Tabari
Terug naar surah 42, ayah 51

Tafseer van Het Beraad · Ash-Shura · 42:51

۞ وَمَا كَانَ لِبَشَرٍ أَن يُكَلِّمَهُ ٱللَّهُ إِلَّا وَحْيًا أَوْ مِن وَرَآئِ حِجَابٍ أَوْ يُرْسِلَ رَسُولًۭا فَيُوحِىَ بِإِذْنِهِۦ مَا يَشَآءُ ۚ إِنَّهُۥ عَلِىٌّ حَكِيمٌۭ

Het past de mens niet dat Allah tot hem spreekt, behalve door middel van een openbaring of van achter een scherm of door het zenden van een gezant (Djibrîl), die het dan openbaart met Zijn toestemming, zoals Hij wil. Voorwaar, Hij is Verheven, Alwijs.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de woorden van de Verhevene: وَمَا كَانَ لِبَشَرٍ أَنْ يُكَلِّمَهُ اللَّهُ إِلا وَحْيًا أَوْ مِنْ وَرَاءِ حِجَابٍ أَوْ يُرْسِلَ رَسُولا فَيُوحِيَ بِإِذْنِهِ مَا يَشَاءُ إِنَّهُ عَلِيٌّ حَكِيمٌ (En het komt geen mens toe dat Allah tot hem spreekt, behalve door openbaring (waḥy), of van achter een sluier, of dat Hij een gezant zendt die dan met Zijn toestemming openbaart wat Hij wil. Voorwaar, Hij is Verheven, Alwijs) (42:51).

    De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: en het past geen mens onder de zonen van Ādam dat zijn Heer tot hem spreekt, behalve door een openbaring (waḥy) die Allah hem openbaart op de wijze die Hij wil, of door een ingeving (ilhām), of door iets anders.

    (أَوْ مِنْ وَرَاءِ حِجَابٍ) — Hij zegt: of dat Hij tot hem spreekt op zodanige wijze dat hij Zijn woord hoort maar Hem niet ziet, zoals Hij tot Mūsā, Zijn profeet, sprak — vrede zij met hem.

    (أَوْ يُرْسِلَ رَسُولا) — Hij zegt: of dat Allah van onder Zijn engelen een gezant zendt, hetzij Jibrāʾīl, hetzij een ander.

    (فَيُوحِيَ بِإِذْنِهِ مَا يَشَاءُ) — Hij zegt: en die gezant openbaart dan aan degene tot wie hij gezonden is, met toestemming van zijn Heer, wat Hij wil, dat wil zeggen: wat zijn Heer hem wil openbaren aan gebod en verbod en andere zaken van de boodschap en de openbaring.

    En overeenkomstig hetgeen wij hierover gezegd hebben, hebben de mensen van de uitleg (ahl al-taʾwīl) gesproken.

    Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Muḥammad heeft ons verteld, hij zei: Aḥmad heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī, betreffende Zijn woorden, machtig en verheven is Hij: (وَمَا كَانَ لِبَشَرٍ أَنْ يُكَلِّمَهُ اللَّهُ إِلا وَحْيًا) — Hij openbaart aan hem; (أَوْ مِنْ وَرَاءِ حِجَابٍ) — Mūsā, tot hem sprak Allah van achter een sluier; (أَوْ يُرْسِلَ رَسُولا فَيُوحِيَ بِإِذْنِهِ مَا يَشَاءُ) — hij zei: Jibrāʾīl komt met de openbaring.

    De koranreciteurs verschillen over de lezing van Zijn woorden: (أَوْ يُرْسِلَ رَسُولا) "fa-yūḥiya". De meerderheid van de reciteurs der landstreken las het (فَيُوحِيَ) met de "yāʾ" in de accusatief, aansluitend bij (يُرْسِلَ); en zij plaatsten (يُرْسِلَ) in de accusatief, aansluitend bij de positie van "al-waḥy" en de betekenis daarvan, want de betekenis is: en het komt geen mens toe dat Allah tot hem spreekt, behalve dat Hij hem openbaart, of dat Hij tot hem een gezant zendt die dan met Zijn toestemming openbaart wat Hij wil. Nāfiʿ al-Madanī las het "fa-yūḥī" met loslating van de "yāʾ", in de betekenis van de nominatief, aansluitend bij (يُرْسِلُ), en met (يُرْسِلُ) in de nominatief als nieuwe aanvang (ibtidāʾ).

    Zijn woorden: (إِنَّهُ عَلِيٌّ حَكِيمٌ) — de Verhevene, wiens lof verheven is, zegt, en Hij bedoelt Zichzelf, verheven is Zijn lof: Hij is Bezitter van verhevenheid boven alle dingen, en van hoogheid daarboven, en van macht. "Ḥakīm" (Alwijs) — Hij zegt: Bezitter van wijsheid in Zijn bestiering van Zijn schepselen.

    ------------------------

    Voetnoten:

    (1) Zo staat het in het handschrift; vermoedelijk moet het "ilqāʾ" (toewerpen) of "ilhām" (ingeving) zijn, enzovoort.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَمَا كَانَ لِبَشَرٍ أَنْ يُكَلِّمَهُ اللَّهُ إِلا وَحْيًا أَوْ مِنْ وَرَاءِ حِجَابٍ أَوْ يُرْسِلَ رَسُولا فَيُوحِيَ بِإِذْنِهِ مَا يَشَاءُ إِنَّهُ عَلِيٌّ حَكِيمٌ (51) يقول تعالى ذكره: وما ينبغي لبشر من بني آدم أن يكلمه ربه إلا وحيا يوحي الله إليه كيف شاء, أو إلهاما (1) وإما غيره ( أَوْ مِنْ وَرَاءِ حِجَابٍ ) يقول: أو يكلمه بحيث يسمع كلامه ولا يراه, كما كلم موسى نبيه صَلَّى الله عَلَيْهِ وَسَلَّم ( أَوْ يُرْسِلَ رَسُولا ) يقول: أو يرسل الله من ملائكته رسولا إما جبرائيل, وإما غيره ( فَيُوحِيَ بِإِذْنِهِ مَا يَشَاءُ ) يقول: فيوحي ذلك الرسول إلى المرسل إليه بإذن ربه ما يشاء, يعني: ما يشاء ربه أن يوحيه إليه من أمر ونهي, وغير ذلك من الرسالة والوحي. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثنا محمد, قال: ثنا أحمد, قال: ثنا أسباط, عن السديّ, في قوله عز وجل: ( وَمَا كَانَ لِبَشَرٍ أَنْ يُكَلِّمَهُ اللَّهُ إِلا وَحْيًا ) يوحي إليه ( أَوْ مِنْ وَرَاءِ حِجَابٍ ) موسى كلمه الله من وراء حجاب,( أَوْ يُرْسِلَ رَسُولا فَيُوحِيَ بِإِذْنِهِ مَا يَشَاءُ ) قال: جبرائيل يأتي بالوحي. واختلفت القرّاء في قراءة قوله: ( أَوْ يُرْسِلَ رَسُولا ) فيوحي, فقرأته عامة قرّاء الأمصار ( فَيُوحِيَ ) بنصب الياء عطفا على ( يُرْسِلَ ), ونصبوا( يُرْسِلَ ) عطفا بها على موضع الوحي, ومعناه, لأن معناه وما كان لبشر أن يكلمه الله إلا أن يوحي إليه أو يرسل إليه رسولا فيوحي بإذنه ما يشاء. وقرأ ذلك نافع المدني" فَيُوحِي" بإرسال الياء بمعنى الرفع عطفا به على ( يُرْسِلَ ), وبرفع ( يُرْسِلُ ) على الابتداء. وقوله: ( إِنَّهُ عَلِيٌّ حَكِيمٌ ) يقول تعالى ذكره إنه يعني نفسه جلّ ثناؤه: ذو علو على كل شيء وارتفاع عليه, واقتدار. حكيم: يقول: ذو حكمة في تدبيره خلقه. ------------------------ الهوامش: (1) كذا في الخط ، ولعله إما إلقاء أو إلهاما الخ .