Tafseer van De Onafwendbare Gebeurtenis · Al-Waaqia · 56:53
Dan zullen jullie daarmee de buiken vullen.
Vervolgens zei Hij: فَمَالِئُونَ مِنْهَا الْبُطُونَ ("en daarmee de buiken vullen"); hij bedoelt: van de boom (al-shajara). En als Hij had gezegd: "fa-māliʾūna minhu" (en daarvan vullen, in het mannelijk), terwijl al-shajar niet was vermeld, zou dat correct zijn geweest, doelend op al-shajar in "minhu", waarbij al-shajar mannelijk wordt gemaakt. En "minhā" (vrouwelijk) is dan een verwijzing naar al-shajar, want al-shajar wordt zowel vrouwelijk als mannelijk gebruikt, zoals al-tamr (dadels) zowel vrouwelijk als mannelijk wordt gebruikt.
Het juiste van de uitspraak hierover is naar onze mening de tweede opvatting, namelijk dat met Zijn uitspraak فَمَالِئُونَ مِنْهَا ("en daarmee vullen") al-shajar bedoeld wordt, dat vrouwelijk is gemaakt vanwege de betekenis, en dat Hij zei فَشَارِبُونَ عَلَيْهِ ("en jullie zullen daarop drinken") in het mannelijk vanwege het woord al-shajar.