Tabari
Terug naar surah 45, ayah 20

Tafseer van De Knielenden · Al-Jaathiya · 45:20

هَٰذَا بَصَٰٓئِرُ لِلنَّاسِ وَهُدًۭى وَرَحْمَةٌۭ لِّقَوْمٍۢ يُوقِنُونَ

Deze (Koran) is een duidelijke aanwijzing voor de mensheid en Leiding en Barmhartigheid voor een volk dat overtuigd is.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het woord over de uitleg van Zijn woord, de Verhevene: Dit zijn inzichten voor de mensen, en een leiding en een barmhartigheid voor een volk dat zekerheid heeft (20)

    De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: ( Dit ) Boek dat Wij tot jou hebben neergezonden, o Muḥammad, ( zijn inzichten voor de mensen ), waardoor zij de waarheid van de valsheid onderscheiden, en waardoor zij de weg van de rechte leiding kennen. En al-baṣāʾir is het meervoud van baṣīra (inzicht).

    En in overeenstemming met wat wij hierover gezegd hebben, placht Ibn Zayd te zeggen.

    * Vermelding van wie dat zei:

    Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei, over Zijn woord ( Dit zijn inzichten voor de mensen, en een leiding en een barmhartigheid ): hij zei: de Koran. Hij zei: dit alles is slechts in het hart. Hij zei: en het horen en het zien zijn in het hart. En hij las want voorwaar, niet de ogen zijn blind, maar blind zijn de harten die in de borsten zijn . En het is niet het zien van deze wereld, noch het horen ervan.

    En Zijn woord ( en een leiding ) zegt: en een rechte leiding ( en een barmhartigheid voor een volk dat zekerheid heeft ) over de waarachtige juistheid van deze Koran, en dat hij een neerzending is van Allah, de Almachtige, de Alwijze. En de Verhevene, wiens lof verheven is, heeft de mensen van zekerheid in het bijzonder genoemd met het feit dat hij voor hen inzichten, leiding en barmhartigheid is, omdat zij het zijn die er baat bij hadden, in tegenstelling tot wie hem loochende van de mensen van het ongeloof (kufr); want voor hem was hij blindheid en was hij voor hem droefenis.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : هَذَا بَصَائِرُ لِلنَّاسِ وَهُدًى وَرَحْمَةٌ لِقَوْمٍ يُوقِنُونَ (20) يقول تعالى ذكره ( هَذَا ) الكتاب الذي أنـزلناه إليك يا محمد ( بَصَائِرُ لِلنَّاسِ ) يُبْصِرُون به الحقّ من الباطل, ويعرفون به سبيل الرشاد, والبصائر: جمع بصيرة. وبنحو الذي قلنا في ذلك كان ابن زيد يقول. * ذكر من قال ذلك: حدثني يونس, قال: أخبرنا ابن وهب, قال: قال ابن زيد, في قوله ( هَذَا بَصَائِرُ لِلنَّاسِ وَهُدًى وَرَحْمَةٌ ) قال: القرآن. قال: هذا كله إنما هو في القلب. قال: والسمع والبصر في القلب. وقرأ فَإِنَّهَا لا تَعْمَى الأَبْصَارُ وَلَكِنْ تَعْمَى الْقُلُوبُ الَّتِي فِي الصُّدُورِ وليس ببصر الدنيا ولا بسمعها. وقوله: ( وَهُدًى ) يقول: ورشاد ( وَرَحْمَةٌ لِقَوْمٍ يُوقِنُونَ ) بحقيقة صحة هذا القرآن, وأنه تنـزيل من الله العزيز الحكيم. وخصّ جلّ ثناؤه الموقنين بأنه لهم بصائر وهدى ورحمة, لأنهم الذين انتفعوا به دون من كذب به من أهل الكفر, فكان عليه عمى وله حزنا.