barmhartigheid van Allah op Zijn dienaren neerdaalt van boven hen.
* Vermelding van wie dat zei:
14382 - Saʿd ibn ʿAbdullāh ibn ʿAbd al-Ḥakam al-Miṣrī heeft ons verteld, hij zei: Ḥafṣ ibn ʿUmar heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥakam ibn Abān heeft ons verteld, op gezag van ʿIkrima, op gezag van Ibn ʿAbbās, betreffende Zijn uitspraak: (Dan zal ik zeker tot hen komen van voor hen en van achter hen en van hun rechterzijde en van hun linkerzijde), en Hij zei niet "van boven hen", omdat de barmhartigheid van boven hen neerdaalt.
* * *
En wat Zijn uitspraak betreft: (en U zult de meesten van hen niet dankbaar aantreffen). Hij zegt: en U zult, mijn Heer, de meesten van de kinderen van Ādam niet dankbaar aantreffen voor Uw gunst die U hun hebt geschonken, zoals Uw eerbetoon aan hun vader Ādam met datgene waarmee U hem hebt geëerd, namelijk dat U Uw engelen voor hem liet neerbuigen en hem boven mij hebt bevoorrecht = en "hun dankbaarheid aan Hem" is hun gehoorzaamheid aan Hem door de erkenning van Zijn eenheid en het volgen van Zijn gebod en verbod.
* * *
En Ibn ʿAbbās zei daarover wat:
14383 - Al-Muthannā mij erover heeft verteld, hij zei: ʿAbdullāh ibn Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī ibn Abī Ṭalḥa, op gezag van Ibn ʿAbbās, betreffende Zijn uitspraak: (en U zult de meesten van hen niet dankbaar aantreffen), hij zegt: belijders van de eenheid (van Allah).
---------------------
Voetnoten:
(40) In de gedrukte editie staat "en ik verwijder die" (wa-abʿaduhā), maar ik heb overgenomen wat in het handschrift staat.