Tabari
Terug naar surah 43, ayah 52

Tafseer van De Versieringen · Az-Zukhruf · 43:52

أَمْ أَنَا۠ خَيْرٌۭ مِّنْ هَٰذَا ٱلَّذِى هُوَ مَهِينٌۭ وَلَا يَكَادُ يُبِينُ

Ik ben zelfs beter dan die veractelijke en hij kan bijna niet duidelijk spreken.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitspraak over de uitleg van Zijn woord, de Verhevene: أَمْ أَنَا خَيْرٌ مِنْ هَذَا الَّذِي هُوَ مَهِينٌ وَلا يَكَادُ يُبِينُ ("Ben ik soms niet beter dan deze die verachtelijk is en zich nauwelijks verstaanbaar kan maken?") (43:52).

    De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt, berichtend over wat Firʿawn tot zijn volk zei, nadat hij tegen hen had geargumenteerd met zijn koningschap en zijn macht, en de duidelijkheid van zijn tong en de volkomenheid van zijn gestalte, en het verschil tussen hem en Mūsā in de eigenschappen waarmee hij zichzelf en Mūsā omschreef: ik ben beter, o volk, en mijn kenmerk is dit kenmerk dat ik jullie heb beschreven, أم هذا الذي هو مهين ("of [ben ik beter dan] deze die verachtelijk is") en niets bezit aan koningschap of bezittingen, naast het gebrek dat in zijn lichaam is en de kwaal die in zijn tong is, zodat hij daardoor zijn spraak nauwelijks verstaanbaar kan maken?

    Men verschilde van mening over de betekenis van Zijn woord أمْ ("am") op deze plaats. Sommigen zeiden: de betekenis ervan is: nee, ík ben beter; en zij zeiden: dat is "bal" (ja/nee veeleer), geen vraagwoord.

    * Vermelding van wie dat zei:

    Muḥammad heeft ons verteld, hij zei: Aḥmad heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī, over Zijn uitspraak: أَمْ أَنَا خَيْرٌ مِنْ هَذَا الَّذِي هُوَ مَهِينٌ ("Ben ik soms niet beter dan deze die verachtelijk is"), hij zei: nee, ík ben beter dan deze. En in die trant placht een deel van de geleerden van de Arabische taal uit de inwoners van Basra te spreken.

    En een deel van de grammatici van Kufa zei: het behoort tot de vraagvorm die met "am" gevormd is, vanwege de verbinding met de eraan voorafgaande woorden. Hij zei: en als je wilt, kun je het terugvoeren op Zijn uitspraak أَلَيْسَ لِي مُلْكُ مِصْرَ ("Behoort het koningschap van Egypte niet aan mij toe?"). En wanneer het woord wordt opgevat als vraag, dan moet er in de zin iets weggelaten zijn, waarbij met het vermelde wordt volstaan voor wat aan vermelding is achterwege gelaten; en de betekenis van het woord is dan: ben ík beter, o volk, dan deze die verachtelijk is, of is híj het?

    En over sommige reciteurs is overgeleverd dat zij dat lazen als "ammā anā khayrun".

    Men heeft ons dat verteld op gezag van al-Farrāʾ, hij zei: een van de oude meesters heeft mij bericht dat hem bereikt heeft dat een deel van de reciteurs het zo las. En als deze recitatie een wijdverbreide recitatie was geweest onder de reciteurs van de regio's, dan zou zij correct zijn geweest, en zou de betekenis ervan goed zijn; behalve dat zij in strijd is met wat de reciteurs van de regio's volgen, zodat ik het reciteren ervan niet toelaatbaar acht. En volgens deze recitatie — als zij correct zou zijn — zou er geen moeite of last in de betekenis ervan zijn.

    En het juiste van de recitatie daarin is wat de reciteurs van de regio's volgen. En de meest gepaste van de uitleggingen van het woord, aangezien het zo is, is de uitleg van wie أم أنا خَيْرٌ ("am anā khayrun", "ben ik soms niet beter") opvat als behorend tot de vraagvorm die met "am" gevormd is, vanwege de verbinding ervan met de eraan voorafgaande woorden, en het opvat in de betekenis van: ben ík beter dan deze die verachtelijk is, of is híj het? En vervolgens werd het noemen van "of is híj het" achterwege gelaten, vanwege de aanwijzing daarop die in het woord aanwezig is.

    En met Zijn uitspraak مِنْ هَذَا الَّذِي هُوَ مَهِينٌ ("dan deze die verachtelijk is") wordt bedoeld: dan deze die zwak is door de geringheid van zijn bezit, en die niet het koningschap en de macht bezit die híj bezit.

    En in de trant van wat wij daarover gezegd hebben, spraken de uitleggers.

    * Vermelding van wie dat zei:

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: أَمْ أَنَا خَيْرٌ مِنْ هَذَا الَّذِي هُوَ مَهِينٌ ("Ben ik soms niet beter dan deze die verachtelijk is"), hij zei: zwak.

    Muḥammad heeft ons verteld, hij zei: Aḥmad heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī: مِنْ هَذَا الَّذِي هُوَ مَهِينٌ ("dan deze die verachtelijk is"), hij zei: de verachtelijke (al-mahīn) is de zwakke.

    En Zijn uitspraak: وَلا يَكَادُ يُبِينُ ("en zich nauwelijks verstaanbaar kan maken"), Hij zegt: en hij kan zijn spraak nauwelijks verstaanbaar maken door de gebrekkigheid van zijn tong. En in de trant van wat wij daarover gezegd hebben, spraken de uitleggers.

    * Vermelding van wie dat zei:

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: وَلا يَكَادُ يُبِينُ ("en zich nauwelijks verstaanbaar kan maken"): dat wil zeggen, met een gebrekkige tong.

    Muḥammad heeft ons verteld, hij zei: Aḥmad heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī: وَلا يَكَادُ يُبِينُ ("en zich nauwelijks verstaanbaar kan maken"), [namelijk] de spraak.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : أَمْ أَنَا خَيْرٌ مِنْ هَذَا الَّذِي هُوَ مَهِينٌ وَلا يَكَادُ يُبِينُ (52) يقوله تعالى ذكره مخبرًا عن قيل فرعون لقومه بعد احتجاجه عليهم بملكه وسلطانه, وبيان لسانه وتمام خلقه, وفضل ما بينه وبين موسى بالصفات التي وصف بها نفسه وموسى: أنا خير أيها القوم, وصفتي هذه الصفة التي وصفت لكم ( أم هذا الذي هو مهين ) لا شيء له من الملك والأموال مع العلة التي في جسده, والآفة التي بلسانه, فلا يكاد من أجلها يبين كلامه؟. وقد اختُلف في معنى قوله: ( أمْ ) في هذا الموضع, فقال بعضهم: معناها: بل أنا خير, وقالوا. ذلك خير, لا استفهام. * ذكر من قال ذلك: حدثنا محمد: قال: ثنا أحمد قال: ثنا أسباط, عن السديّ, قوله: ( أَمْ أَنَا خَيْرٌ مِنْ هَذَا الَّذِي هُوَ مَهِينٌ ) قال: بل أنا خير من هذا. وبنحو ذلك كان يقول بعض أهل العلم بكلام العرب من أهل البصرة. وقال بعض نحويي الكوفة, هو من الاستفهام الذي جعل بأم لاتصاله بكلام قبله. قال: وإن شئت رددته على قوله: أَلَيْسَ لِي مُلْكُ مِصْرَ ؟ وإذا وجه الكلام إلى أنه استفهام, وجب أن يكون في الكلام محذوف استغني بذكر ما ذكر مما ترك ذكره, ويكون معنى الكلام حينئذ: أنا خير أيها القوم من هذا الذي هو مهين, أم هو؟. وذُكر عن بعض القرّاء أنه كان يقرأ ذلك " أما أنا خَيْرٌ". حدثنا بذلك عن الفرّاء قال: أخبرني بعض المشيخة أنه بلغه أن بعض القرّاء قرأ كذلك, ولو كانت هذه القراءة قراءة مستفيضة في قَرَأة الأمصار لكانت صحيحة, وكان معناها حسنا, غير أنها خلاف ما عليه قرّاء الأمصار, فلا أستجيز القراءة بها, وعلى هذه القراءة لو صحت لا كلفة له في معناها ولا مؤنة. والصواب من القراءة في ذلك ما عليه قرّاء الأمصار. وأولى التأويلات بالكلام إذ كان ذلك كذلك, تأويل من جعل: أم أنا( خَيْرٌ )؟ من الاستفهام الذي جعل بأم, لاتصاله بما قبله من الكلام, ووجهه إلى أنه بمعنى: أأنا خير من هذا الذي هو مهين؟ أم هو؟ ثم ترك ذكر أم هو, لما في الكلام من الدليل عليه. وعني بقوله: ( مِنْ هَذَا الَّذِي هُوَ مَهِينٌ ) : من هذا الذي هو ضعيف لقلة ماله, وأنه ليس له من الملك والسلطان ماله. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثنا بشر, قال: ثنا يزيد, قال: ثنا سعيد, عن قتادة ( أَمْ أَنَا خَيْرٌ مِنْ هَذَا الَّذِي هُوَ مَهِينٌ ) قال: ضعيف. حدثنا محمد, قال: ثنا أحمد, قال: ثنا أسباط, عن السديّ( مِنْ هَذَا الَّذِي هُوَ مَهِينٌ ) قال: المهين: الضعيف. وقوله: ( وَلا يَكَادُ يُبِينُ ) يقول: ولا يكاد يبين الكلام من عِيّ لسانه. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثنا بشر, قال: ثنا يزيد, قال: ثنا سعيد, عن قتادة ( وَلا يَكَادُ يُبِينُ ) : أي عَييّ اللسان. حدثنا محمد, قال: ثنا أحمد, قال: ثنا أسباط, عن السديّ( وَلا يَكَادُ يُبِينُ ) الكلام.