Tabari
Terug naar surah 51, ayah 46

Tafseer van De Verspreidsters · Adh-Dhaariyat · 51:46

وَقَوْمَ نُوحٍۢ مِّن قَبْلُ ۖ إِنَّهُمْ كَانُوا۟ قَوْمًۭا فَٰسِقِينَ

En het volk van Nôeh van daarvóór: voorwaar, zij waren een zwaar zondig volk.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    En Zijn woorden وَقَوْمَ نُوحٍ مِنْ قَبْلُ إِنَّهُمْ كَانُوا قَوْمًا فَاسِقِينَ (En [eveneens] het volk van Nūḥ tevoren; voorwaar, zij waren verdorven lieden). De reciteerders verschilden in de lezing van Zijn woorden وَقَوْمَ نُوحٍ met accusatief (naṣb). Voor de accusatief daarvan zijn er verschillende verklaringen. De eerste: dat "al-qawm" (het volk) gekoppeld is aan het voornaamwoord "hum" (hen) in Zijn woorden فَأَخَذَتْهُمُ الصَّاعِقَةُ (toen greep de bliksemslag hen), aangezien de Arabieren elke vernietigende bestraffing een "ṣāʿiqa" (bliksemslag) noemen; de betekenis van de uitspraak is dan: toen greep de bliksemslag hen en greep [zij] het volk van Nūḥ tevoren. De tweede: dat het in de accusatief staat krachtens de [impliciete] betekenis van de uitspraak, aangezien er in wat voorafging aan de berichten over de [vroegere] volkeren een aanwijzing ligt voor wat bedoeld is, namelijk dat de betekenis is: Wij hebben deze volkeren vernietigd, en Wij hebben het volk van Nūḥ tevoren vernietigd. De derde: dat er een werkwoord dat de accusatief regeert bij verondersteld wordt, zodat de betekenis van de uitspraak is: en gedenk voor hen het volk van Nūḥ, zoals Hij zei وَإِبْرَاهِيمَ إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِ (en [gedenk] Ibrāhīm, toen hij tot zijn volk zei) en dergelijke, met de betekenis: bericht hun en gedenk voor hen. De meeste reciteerders van Kūfa en Basra lazen dat als وَقَوْمِ نُوحٍ met genitief (khafḍ) bij "al-qawm", met de betekenis: en in het volk van Nūḥ, waarbij "al-qawm" gekoppeld is aan "Mūsā" in Zijn woorden وَفِي مُوسَى إِذْ أَرْسَلْنَاهُ إِلَى فِرْعَوْنَ (en in Mūsā, toen Wij hem naar Firʿawn zonden).

    Het juiste oordeel hierover is dat het twee welbekende lezingen zijn in de reciteringen van de [verschillende] streken, zodat met welke van beide de reciteerder ook reciteert, hij juist handelt. De uitleg ervan volgens de lezing van wie het met genitief leest, is: en in het volk van Nūḥ ligt eveneens een lering voor hen, aangezien Wij hen vóór Thamūd vernietigden toen zij Onze boodschapper Nūḥ loochenden. إِنَّهُمْ كَانُوا قَوْمًا فَاسِقِينَ (voorwaar, zij waren verdorven lieden) — Hij zegt: voorwaar, zij waren lieden die het gebod van Allah tegenstreefden en buiten Zijn gehoorzaamheid traden.

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله ( وَقَوْمَ نُوحٍ مِنْ قَبْلُ إِنَّهُمْ كَانُوا قَوْمًا فَاسِقِينَ ) اختلفت القرّاء في قراءة قوله ( وَقَوْمَ نُوحٍ ) نصبا. ولنصب ذلك وجوه: أحدها: أن يكون القوم عطفا على الهاء والميم في قوله ( فَأَخَذَتْهُمُ الصَّاعِقَةُ ) إذ كان كلّ عذاب مهلك تسميه العرب صاعقة, فيكون معنى الكلام حينئذ: فأخذتهم الصاعقة وأخذت قوم نوح من قبل. والثاني: أن يكون منصوبا بمعنى الكلام , إذ كان فيما مضى من أخبار الأمم قبل دلالة على المراد من الكلام, وأن معناه: أهلكنا هذه الأمم, وأهلكنا قوم نوح من قبل. والثالث: أن يضمر له فعلا ناصبًا, فيكون معنى الكلام: واذكر لهم قوم نوح, كما قال وَإِبْرَاهِيمَ إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِ ونحو ذلك, بمعنى أخبرهم واذكر لهم. وقرأ ذلك عامة قرّاء الكوفة والبصرة ( وَقَوْمِ نُوحٍ ) بخفض القوم على معنى: وفي قوم نوح عطفا بالقوم على موسى في قوله وَفِي مُوسَى إِذْ أَرْسَلْنَاهُ إِلَى فِرْعَوْنَ . والصواب من القول في ذلك أنهما قراءتان معروفتان في قراءة الأمصار, فبأيتهما قرأ القارئ فمصيب, وتأويل ذلك في قراءة من قرأه خفضا وفي قوم نوح لهم أيضا عبرة, إذ أهلكناهم من قبل ثمود لما كذّبوا رسولنا نوحا( إِنَّهُمْ كَانُوا قَوْمًا فَاسِقِينَ ) يقول: إنهم كانوا مخالفين أمر الله, خارجين عن طاعته.