Tabari
Terug naar surah 40, ayah 53

Tafseer van De Vergevende · Ghafir · 40:53

وَلَقَدْ ءَاتَيْنَا مُوسَى ٱلْهُدَىٰ وَأَوْرَثْنَا بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ ٱلْكِتَٰبَ

En voorzeker, Wij hebben Môesa de Leiding gegeven en Wij hebben de Kinderen van Israël de Schrift doen erven.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: وَلَقَدْ آتَيْنَا مُوسَى الْهُدَى وَأَوْرَثْنَا بَنِي إِسْرَائِيلَ الْكِتَابَ (En voorzeker, Wij gaven Mūsā de leiding, en Wij deden de kinderen van Isrāʾīl het Boek erven) (40:53).

    De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: وَلَقَدْ آتَيْنَا مُوسَى (En voorzeker, Wij gaven Mūsā) de uiteenzetting van de waarheid waarmee Wij hem hebben gezonden, zoals Wij die aan Muḥammad hebben gegeven; maar Firʿawn en zijn volk loochenden die, zoals de Quraysh Muḥammad loochenden. وَأَوْرَثْنَا بَنِي إِسْرَائِيلَ الْكِتَابَ (en Wij deden de kinderen van Isrāʾīl het Boek erven) betekent: en Wij deden de kinderen van Isrāʾīl de Tawrāt erven, en Wij onderwezen hun die.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَلَقَدْ آتَيْنَا مُوسَى الْهُدَى وَأَوْرَثْنَا بَنِي إِسْرَائِيلَ الْكِتَابَ (53) يقول تعالى ذكره ( وَلَقَدْ آتَيْنَا مُوسَى ) البيان للحقّ الذي بعثناه به كما آتينا ذلك محمدا فكذّب به فرعون وقومه, كما كذّبت قريش محمدا( وَأَوْرَثْنَا بَنِي إِسْرَائِيلَ الْكِتَابَ ) يقول: وأورثنا بني إسرائيل التوراة, فعلَّمناهموها.