Tabari
Terug naar surah 68, ayah 6

Tafseer van De Pen · Al-Qalam · 68:6

بِأَييِّكُمُ ٱلْمَفْتُونُ

Wie van jullie de (met bezetenheid) beproefde is.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Zijn woord: بِأَيِّيكُمُ الْمَفْتُونُ ("wie van jullie de beproefde / waanzinnige is"). De uitleggers zijn van mening verschild over de uitleg daarvan. Sommigen zeiden: de uitleg ervan is: wie van jullie de waanzinnige is, alsof hij de betekenis van de letter bāʾ in Zijn woord بِأَيِّيكُمُ ("bij wie van jullie") richtte naar de betekenis van fī ("in"). En wanneer men de bāʾ naar de betekenis van fī richt, dan is de uitleg van de woorden: zij zullen zien in welke van de twee groepen de waanzinnige is — in jouw groep, o Muḥammad, of in hun groep — en dan is "de waanzinnige" (al-majnūn) een zelfstandig naamwoord dat door de bāʾ in de nominatief staat.

    * Vermelding van wie de betekenis daarvan zo opvatte: wie van jullie de waanzinnige is.

    Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, op gezag van Layth, op gezag van Mujāhid: بأيكم المفتون ("wie van jullie de beproefde is"), hij zei: de waanzinnige.

    Hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, op gezag van Khaṣīf, op gezag van Mujāhid بِأَيِّيكُمُ الْمَفْتُونُ ("wie van jullie de beproefde is"), hij zei: wie van jullie de waanzinnige is.

    Anderen zeiden: nee, de uitleg daarvan is: bij wie van jullie de waanzin (al-junūn) is. Het is alsof zij die deze uitspraak deden al-maftūn ("de beproefde") naar de betekenis van al-fitna ("de beproeving") of al-maftūn als verbaal substantief richtten, zoals men zegt: "hij heeft geen maʿqūl en geen maʿqūd", dat wil zeggen in de betekenis: hij heeft geen verstand (ʿaql) en geen vastberadenheid van oordeel (ʿaqd raʾy); zo plaatste men al-maftūn in de plaats van al-futūn (de waanzin/beproeving als toestand).

    * Vermelding van wie zei: al-maftūn betekent het verbaal substantief, en betekent de waanzin:

    Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld; en al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld, beiden op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, over zijn woord بِأَيِّيكُمُ الْمَفْتُونُ ("wie van jullie de beproefde is"), hij zei: de satan.

    Mij is verteld op gezag van al-Ḥusayn, hij zei: ik hoorde Abū Muʿādh zeggen: ʿUbayd heeft ons verteld, hij zei: ik hoorde al-Ḍaḥḥāk zeggen over Zijn woord بِأَيِّيكُمُ الْمَفْتُونُ ("wie van jullie de beproefde is"): hij bedoelt de waanzin.

    Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, hij zegt: bij wie van jullie de waanzin is.

    Anderen zeiden: nee, de betekenis daarvan is: wie van jullie het meest met de satan verbonden is. De bāʾ is volgens de uitspraak van dezen overtollig, waarbij haar aanwezigheid en afwezigheid gelijk zijn. Dezen vergeleken dat met de uitspraak van de rajaz-dichter:

    "Wij zijn de zonen van Jaʿda, de heren van al-Falaj,

    Wij slaan met het zwaard en hopen op verlossing (bi-l-faraj)",

    in de betekenis: wij hopen op verlossing (narjū al-faraj). Het invoegen van de bāʾ daarin is volgens hen op deze plaats gelijk aan haar weglating.

    * Vermelding van wie dat zei:

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over zijn woord فَسَتُبْصِرُ وَيُبْصِرُونَ بِأَيِّيكُمُ الْمَفْتُونُ ("jij zult zien en zij zullen zien wie van jullie de beproefde is"); hij zegt: wie van jullie het meest met de satan verbonden is.

    Ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: Ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda, over zijn woord بِأَيِّيكُمُ الْمَفْتُونُ ("wie van jullie de beproefde is"), hij zei: wie van jullie het meest met de satan verbonden is.

    De Arabisten zijn hierover van mening verschild, op een wijze vergelijkbaar met het meningsverschil van de uitleggers. Sommige grammatici van Basra zeiden: de betekenis daarvan is: jij zult zien en zij zullen zien wie van jullie de beproefde is. En sommige grammatici van Kūfa zeiden: بأيكم المفتون ("bij wie van jullie de beproefde is") betekent hier de waanzin, en het ligt in de lijn van al-futūn, zoals zij zeiden: "hij heeft geen maʿqūl en geen maʿqūd". Hij zei: en als je wilt, vat je بأيكم ("bij wie van jullie") op als fī ayyikum ("in welke van jullie"), dat wil zeggen: in welke van de twee groepen de waanzinnige is. Hij zei: en dan is het een zelfstandig naamwoord, geen verbaal substantief.

    De voor mij meest juiste van de uitspraken hierover is de uitspraak van wie zei: de betekenis daarvan is: bij wie van jullie de waanzin is, en die al-maftūn naar al-futūn richtte in de betekenis van het verbaal substantief, omdat dat de duidelijkste van de betekenissen van de woorden is, mits men niet de bedoeling heeft de bāʾ weg te laten, en wij aan haar aanwezigheid een begrijpelijke functie toekennen.

    En wij hebben reeds uiteengezet dat het niet toegestaan is dat er in de Koran iets is dat geen betekenis heeft.

    -----------------

    Voetnoten:

    (2) De twee verzen zijn van het mashṭūr al-rajaz-metrum, en behoren tot de getuigenissen van Abū ʿUbayda in Majāz al-Qurʾān (folio 179) van de universiteitsreproductie naar het handschrift "Murād Mullā" te Istanbul. Hij zei bij Zijn woord, de Verhevene, بأيكم المفتون ("wie van jullie de beproefde is"): de betekenis ervan is: wie van jullie de beproefde is, zoals de eerste (dichter) zei: "Wij zijn de zonen van Jaʿda…". Het bewijs erin is dat de bāʾ in zijn woord bi-l-faraj, dat wil zeggen "wij hopen op verlossing", is toegevoegd zoals zij in het vers is toegevoegd. De twee verzen zijn van al-Nābigha al-Jaʿdī. En er is reeds eerder met beide verzen getuigd over een vergelijkbare plaats in deel (18: 14); raadpleeg dat.

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله: (بِأَيِّيكُمُ الْمَفْتُونُ ) اختلف أهل التأويل في تأويل ذلك، فقال بعضهم: تأويله بأيكم المجنون، كأنه وجَّه معنى الباء في قوله: (بِأَيِّيكُمُ ) إلى معنى في. وإذا وجهت الباء إلى معنى في كان تأويل الكلام: ويبصرون في أيّ الفريقين المجنون في فريقك يا محمد أو فريقهم، ويكون المجنون اسما مرفوعا بالباء. * ذكر من قال معنى ذلك: بأيكم المجنون. حدثنا ابن حميد، قال: ثنا مهران، عن سفيان، عن ليث، عن مجاهد: { بأيكم المفتون } قال: المجنون. قال ثنا مهران، عن سفيان، عن خصيف، عن مجاهد (بِأَيِّيكُمُ الْمَفْتُونُ ) قال: بأيكم المجنون. وقال آخرون: بل تأويل ذلك: بأيكم الجنون؛ وكأن الذين قالوا هذا القول وجهوا المفتون إلى معنى الفتنة أو المفتون، كما قيل: ليس له معقول ولا معقود: أي بمعنى ليس له عقل ولا عقد رأى فكذلك وضع المفتون موضع الفُتُون. * ذكر من قال: المفتون: بمعنى المصدر، وبمعنى الجنون: حدثني محمد بن عمرو، قال: ثنا أبو عاصم، قال: ثنا عيسى؛ وحدثني الحارث، قال: ثنا الحسن، قال: ثنا ورقاء، جميعا عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد، قوله: (بِأَيِّيكُمُ الْمَفْتُونُ ) قال: الشيطان. حُدثت عن الحسين، قال: سمعت أبا معاذ يقول: ثنا عبيد، قال: سمعت الضحاك، يقول في قوله: (بِأَيِّيكُمُ الْمَفْتُونُ ) يعني الجنون. حدثني محمد بن سعد، قال: ثني أبي، قال: ثني عمي، قال: ثني أبي، عن أبيه، عن ابن عباس يقول: بأيكم الجنون. وقال آخرون: بل معنى ذلك: أيكم أولى بالشيطان؛ فالباء على قول هؤلاء زيادة دخولها وخروجها سواء، ومثَّل هؤلاء ذلك بقول الراجز: نَحْـنُ بنُـو جَـعْدَةَ أصحَـابُ الفَلَـجْ نَضْـرِبُ بالسَّـيْفِ وَنَرْجُـو بـالفَرَجْ (2) بمعنى: نرجو الفرج، فدخول الباء في ذلك عندهم في هذا الموضع وخروجها سواء. * ذكر من قال ذلك: حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قتادة، قوله: (فَسَتُبْصِرُ وَيُبْصِرُونَ بِأَيِّيكُمُ الْمَفْتُونُ ) يقول: بأيكم أولى بالشيطان. حدثنا ابن عبد الأعلى، قال: ثنا ابن ثور، عن معمر، عن قتادة، في قوله: (بِأَيِّيكُمُ الْمَفْتُونُ ) قال: أيكم أولى بالشيطان. واختلف أهل العربية في ذلك نحو اختلاف أهل التأويل، فقال بعض نحوِّيي البصرة: معنى ذلك: فستبصر ويبصرون أيُّكم المفتون. وقال بعض نحوِّيي الكوفة: بأيكم المفتون ها هنا، بمعنى الجنون، وهو في مذهب الفُتُون، كما قالوا: ليس له معقول ولا معقود؛ قال: وإن شئت جعلت بأيكم في أيكم في أيّ الفريقين المجنون؛ قال: وهو حينئذ اسم ليس بمصدر. وأولى الأقوال في ذلك عندي بالصواب قول من قال: معنى ذلك: بأيكم الجنون، ووجه المفتون إلى الفتون بمعنى المصدر، لأن ذلك أظهر معاني الكلام، إذا لم ينو إسقاط الباء، وجعلنا لدخولها وجها مفهوما. وقد بيَّنا أنه غير جائز أن يكون في القرآن شيء لا معنى له. ----------------- الهوامش : (2) البيتان من مشطور الرجز، وهما من شواهد أبي عبيدة في مجاز القرآن (الورقة 179) من مصورة الجامعة عن نسخة "مراد مثلا" بالآستانة قال عند قوله تعالى: ( بأيكم المفتون ) مجازها: أيكم المفتون، كما قال الأول: "نحن بنو جعدة..." والشاهد فيه أن الباء في قوله بالفرج، أي نرجو الفرج، كما زيدت في الآية. والبيتان للنابغة الجعدي. وقد سبق الاستشهاد بهما على مثل هذا الموضع في الجزء (18: 14) فراجعه.