Tafseer van De Pen · Al-Qalam · 68:12
Een tegenhouder van het goede, buitensporig, zondig.
Zijn woord: مَنَّاعٍ لِلْخَيْرِ ("een verhinderaar van het goede"). De Verhevene, Wiens lof wordt vermeld, zegt: gierig met het bezit, vasthoudend daaraan en het onthoudend aan de rechten (die erop rusten).
Zijn woord: مُعْتَدٍ ("een overtreder"); hij zegt: een die de mensen overtreedt; أَثِيمٍ ("een zondaar"): een die zonde draagt tegenover zijn Heer.
En overeenkomstig met wat wij hierover gezegd hebben, hebben de uitleggers gesproken.
* Vermelding van wie dat zei:
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over zijn woord مُعْتَدٍ ("een overtreder"): in zijn handelen; أَثِيمٍ ("een zondaar"): tegenover zijn Heer.