Tabari
Terug naar surah 44, ayah 54

Tafseer van De Rook · Ad-Dukhaan · 44:54

كَذَٰلِكَ وَزَوَّجْنَٰهُم بِحُورٍ عِينٍۢ

Zo is het. En Wij zullen hen huwen met schone maagden.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het woord over de uitleg van Zijn woord, de Verhevene: Zo is het; en Wij zullen hen huwen met ḥūr ʿīn (grootogige witte vrouwen) (54)

    De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: zoals Wij deze godvrezenden in het hiernamaals de eer gaven door hen de tuinen (de paradijzen) binnen te leiden en hen daarin met fijne en zware zijde (sundus en istabraq) te bekleden, zo eerden Wij hen ook hierdoor, dat Wij hen daarin tot echtgenoten gaven ḥūr onder de vrouwen, en dat zijn zij die zuiver van blankheid zijn; hun enkelvoud is: ḥawrāʾ.

    Mujāhid placht over de betekenis van al-ḥūr te zeggen, volgens wat Muḥammad ibn ʿAmr mij daarover heeft verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld; en al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld, beiden op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, over Zijn woord ( en Wij zullen hen huwen met ḥūr ʿīn ): hij zei: Wij geven hun ḥūr ten huwelijk. Hij zei: en al-ḥūr zijn zij over wie de blik in verwarring raakt; het merg van hun benen is zichtbaar van achter hun kleding, en de toeschouwer ziet zijn gezicht in de lever van een van hen als in een spiegel, vanwege de fijnheid van de huid en de zuiverheid van de kleur. En dit wat Mujāhid zei — dat al-ḥūr slechts betekent dat de blik daarin in verwarring raakt — is een uitspraak die geen betekenis heeft in de taal der Arabieren, want al-ḥūr is slechts het meervoud van ḥawrāʾ, zoals al-ḥumr het meervoud is van ḥamrāʾ, en al-sūd het meervoud van sawdāʾ. En ḥawrāʾ is slechts de vorm faʿlāʾ van al-ḥawar, hetgeen de zuiverheid van blankheid is, zoals het zuiver-blanke van het voedsel al-ḥuwwārī genoemd wordt. En wij hebben de betekenis daarvan met haar getuigenissen reeds eerder uiteengezet.

    En in overeenstemming met wat wij over de betekenis daarvan gezegd hebben, spraken de overige exegeten (ahl al-taʾwīl).

    * Vermelding van wie dat zei:

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over Zijn woord ( Zo is het; en Wij zullen hen huwen met ḥūr ʿīn ): hij zei: blank, grootogig. Hij zei: en in de lezing van Ibn Masʿūd staat ( bi-ʿīs ʿīn ).

    Ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: Ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda, over Zijn woord ( met ḥūr ʿīn ): hij zei: blank, grootogig. Hij zei: en in de lezing van Ibn Masʿūd staat ( bi-ʿīs ʿīn ). En Ibn Masʿūd las dit aldus — dat wil zeggen dat de betekenis van al-ḥūr anders is dan wat Mujāhid meende, want al-ʿīs is bij de Arabieren het meervoud van ʿaysāʾ, en dat is de blanke onder de kamelen, zoals al-Aʿshā zei:

    En menige verre, eenzame woestijn waarin de wolven huilen,

    heb ik een witgrijze [kameel] onder het zadel doen dragen, luid balkend. (5)

    Met al-aʿyas bedoelt hij: een witte kameel. Wat al-ʿīn betreft, dat is het meervoud van ʿaynāʾ, en dat is de grootogige onder de vrouwen.

    En Zijn woord ( zij roepen daarin )… de rest van het vers — Hij zegt: deze godvrezenden roepen in het paradijs om elke soort van het ooft van het paradijs die zij begeren, daarin veilig dat het van hen afgesneden wordt, of opraakt of vergaat, en veilig voor de kwade gevolgen van zijn schade en zijn onaangenaamheid. Hij zegt: dat ooft daar is niet als het ooft van deze wereld dat wij eten, terwijl zij de kwade afloop daarvan vrezen, en het nadelig gevolg van zijn schade, met daarbij dat het van hen opraakt en in sommige tijden en momenten ontbreekt.

    En Qatāda placht de uitleg van Zijn woord ( veilig ) te richten op wat Bishr ons verteld heeft.

    ------------------------

    Voetnoten:

    (5) Het vers is van al-Aʿshā van Banū Qays ibn Thaʿlaba (zijn dīwān, Caïro-druk 1361). Daarin luidt de overlevering: "qafr masāribuh" op de plaats van "taʿwī al-dhiʾāb bih". Al-mahmah: de woestijn; en nāziḥ: verafgelegen. En qafr: leeg van plantengroei en van mensen. En masāribuh: zijn paden. En aʿyas: een witte kameel waarin een roodachtige of donkere tint gemengd is. En al-raḥl: het hout dat op de kameel wordt vastgebonden om erop te rijden. En naʿʿāb: van naʿabat al-ibil — wanneer zij hun nekken strekken bij het gaan; en er is gezegd dat het is dat de kameel zijn hoofd beweegt wanneer hij zich haast (al-Lisān: naʿb). De getuigeniswaarde van het vers ligt bij de auteur hierin: dat al-ʿīs bij de Arabieren het meervoud is van aʿyas en ʿaysāʾ, en dat is de witte kameelin, zoals het in het gedicht van al-Aʿshā voorkomt: al-aʿyas: de witte kameel.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : كَذَلِكَ وَزَوَّجْنَاهُمْ بِحُورٍ عِينٍ (54) يقول تعالى ذكره: كما أعطينا هؤلاء المتقين في الآخرة من الكرامة بإدخالناهم الجنات, وإلباسناهم فيها السندس والإستبرق, كذلك أكرمناهم بأن زوّجناهم أيضا فيها حورا من النساء, وهن النقيات البياض, واحدتهنّ: حَوْراء. وكان مجاهد يقول في معنى الحُور, ما حدثني به محمد بن عمرو, قال: ثنا أبو عاصم, قال: ثنا عيسى; وحدثني الحارث, قال: ثنا الحسن, قال: ثنا ورقاء جميعا, عن ابن أبي نجيح, عن مجاهد, قوله ( وَزَوَّجْنَاهُمْ بِحُورٍ عِينٍ ) قال: أنكحناهم حورا. قال: والحُور: اللاتي يحار فيهنّ الطرف بادٍ مُخُّ سوقهنّ من وراء ثيابهنّ, ويرى الناظر وجهه في كبد إحداهنّ كالمرآة من رقة الجلد, وصفاء اللون. وهذا الذي قاله مجاهد من أن الحور إنما معناها: أنه يحار فيها الطرف, قول لا معنى له في كلام العرب, لأن الحُور إنما هو جمع حوراء, كالحمر جمع حمراء, والسود: جمع سوداء, والحوراء إنما هي فعلاء من الحور وهو نقاء البياض, كما قيل للنقيّ البياض من الطعام الحُوَّارِيُّ. وقد بينَّا معنى ذلك بشواهده فيما مضى قبل. وبنحو الذي قلنا في معنى ذلك قال سائر أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثنا بشر, قال: ثنا يزيد, قال ثنا سعيد, عن قتادة, قوله ( كَذَلِكَ وَزَوَّجْنَاهُمْ بِحُورٍ عِينٍ ) قال: بيضاء عيناء, قال: وفي قراءة ابن مسعود ( بعِيس عِين ) . حدثنا ابن عبد الأعلى, قال: ثنا ابن ثور, عن معمر, عن قتادة, في قوله ( بِحُورٍ عِينٍ ) قال: بيض عين, قال: وفي حرف ابن مسعود ( بعِيس عِين ). وقرأ ابن مسعود هذه, يعني أن معنى الحور غير الذي ذهب إليه مجاهد, لأن العيس عند العرب جمع عيساء, وهي البيضاء من الإبل, كما قال الأعشى: وَمَهْمَـهٍ نَـازِحٍ تَعْـوِي الذّئـابُ بِـهِ كَــلَّفْتُ أَعْيَسَ تَحْـتَ الرَّحْـلِ نَعَّابـا (5) يعني بالأعيس: جملا أبيض. فأما العين فإنها جمع عيناء, وهي العظيمة العينين من النساء. وقوله ( يَدْعُونَ فِيهَا )... الآية, يقول: يدعو هؤلاء المتقون في الجنة بكلّ نوع من فواكه الجنة اشتهوه, آمنين فيها من انقطاع ذلك عنهم ونفاده وفنائه, ومن غائلة أذاه ومكروهه, يقول: ليست تلك الفاكهة هنالك كفاكهة الدنيا التي نأكلها, وهم يخافون مكروه عاقبتها, وغبّ أذاها مع نفادها من عندهم, وعدمها في بعض الأزمنة والأوقات. وكان قتادة يوجه تأويل قوله: (آمِنِينَ) إلى ما حدثنا به بشر. ------------------------ الهوامش: (5) البيت : لأعشى بني قيس بن ثعلبة (ديوانه طبع القاهرة 1361 ) والرواية فيه :"قفر مساربه" في موضع"تعوي الذئاب به" والمهمه : الصحراء ، ونازح : بعيد . وقفر : خال من النبات والإنس . ومساربه مسالكه . وأعيس : حمل أبيض يخالطه شقرة أو ظلمة . والرحل : الخشب يشد على الجمل ليركب فوقه . ونعاب : من نعبت الإبل : إذا مدت أعناقها في سيرها . وقيل هو أن يحرك البعير رأسه إذا أسرع (اللسان: نعب) . ومحل الشاهد في البيت عند المؤلف أن العيس عند العرب جمع أعيس ، وعيساء ، وهي الناقة البيضاء ، كما جاء في شعر الأعشى : الأعيس : الجمل الأبيض.