Tabari
Terug naar surah 52, ayah 26

Tafseer van De Berg · At-Tur · 52:26

قَالُوٓا۟ إِنَّا كُنَّا قَبْلُ فِىٓ أَهْلِنَا مُشْفِقِينَ

Zij zeggen: "Voorwaar, wij waren vroeger temidden van onze verwanten bevreesd (voor Allah).

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de woorden van de Verhevene: قَالُوا إِنَّا كُنَّا قَبْلُ فِي أَهْلِنَا مُشْفِقِينَ (26) ("Zij zeggen: 'Voorheen waren wij te midden van onze familie vol vrees'") (52:26)

    Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt: zij zeggen tegen elkaar: voorwaar, wij, o volk, waren te midden van onze familie in het wereldse leven vol vrees, bevreesd voor de bestraffing (ʿadhāb) van Allah, beducht dat onze Heer ons heden zou bestraffen.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : قَالُوا إِنَّا كُنَّا قَبْلُ فِي أَهْلِنَا مُشْفِقِينَ (26) يقول تعالى ذكره: قال بعضهم لبعض: إنا أيها القوم كنا في أهلنا في الدنيا مُشفقين خائفين من عذاب الله وجلين أن يعذبنا ربنا اليوم .