Tabari
Terug naar surah 56, ayah 16

Tafseer van De Onafwendbare Gebeurtenis · Al-Waaqia · 56:16

مُّتَّكِـِٔينَ عَلَيْهَا مُتَقَٰبِلِينَ

Daarop leunend, tegenover elkaar zittend.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    En Zijn woord: مُتَّكِئِينَ عَلَيْهَا مُتَقَابِلِينَ ("Daarop achteroverleunend, tegenover elkaar"). De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: achteroverleunend op de geweven rustbanken, met hun gezichten naar elkaar toe gekeerd, zodat de een niet naar de achterkant van het hoofd van de ander kijkt.

    Zoals Ibn Ḥumayd ons heeft verteld, hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, over Zijn woord: عَلَى سُرُرٍ مُتَقَابِلِينَ , hij zei: niemand van hen kijkt naar de achterkant van het hoofd van zijn metgezel. En er is vermeld dat dit in de lezing van ʿAbd Allāh (Ibn Masʿūd) luidt: مُتَّكِئِينَ عَلَيْها ناعِمِينَ ("daarop achteroverleunend, in weelde verkerend").

    Muḥammad ibn al-Muthannā heeft ons verteld, hij zei: Muḥammad ibn Jaʿfar heeft ons verteld, op gezag van Shuʿba, op gezag van Abū Isḥāq, over de lezing van ʿAbd Allāh, dat wil zeggen Ibn Masʿūd: مُتَّكِئِينَ عَلَيْها ناعِمِينَ .

    En wij hebben dat reeds op een andere plaats dan deze uiteengezet, en wij hebben vermeld wat daarover aan overlevering bestaat.

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله: ( مُتَّكِئِينَ عَلَيْهَا مُتَقَابِلِينَ ) يقول تعالى ذكره متكئين على السُّرر الموضونة، متقابلين بوجوههم، لا ينظر بعضهم إلى قفا بعض. كما حدثنا ابن حُميد، قال: ثنا مهران، عن سفيان، عن ابن أبي نجيح، عن مجاهد، قوله: عَلَى سُرُرٍ مُتَقَابِلِينَ قال: لا ينظر أحدهم في قفا صاحبه، وذُكر أن ذلك في قراءة عبد الله ( مُتَّكِئِينَ عَلَيْها ناعِمِينَ ). حدثنا محمد بن المثنى ، قال: ثنا محمد بن جعفر، عن شعبة، عن أبي إسحاق، في قراءة عبد الله، يعني ابن مسعود ( مُتَّكِئِينَ عَلَيْها ناعِمِينَ ). وقد بينا ذلك في غير هذا الموضع، وذكرنا ما فيه من الرواية.