Tabari
Terug naar surah 44, ayah 27

Tafseer van De Rook · Ad-Dukhaan · 44:27

وَنَعْمَةٍۢ كَانُوا۟ فِيهَا فَٰكِهِينَ

En genietingen die zij daarin kunnen smaken.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    En Zijn uitspraak: وَنَعْمَةٍ كَانُوا فِيهَا فَاكِهِينَ (en een genot waarin zij behaagden). Hij, verheven is Zijn gedachtenis, zegt: en zij werden verdreven uit een genot waarin zij behaagden, zich verlustigden en weldadig leefden.

    De reciteurs verschilden over de lezing van Zijn uitspraak فَاكِهِينَ (behagend). De algemene reciteurs van de steden lazen het — met uitzondering van Abū Jaʿfar de reciteur — فَاكِهِينَ volgens de betekenis die ik heb beschreven. En Abū Rajāʾ al-ʿUṭāridī, al-Ḥasan en Abū Jaʿfar al-Madanī lazen فَكِهينَ met de betekenis: overmoedig en uitgelaten.

    En het juiste van de lezing is naar mijn mening daarin de lezing die de reciteurs van de steden volgen, namelijk فَاكِهِينَ met de alif, met de betekenis: weldadig levend.

    En in gelijke zin als wat wij hierover hebben gezegd, hebben de uitleggers gesproken.

    * Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda وَنَعْمَةٍ كَانُوا فِيهَا فَاكِهِينَ (en een genot waarin zij behaagden): weldadig levend. Hij zei: ja, bij Allah, Allah verdreef hem uit Zijn tuinen, Zijn bronnen en Zijn akkers, totdat Hij hem in de zee deed verzinken.

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله ( وَنَعْمَةٍ كَانُوا فِيهَا فَاكِهِينَ ) يقول تعالى ذكره: وأخرجوا من نعمة كانوا فيها فاكهين متفكهين ناعمين. واختلفت القرّاء في قراءة قوله ( فَاكِهِينَ ) فقرأته عامة قرّاء الأمصار خلا أبي جعفر القارئ( فَاكِهِينَ ) على المعنى الذي وصفت. وقرأه أبو رجاء العُطاردي والحسن وأبو جعفر المدنيّ( فَكِهينَ ) بمعنى: أشِرِين بَطِرين. والصواب من القراءة عندي في ذلك, القراءة التي عليها قرّاء الأمصار, وهي ( فَاكِهِينَ ) بالألف بمعنى ناعمين. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثنا بشر, قال: ثنا يزيد, قال: ثنا سعيد, عن قتادة ( وَنَعْمَةٍ كَانُوا فِيهَا فَاكِهِينَ ) : ناعمين, قال: إي والله, أخرجه الله من جناته وعيونه وزروعه حتى ورّطه في البحر.