Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:14
Hij zei:"Geef mij uitstel tot de Dag waarop zij opgewekt zullen worden."
De uitleg van Zijn uitspraak: قَالَ أَنْظِرْنِي إِلَى يَوْمِ يُبْعَثُونَ (7:14) ("Hij [Iblīs] zei: Geef mij uitstel tot de Dag waarop zij worden opgewekt.")
Abū Jaʿfar zei: En ook dit is weer een andere onwetendheid uit zijn kwaadaardige onwetendheden. Hij vroeg zijn Heer om iets waarvan hij reeds wist dat geen enkel schepsel van Allah daartoe een weg heeft. Dat is namelijk dat hij om uitstel vroeg tot het aanbreken van het Uur, en dat is de Dag waarop de schepping wordt opgewekt. En als hem zou worden gegeven wat hij vroeg aan uitstel, dan zou hem de eeuwigheid zijn gegeven en een voortbestaan zonder einde, want na de opwekking is er geen dood meer. Daarom zei Hij, verheven is Zijn lof, tot hem: فَإِنَّكَ مِنَ الْمُنْظَرِينَ * إِلَى يَوْمِ الْوَقْتِ الْمَعْلُومِ [Soera al-Ḥijr: 37-38 / Soera Ṣād: 80, 81] ("Voorwaar, jij behoort tot hen aan wie uitstel verleend wordt, tot de Dag van het bekende tijdstip"), en dat is tot de Dag waarop Allah voor hem de ondergang, de dood en de vergankelijkheid heeft voorgeschreven, want niets blijft bestaan zonder te vergaan, behalve onze Heer, de Levende, die niet sterft. Allah, verheven is Zijn vermelding, zegt: كُلُّ نَفْسٍ ذَائِقَةُ الْمَوْتِ [Soera Āl ʿImrān: 185 / Soera al-Anbiyāʾ: 35 / Soera al-ʿAnkabūt: 57] ("Iedere ziel zal de dood proeven").
* * *
En "al-inẓār" betekent in de taal van de Arabieren: uitstel. Men zegt daarvan: "anẓartuhu bi-ḥaqqī ʿalayhi anẓuruhu bihi inẓāran" ("ik gaf hem uitstel met betrekking tot mijn recht op hem, ik geef hem uitstel, met uitstel") (18).
* * *
En als iemand zou zeggen: maar Allah heeft toch tot hem gezegd, toen hij om uitstel vroeg tot de Dag waarop zij worden opgewekt: إنك من المنظرين ("voorwaar, jij behoort tot hen aan wie uitstel verleend wordt") op deze plaats, heeft Hij hem dan niet verhoord in wat hij vroeg?
Hem wordt gezegd: zo is het niet. Hij zou hem slechts hebben verhoord in wat hij vroeg, indien Hij tot hem had gezegd: "voorwaar, jij behoort tot hen aan wie uitstel verleend wordt tot het tijdstip waarom jij vroeg" = of: "tot de Dag van de opwekking" = of: "tot de Dag waarop zij worden opgewekt", of iets dergelijks, wat zou wijzen op het verhoren van wat hij vroeg aan uitstel.
-------------------------
Voetnoten:
(18) Zie de uitleg van "al-inẓār" eerder, 2: 467, 468 / 3: 264 / 6: 577 / 11: 267.