Tafseer van De Vergevende · Ghafir · 40:73
Daarna wordt tot hen gezegd: "WAAr zijn (de afgoden) die jullie toegekend hebben?
En Zijn uitspraak: ( ثُمَّ قِيلَ لَهُمْ أَيْنَ مَا كُنْتُمْ تُشْرِكُونَ مِنْ دُونِ اللَّهِ ) (vervolgens zal tot hen gezegd worden: Waar zijn zij die gij naast Allah als deelgenoten placht te aanbidden?). Hij zegt: vervolgens zal gezegd worden: Waar zijn zij die gij door uw aanbidding van hen naast Allah als deelgenoten placht te nemen, van uw goden en afgodsbeelden, opdat zij u te hulp komen en u redden uit de beproeving en de bestraffing waarin gij verkeert? Want de aanbedene komt te hulp wie hem aanbad en diende. En dit wordt slechts tot hen gezegd bij wijze van bestraffing en verwijt, om wat van hen uitging in deze wereld aan ongeloof in Allah en gehoorzaamheid aan de duivel. Daarop antwoordden de ellendigen en zeiden: zij zijn van ons afgedwaald. Hij zegt: zij hebben zich van ons afgewend en een andere weg dan de onze ingeslagen en ons in deze beproeving achtergelaten; neen, zij zijn niet van ons afgedwaald, maar wij riepen voordien in deze wereld niets aan: dat wil zeggen, wij aanbaden niets.