Tabari
Terug naar surah 40, ayah 4

Tafseer van De Vergevende · Ghafir · 40:4

مَا يُجَٰدِلُ فِىٓ ءَايَٰتِ ٱللَّهِ إِلَّا ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ فَلَا يَغْرُرْكَ تَقَلُّبُهُمْ فِى ٱلْبِلَٰدِ

Niemand redetwist over de Verzen van Allah behalve degenen die ongelovig zijn. Laat daarom hun rondtrekken in het land jou niet bedriegen.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: مَا يُجَادِلُ فِي آيَاتِ اللَّهِ إِلا الَّذِينَ كَفَرُوا فَلا يَغْرُرْكَ تَقَلُّبُهُمْ فِي الْبِلادِ ("Niemand redetwist over de tekenen van Allah behalve zij die ongelovig zijn; laat hun heen en weer trekken in de landen je dus niet misleiden") (40:4).

    De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: niemand twist over de bewijzen van Allah en Zijn aanwijzingen voor Zijn eenheid door ze te ontkennen, behalve degenen die Zijn eenheid ontkenden.

    En Zijn uitspraak: ( فَلا يَغْرُرْكَ تَقَلُّبُهُمْ فِي الْبِلادِ ) ("laat hun heen en weer trekken in de landen je dus niet misleiden"). Hij, verheven is Zijn lof, zegt: laat hun rondtrekken in de landen, en hun voortbestaan en verblijf daarin, terwijl zij ongelovig zijn aan hun Heer, jou niet bedriegen, o Muḥammad, zodat je zou denken dat zij slechts uitstel hebben gekregen en heen en weer trekken, zich vrijelijk bewegend in de landen ondanks hun ongeloof aan Allah, en dat hun straf en bestraffing voor hun ongeloof niet bespoedigd werd omdat zij op iets van de waarheid zouden zijn — want Wij hebben hun daarom geen uitstel verleend, maar opdat het boek zijn termijn zou bereiken en opdat het woord van de bestraffing, de bestraffing van jouw Heer, zich tegen hen zou bewaarheiden.

    Zoals Bishr ons verteld heeft, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: ( فَلا يَغْرُرْكَ تَقَلُّبُهُمْ فِي الْبِلادِ ) ("laat hun heen en weer trekken in de landen je niet misleiden"): hun reizen daarin, hun komen en gaan.

    Vervolgens verhaalde Hij aan de Gezant van Allah ﷺ de geschiedenissen van de volkeren die hun gezanten loochenden, en deelde hem mede dat zij in hun redetwisten met hun gezanten net zo waren als degenen waar zijn eigen volk, naar wie hij gezonden was, zich tegenover hem gedroegen, en dat Hij hun Zijn bestraffing deed neerdalen toen zij hun termijn bereikten, nadat Zijn gezanten hen hadden gewaarschuwd en hen voor Zijn macht hadden gewaarschuwd — wat in Zijn boek vermeld is — als bekendmaking daarvan van Hem aan Zijn profeet, dat Zijn vaste handelwijze met zijn volk, dat dezelfde weg als die anderen bewandelde in het loochenen van hem en het redetwisten, Zijn handelwijze is van het neerdoen dalen van Zijn bestraffing over hen en Zijn vergeldende greep tegen hen. Zo zei de Verhevene, wiens lof verheven is: vóór jouw volk dat de boodschap waarmee jij naar hen gezonden bent als gezant loochent en met valsheid met jou redetwist, loochenden reeds het volk van Nūḥ en de bondgenoten na hen — dat zijn de volkeren die zich verbonden en verzamelden tegen hun gezanten om die te loochenen, zoals ʿĀd en Thamūd, het volk van Lūṭ, de bewoners van Madyan en dergelijken.

    En in de geest van wat wij hierover gezegd hebben, hebben de uitleggers gesproken.

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : مَا يُجَادِلُ فِي آيَاتِ اللَّهِ إِلا الَّذِينَ كَفَرُوا فَلا يَغْرُرْكَ تَقَلُّبُهُمْ فِي الْبِلادِ (4) يقول تعالى ذكره: ما يخاصم في حجج الله وأدلته على وحدانيته بالإنكار لها, إلا الذين جحدوا توحيده. وقوله: ( فَلا يَغْرُرْكَ تَقَلُّبُهُمْ فِي الْبِلادِ ) يقول جلّ ثناؤه: فلا يخدعك يا محمد تصرفهم في البلاد وبقاؤهم ومكثهم فيها, مع كفرهم بربهم, فتحسب أنهم إنما أمهلوا وتقلبوا, فتصرّفوا في البلاد مع كفرهم بالله, ولم يعاجلوا بالنقمة والعذاب على كفرهم لأنهم على شيء من الحق فإنا لم نمهلهم لذلك, ولكن ليبلغ الكتاب أجله, ولتحقّ عليهم كلمة العذاب, عذاب ربك. كما حدثنا بشر, قال: ثنا يزيد, قال: ثنا سعيد, عن قتادة ( فَلا يَغْرُرْكَ تَقَلُّبُهُمْ فِي الْبِلادِ ) أسفارهم فيها, ومجيئهم وذهابهم. ثم قصّ على رسول الله صَلَّى الله عَلَيْهِ وَسَلَّم قصص الأمم المكذّبة رسلها, وأخبره أنهم كانوا من جدالهم لرسله على مثل الذي عليه قومه الذين أرسل إليهم, وإنه أحلّ بهم من نقمته عند بلوغهم أمدهم بعد إعذار رسله إليهم, وإنذارهم بأسه ما قد ذكر في كتابه إعلاما منه بذلك نبيه, أن سنته في قومه الذين سلكوا سبيل أولئك في تكذيبه وجداله سنته من إحلال نقمته بهم, وسطوته بهم, فقال تعالى ذكره: كذبت قبل قومك المكذبين لرسالتك إليهم رسولا المجادليك بالباطل قوم نوح والأحزاب من بعدهم, وهم الأمم الذين تحزبوا وتجمعوا على رسلهم بالتكذيب لها, كعاد وثمود, وقوم لوط, وأصحاب مَدْيَن وأشباههم. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: