Tabari
Terug naar surah 56, ayah 27

Tafseer van De Onafwendbare Gebeurtenis · Al-Waaqia · 56:27

وَأَصْحَٰبُ ٱلْيَمِينِ مَآ أَصْحَٰبُ ٱلْيَمِينِ

En de mensen van de rechterzijde, (wat een voorspoed voor) de mensen van de rechterzijde!

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Bespreking van de uitleg van Zijn woord, de Verhevene: وَأَصْحَابُ الْيَمِينِ مَا أَصْحَابُ الْيَمِينِ ("En de mensen van de rechterhand — wat zijn de mensen van de rechterhand!") (27)

    Allah, verheven is Zijn vermelding, zegt tot Zijn profeet Mohammed ﷺ: وَأَصْحَابُ الْيَمِينِ ("En de mensen van de rechterhand"). Dat zijn degenen die op de Dag der Opstanding naar de rechterzijde worden geleid, degenen die hun boeken in hun rechterhand ontvangen, o Mohammed. مَا أَصْحَابُ الْيَمِينِ ("Wat zijn de mensen van de rechterhand!") — dat wil zeggen: wat zijn zij voor mensen, en wat hebben zij, en welk goeds is er voor hen bereid? Er is gezegd: zij zijn de kinderen van de gelovigen.

    * Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    Mohammed ibn Maʿmar heeft mij verteld, hij zei: Abū Hishām al-Makhzūmī heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd al-Wāḥid heeft ons verteld, hij zei: al-Aʿmash heeft ons verteld, hij zei: ʿUthmān ibn Qays heeft ons verteld, dat hij Zādhān Abā ʿAmr hoorde zeggen: Ik hoorde ʿAlī ibn Abī Ṭālib, moge Allah tevreden over hem zijn, zeggen over وَأَصْحَابُ الْيَمِينِ مَا أَصْحَابُ الْيَمِينِ , hij zei: de mensen van de rechterhand zijn de kinderen van de gelovigen.

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over Zijn woord: وَأَصْحَابُ الْيَمِينِ مَا أَصْحَابُ الْيَمِينِ , namelijk: wat hebben zij, en wat is voor hen bereid.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَأَصْحَابُ الْيَمِينِ مَا أَصْحَابُ الْيَمِينِ (27) يقول تعالى ذكره لنبيه محمد صَلَّى الله عَلَيْهِ وَسَلَّم: ( وَأَصْحَابُ الْيَمِينِ ) وهم الذين يُؤخذ بهم يوم القيامة ذات اليمين، الذي أُعطوا كتبهم بأيمانهم يا محمد ( مَا أَصْحَابُ الْيَمِينِ ) أيّ شيء هم وما لهم، وماذا أعدّ لهم من الخير، وقيل: إنهم أطفال المؤمنين. * ذكر من قال ذلك: حدثنا محمد بن معمر، قال: ثنا أبو هشام المخزوميّ، قال: ثنا عبد الواحد، قال: ثنا الأعمش، قال: ثنا عثمان بن قيس، أنه سمع زاذان أبا عمرو يقول: سمعت عليّ بن أبي طالب رضي الله عنه يقول: ( وَأَصْحَابُ الْيَمِينِ مَا أَصْحَابُ الْيَمِينِ ) قال: أصحاب اليمين: أطفال المؤمنين. حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قتادة، في قوله: ( وَأَصْحَابُ الْيَمِينِ مَا أَصْحَابُ الْيَمِينِ ) : أي ماذا لهم، وماذا أعدّ لهم.