Tafseer van De Pen · Al-Qalam · 68:18
Maar zij maakten geen voorbehoud.
( وَلا يَسْتَثْنُونَ ) ("en zij maakten geen voorbehoud"): zij zeiden niet "in shāʾa Allāh" (zo Allah het wil).
Soortgelijk aan wat wij hierover gezegd hebben, hebben de exegeten verklaard.
* Vermelding van wie dat gezegd heeft:
Hannād ibn al-Sarī heeft ons verteld, hij zei: Abū al-Aḥwaṣ heeft ons verteld, op gezag van Simāk, op gezag van ʿIkrima, over Zijn woord: "Laat heden geen behoeftige bij jullie binnenkomen" (68:24). Hij zei: Het waren mensen uit Abessinië (al-Ḥabasha); hun vader bezat een tuin waaruit hij de behoeftigen voedde. Toen hun vader stierf, zeiden zijn zonen: "Bij Allah, onze vader was waarlijk een dwaas toen hij de behoeftigen voedde." Zo zwoeren zij de tuin in de vroege morgen af te oogsten, zonder een voorbehoud te maken, en gaven zij geen enkele behoeftige iets te eten.
Ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: Ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda, over Zijn woord: ( لَيَصْرِمُنَّهَا مُصْبِحِينَ ) ("zij zouden hem in de vroege morgen zeker afoogsten"). Hij zei: De tuin behoorde aan een oude man die aalmoezen gaf. Zijn zonen verboden hem het geven van aalmoezen, maar hij hield het levensonderhoud voor zijn jaar achter en gaf de rest uit en als aalmoes. Toen hun vader stierf, gingen zij er in de morgen heen en zeiden: "Laat heden geen behoeftige bij jullie binnenkomen" (68:24).
Er is vermeld dat de eigenaren van de tuin Mensen van het Boek waren.
* Vermelding van wie dat gezegd heeft:
Muḥammad ibn Saʿd heeft ons verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, over Zijn woord: ( إِنَّا بَلَوْنَاهُمْ كَمَا بَلَوْنَا أَصْحَابَ الْجَنَّةِ إِذْ أَقْسَمُوا ) ("Voorwaar, Wij hebben hen beproefd zoals Wij de eigenaren van de tuin beproefden toen zij zwoeren...") tot het einde van het vers. Hij zei: Zij behoorden tot de Mensen van het Boek. En al-ṣarm betekent: het afsnijden. Met Zijn woord ( لَيَصْرِمُنَّهَا ) wordt enkel bedoeld: zij zouden zeker de vrucht ervan plukken. Hiertoe behoort het woord van Imruʾ al-Qays:
Daʿd heeft de band met u verbroken na verbondenheid, en voor Daʿd werd zichtbaar een deel van wat zichtbaar wordt.