Tabari
Terug naar surah 52, ayah 28

Tafseer van De Berg · At-Tur · 52:28

إِنَّا كُنَّا مِن قَبْلُ نَدْعُوهُ ۖ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلْبَرُّ ٱلرَّحِيمُ

Voorwaar, Wij plachten Hem vroeger aan te roepen: voorwaar, Hij is de Weldoener, de Meest Barmhartige."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Zijn uitspraak: ( Voorzeker, wij riepen Hem voorheen aan ) Hij zegt: voorzeker, wij riepen Hem in het wereldse leven, vóór deze dag van ons, aan: wij aanbaden Hem, de godsdienst zuiver aan Hem wijdend, zonder iets aan Hem als deelgenoot toe te kennen. ( Voorwaar, Hij is de Goedertierene (al-Barr) ) Hiermee wordt bedoeld: de Genadevolle (al-laṭīf) jegens Zijn dienaren.

    Zoals ʿAlī ons heeft verteld, hij zei: Abū Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, over Zijn uitspraak: ( Voorwaar, Hij is de Goedertierene ) Hij zegt: de Genadevolle (al-laṭīf).

    Zijn uitspraak: ( de Genadevolle (al-Raḥīm) ) Hij zegt: de Genadevolle jegens Zijn schepping, doordat Hij hen niet bestraft na hun berouw.

    De reciteurs verschilden van mening over de recitatie van Zijn uitspraak: ( Voorwaar, Hij is de Goedertierene ). De meeste reciteurs van Medina lazen het als "annahu" met een fatḥa op de alif, met de betekenis: voorzeker, wij riepen Hem voorheen aan ómdat Hij de Goedertierene is, of: wegens het feit dat Hij de Goedertierene is. En de meeste reciteurs van Kūfa en Baṣra lazen dat met een kasra, op grond van een nieuw zinsbegin (ibtidāʾ).

    Het juiste oordeel daarover is dat het twee bekende recitaties zijn; met welke van beide de reciteur ook reciteert, hij heeft het bij het rechte eind.

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله: ( إِنَّا كُنَّا مِنْ قَبْلُ نَدْعُوهُ ) يقول: إنا كنا في الدنيا من قبل يومنا هذا ندعوه: نعبده مخلصا له الدين, لا نشرك به شيئا( إِنَّهُ هُوَ الْبَرُّ ) يعني: اللطيف بعباده. كما حدثنا عليّ, قال: ثنا أبو صالح, قال: ثني معاوية, عن عليّ, عن ابن عباس, قوله: ( إِنَّهُ هُوَ الْبَرُّ ) يقول: اللطيف. وقوله: ( الرَّحِيمِ ) يقول: الرحيم بخلقه أن يعذّبهم بعد توبتهم. واختلفت القرّاء في قراءة قوله: ( إِنَّهُ هُوَ الْبَرُّ ) فقرأته عامة قراء المدينة " أَنَّهُ" بفتح الألف, بمعنى: إنا كنا من قبل ندعوه لأنه البرّ, أو بأنه هو البرّ. وقرأ ذلك عامة قرّاء الكوفة والبصرة بالكسر على الابتداء. والصواب من القول في ذلك, أنهما قراءتان معروفتان, فبأيتهما قرأ القارئ فمصيب.