Tafseer van De Verspreidsters · Adh-Dhaariyat · 51:45
Toen konden zij niet meer opstaan en zij konden zichzelf niet helpen.
De uitleg van Zijn uitspraak, de Verhevene: Toen konden zij niet opstaan, en zij konden zich niet helpen (45)
De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: toen waren zij niet in staat zich te verweren tegen de bestraffing van Allah die over hen neerdaalde, en zij waren niet bij machte zich daartegen op te richten.
Zoals Bishr ons verteld heeft, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over Zijn uitspraak Toen konden zij niet opstaan, hij zegt: het volk was niet in staat zich op te richten tegen de bestraffing van Allah, gezegend en verheven is Hij.
Ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: Ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda Toen konden zij niet opstaan, hij zei: zich oprichten.
Sommige Arabische taalgeleerden zeiden: de betekenis van Zijn uitspraak Toen konden zij niet opstaan is: toen konden zij die niet ten uitvoer brengen. Hij zei: indien het ware Toen waren zij niet in staat tot oprichting (iqāma), zou dat ook juist zijn geweest, en het weglaten van de alif daaruit is als Zijn uitspraak Hij heeft u uit de aarde doen voortkomen, als een voortkomen (nabātan).
Zijn uitspraak en zij konden zich niet helpen — Hij zegt: en zij waren niet bij machte vergelding te nemen op degene die over hen de bestraffing liet neerkomen die hen overviel.
Qatāda placht in de uitleg daarvan te zeggen wat Bishr ons verteld heeft, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda en zij konden zich niet helpen, hij zei: zij bezaten geen kracht waarmee zij zich tegen Allah, machtig en verheven is Hij, konden verweren.