Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:158
Zeg: "O mensen, voorwaar, ik ben de Boodschapper van Allah voor jullie allen. (Allah is) Degene aan Wie het Koninkrijk over de hemelen en de aarde behoort, geen god is er dan Hij. Hij doet leven en Hij doet sterven. Gelooft daarom in Allah en Zijn Boodschapper, de ongeletterde Profeet, die in Allah en Zijn Woorden gelooft, en volgt hem. Hopelijk zullen jullie Leiding volgen."
De uitleg van Zijn woord: قُلْ يَا أَيُّهَا النَّاسُ إِنِّي رَسُولُ اللَّهِ إِلَيْكُمْ جَمِيعًا الَّذِي لَهُ مُلْكُ السَّمَاوَاتِ وَالأَرْضِ لا إِلَهَ إِلا هُوَ يُحْيِي وَيُمِيتُ فَآمِنُوا بِاللَّهِ وَرَسُولِهِ ("Zeg: O mensen, ik ben de gezant van Allah tot jullie allen, Hij aan wie het koningschap van de hemelen en de aarde toebehoort. Er is geen god dan Hij; Hij doet leven en doet sterven. Gelooft dus in Allah en Zijn gezant.")
Abū Jaʿfar zei: Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt tot Zijn profeet Mohammed ﷺ: "Zeg", o Mohammed, tot alle mensen = "Voorwaar, ik ben de gezant van Allah tot jullie allen", niet tot sommigen van jullie met uitsluiting van anderen, zoals de gezanten vóór mij waren, die gezonden werden tot een deel van de mensen met uitsluiting van een ander deel. Wie van hen aldus gezonden werd, welnu, mijn zending is niet tot sommigen van jullie met uitsluiting van anderen, maar zij is tot jullie allen.
En Zijn woord "Hij aan wie" behoort tot de bijstelling van de naam "Allah". De betekenis van de uitspraak is namelijk: Zeg: o mensen, voorwaar, ik ben de gezant van Allah, aan wie het koningschap van de hemelen en de aarde toebehoort, tot jullie.
Hij, machtig is Zijn lof, bedoelt met Zijn woord "aan wie het koningschap van de hemelen en de aarde toebehoort": Hij aan wie de heerschappij over de hemelen en de aarde en wat zich daarin bevindt toebehoort, en de beschikking daarover en het besturen daarvan = "Er is geen god dan Hij", Hij zegt: het past niet dat de goddelijkheid en de aanbidding aan iemand anders toebehoren dan aan Hem, verheven is Zijn lof, met uitsluiting van alle andere dingen buiten Hem aan deelgenoten en afgodsbeelden, behalve aan Hem die heerschappij over alle dingen heeft, en die in staat is tot het scheppen van al wat Hij wil en tot het levend maken daarvan en het tenietdoen daarvan wanneer Hij wenst het te laten sterven = "Gelooft dus in Allah en Zijn gezant", Hij, machtig is Zijn lof, zegt: zeg tot hen: betuigt dan jullie geloof aan de tekenen van Allah die deze beschrijving heeft, en erkent Zijn eenheid, en dat Hij het is aan wie de goddelijkheid en de aanbidding toebehoren, en gelooft in Zijn gezant Mohammed ﷺ, dat hij gezonden is tot Zijn schepselen, oproepend tot de erkenning van Zijn eenheid en tot gehoorzaamheid aan Hem.
* * *
De uitleg van Zijn woord: النَّبِيِّ الأُمِّيِّ الَّذِي يُؤْمِنُ بِاللَّهِ وَكَلِمَاتِهِ وَاتَّبِعُوهُ لَعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ (158) ("de ongeletterde profeet die in Allah en Zijn woorden gelooft; en volgt hem, opdat jullie geleid mogen worden.")
Abū Jaʿfar zei: Wat betreft Zijn woord "de ongeletterde profeet", dat behoort tot de bijstelling van de gezant van Allah ﷺ.
* * *
Ik heb de betekenis van "de profeet" reeds eerder uiteengezet, op een wijze die herhaling overbodig maakt = en evenzo de betekenis van Zijn woord "de ongeletterde".
* * *
= "die in Allah gelooft", Hij zegt: die Allah en Zijn woorden voor waar houdt.
* * *
Vervolgens verschilden de uitleggers van mening over de uitleg van Zijn woord "en Zijn woorden".
Sommigen van hen zeiden: de betekenis ervan is: en Zijn tekenen.
* Vermelding van wie dat zei:
15247 - Bishr ibn Muʿādh heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over Zijn woord "die in Allah en Zijn woorden gelooft", hij zegt: Zijn tekenen.
* * *
Anderen zeiden: nee, daarmee werd ʿĪsā de zoon van Maryam, vrede zij met hem, bedoeld.
* Vermelding van wie dat zei:
15248 - Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, hij zei: Mujāhid zei over Zijn woord "die in Allah en Zijn woorden gelooft": dat is ʿĪsā de zoon van Maryam.
15149 - En Mohammed ibn al-Ḥusayn heeft mij verteld, hij zei: Aḥmad heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī: "die in Allah en Zijn woorden gelooft", dat is ʿĪsā de zoon van Maryam.
* * *
Abū Jaʿfar zei: En het juiste oordeel hierover is naar onze mening, dat Allah, verheven is Zijn vermelding, Zijn dienaren beval om het profeetschap van de ongeletterde profeet die in Allah en Zijn woorden gelooft voor waar te houden, en Hij, machtig is Zijn lof, beperkte de mededeling over zijn geloof in "de woorden van Allah" niet tot een deel met uitsluiting van een ander deel, maar Hij berichtte hun over alle "woorden". Het juiste hierin is dus dat de uitspraak algemeen wordt opgevat, want de gezant van Allah ﷺ geloofde in alle woorden van Allah, overeenkomstig wat de uiterlijke tekst van het Boek van Allah aanbracht.
* * *
Wat betreft Zijn woord "en volgt hem, opdat jullie geleid mogen worden", zo laat jullie door hem leiden, o mensen, en handelt naar wat Hij jullie beval te doen aan gehoorzaamheid aan Allah = "opdat jullie geleid mogen worden", Hij zegt: opdat jullie geleid worden en aldus de rechte weg vinden en het juiste treffen in jullie navolging van hem.