Tafseer van De Berg · At-Tur · 52:36
Of hebben zij de hemelen en de aarde geschapen? Zelfs zij zijn er niet van overtuigd.
أَمْ خَلَقُوا السَّمَاوَاتِ وَالأرْضَ ("Of hebben zij de hemelen en de aarde geschapen?"). Hij zegt: Hebben zij de hemelen en de aarde geschapen, zodat zíj de scheppers zouden zijn? De betekenis hiervan is in werkelijkheid: zij hebben de hemelen en de aarde niet geschapen. بَل لا يُوقِنُونَ ("Nee, zij zijn niet overtuigd"). Hij zegt: Het is niet zo dat zij nalieten het bevel van hun Heer op te volgen en zich te onderwerpen aan Zijn gehoorzaamheid in wat Hij gebood en verbood omdát zij de hemelen en de aarde hadden geschapen en daardoor heren waren geworden. Veeleer deden zij dat omdat zij geen vaste overtuiging hebben aangaande de dreiging van Allah en aangaande de bestraffing (ʿadhāb) die Hij in het hiernamaals heeft klaargemaakt voor degenen die ongelovig (kufr) aan Hem zijn.