Tabari
Terug naar surah 40, ayah 82

Tafseer van De Vergevende · Ghafir · 40:82

أَفَلَمْ يَسِيرُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ فَيَنظُرُوا۟ كَيْفَ كَانَ عَٰقِبَةُ ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ ۚ كَانُوٓا۟ أَكْثَرَ مِنْهُمْ وَأَشَدَّ قُوَّةًۭ وَءَاثَارًۭا فِى ٱلْأَرْضِ فَمَآ أَغْنَىٰ عَنْهُم مَّا كَانُوا۟ يَكْسِبُونَ

Reizen zij dan niet op aarde en zien zij dan niet wat het einde was van degenen vóór hen? Zij waren met meer dan zij en zij overtroffen hen in macht en in gebouwen op de aarde. Maar wat zij hadden verworven, baatte hun niet.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: أَفَلَمْ يَسِيرُوا فِي الأَرْضِ فَيَنْظُرُوا كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الَّذِينَ مِنْ قَبْلِهِمْ كَانُوا أَكْثَرَ مِنْهُمْ وَأَشَدَّ قُوَّةً وَآثَارًا فِي الأَرْضِ فَمَا أَغْنَى عَنْهُمْ مَا كَانُوا يَكْسِبُونَ (40:82) (Hebben zij dan niet over de aarde gereisd, zodat zij konden zien hoe het einde was van hen die vóór hen waren? Zij waren talrijker dan zij en sterker in kracht en in sporen op aarde, maar wat zij verworven hadden baatte hun niet) (40:82).

    De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: Hebben dan niet over de aarde gereisd, o Muḥammad, dezen die over de tekenen van Allah redetwisten van de polytheïsten onder uw volk, door de landen — want zij zijn lieden van reizen naar Syrië en Jemen, hun karavaanreis in de winter en de zomer — zodat zij in de landen die zij betraden konden kijken naar Onze vergeldingen aan de volkeren die Wij vóór hen getroffen hebben, en konden zien wat Wij over hen hebben doen neerdalen aan Onze straf wegens hun loochening van Onze boodschappers en hun ontkenning van Onze tekenen, hoe het gevolg van hun loochening was? ( كَانُوا أَكْثَرَ مِنْهُمْ ) (zij waren talrijker dan zij). Hij zegt: dezen die vóór hen waren, die de loochenaars van u onder de Quraysh, waren groter in aantal dan dezen en heviger van greep en sterker in kracht en blijvender in sporen op aarde, want zij hieuwen huizen uit de bergen en bouwden vestingen.

    En Mujāhid placht daarover te zeggen wat al-Ḥārith mij verteld heeft, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld, op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid: ( وَآثَارًا فِي الأرْضِ ) (en sporen op aarde): het lopen met hun voeten. ( فَمَا أَغْنَى عَنْهُمْ مَا كَانُوا يَكْسِبُونَ ) (maar wat zij verworven hadden baatte hun niet). Hij zegt: toen Onze straf en Onze macht tot hen kwamen, baatte hun niet wat zij gemaakt hadden aan huizen in de bergen, en dat weerde niets van hen af; integendeel, zij gingen allen ten onder en kwamen om. En er is gezegd: dat de betekenis van Zijn uitspraak ( فَمَا أَغْنَى عَنْهُمْ ) (maar wat baatte hun) is: wat baatte hun? Volgens deze uitleg moet het eerste "mā" in de accusatief-positie staan en het tweede in de nominatief-positie. Hij zegt: dus voor dezen die met u redetwisten van uw volk, o Muḥammad, is in dat geval een waarschuwend voorbeeld, indien zij er lering uit trekken, en een vermaning, indien zij zich laten vermanen; en voorwaar, Onze straf, wanneer zij neerdaalt op de zondige lieden, wordt door geen afweerder afgeweerd en door geen verhinderaar verhinderd, en zij zal hen treffen indien zij zich niet bekeren tot het geloven in u.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : أَفَلَمْ يَسِيرُوا فِي الأَرْضِ فَيَنْظُرُوا كَيْفَ كَانَ عَاقِبَةُ الَّذِينَ مِنْ قَبْلِهِمْ كَانُوا أَكْثَرَ مِنْهُمْ وَأَشَدَّ قُوَّةً وَآثَارًا فِي الأَرْضِ فَمَا أَغْنَى عَنْهُمْ مَا كَانُوا يَكْسِبُونَ (82) يقول تعالى ذكره: أفلم يسر يا محمد هؤلاء المجادلون في آيات الله من مشركي قومك في البلاد, فإنهم أهل سفر إلى الشأم واليمن, رحلتهم في الشتاء والصيف, فينظروا فيما وطئوا من البلاد إلى وقائعنا بمن أوقعنا به من الأمم قبلهم, ويروا ما أحللنا بهم من بأسنا بتكذيبهم رسلنا, وجحودهم آياتنا, كيف كان عقبى تكذيبهم ( كَانُوا أَكْثَرَ مِنْهُمْ ) يقول: كان أولئك الذين من قبل هؤلاء المكذبيك من قريش أكثر عددا من هؤلاء وأشد بطشا, وأقوى قوة, وأبقى في الأرض آثارا, لأنهم كانوا ينحتون من الجبال بيوتا ويتخذون مصانع. وكان مجاهد يقول في ذلك ما حدثني الحارث, قال: ثنا الحسن, قال: ثنا ورقاء, عن ابن أبي نجيح, عن مجاهد ( وَآثَارًا فِي الأرْضِ ) المشي بأرجلهم. ( فَمَا أَغْنَى عَنْهُمْ مَا كَانُوا يَكْسِبُونَ ) يقول: فلما جاءهم بأسنا وسطوتنا, . لم يغن عنهم ما كانوا يعملون من البيوت في الجبال, ولم يدفع عنهم ذلك شيئا. ولكنهم بادوا جميعا فهلكوا. وقد قيل: إن معنى قوله: ( فَمَا أَغْنَى عَنْهُمْ ) فأيّ شيء أغني عنهم; وعلى هذا التأويل يجب أن يكون " ما " الأولى في موضع نصب, والثانية في موضع رفع. يقول: فلهؤلاء المجادليك من قومك يا محمد في أولئك معتبر إن اعتبروا, ومتعظ إن اتعظوا, وإن بأسنا إذا حلّ بالقوم المجرمين لم يدفعه دافع, ولم يمنعه مانع, وهو بهم إن لم ينيبوا إلى تصديقك واقع.