Tafseer van De Onafwendbare Gebeurtenis · Al-Waaqia · 56:32
En fruit in overvloed.
Het woord over de uitleg van Zijn woord, de Verhevene: وَفَاكِهَةٍ كَثِيرَةٍ ("En overvloedig fruit") (32)
Hij zegt: وَفَاكِهَةٍ كَثِيرَةٍ * لا مَقْطُوعَةٍ وَلا مَمْنُوعَةٍ ("En overvloedig fruit, niet afgesneden en niet verboden"). Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt: en daarin is فَاكِهَةٌ كَثِيرَةٌ ("overvloedig fruit"), waarvan hun niets onthouden wordt dat zij verlangen op enig moment, zoals de zomervruchten in het wereldse leven in de winter ophouden; en het wordt hun niet onthouden, en geen doorn aan de bomen ervan, noch de verte ervan, staat tussen hen en het in, zoals de vruchten van het wereldse leven aan velen die ze verlangen onthouden worden door hun verte aan de boom, of door de doorn die aan hun boom zit. Maar veeleer, wanneer een van hen ernaar verlangt, valt zij in zijn mond of nadert zij hem totdat hij haar met zijn hand grijpt.
En overeenkomstig wat wij hierover hebben gezegd, hebben de mensen van de uitleg (ahl al-taʾwīl) gesproken.
En wij hebben de overlevering daarover reeds eerder vermeld, en wij vermelden hier nog een ander deel ervan:
Muḥammad ibn Bashshār heeft ons verteld, hij zei: Sulaymān heeft ons verteld, hij zei: Abū Hilāl heeft ons verteld, hij zei: Qatāda heeft ons verteld, over Zijn woord: لا مَقْطُوعَةٍ وَلا مَمْنُوعَةٍ , hij zei: geen doorn en geen verte onthoudt het hem.