Tabari
Terug naar surah 40, ayah 17

Tafseer van De Vergevende · Ghafir · 40:17

ٱلْيَوْمَ تُجْزَىٰ كُلُّ نَفْسٍۭ بِمَا كَسَبَتْ ۚ لَا ظُلْمَ ٱلْيَوْمَ ۚ إِنَّ ٱللَّهَ سَرِيعُ ٱلْحِسَابِ

Op die Dag zal iedere ziel vergolden worden voor wat zij heeft verricht. Op die Dag is er geen onrecht. Voorwaar, Allah is snel in de afrekening.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Uitleg van de uitspraak van de Verhevene: al-Yawma tujzā kullu nafsin bimā kasabat lā ẓulma al-Yawma inna Allāha sarīʿu al-ḥisāb (40:17) — "Vandaag zal iedere ziel vergolden worden naar wat zij verworven heeft; geen onrecht zal er vandaag zijn; voorwaar, Allah is snel in het afrekenen."

    De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt — verhalend over wat Hij zal spreken op de Dag der Opstanding wanneer Hij Zijn schepselen uit hun graven opwekt voor de standplaats van de afrekening: ( al-Yawma tujzā kullu nafsin bimā kasabat ). Hij zegt: vandaag wordt iedere handelende vergolden naar zijn daad, zodat het loon van zijn daad hem volledig wordt uitbetaald. Wie het goede deed wordt met het goede vergolden, en wie het kwade deed wordt met de vergelding daarvan vergolden.

    En Zijn woord: ( lā ẓulma al-Yawma ). Hij zegt: er is voor niemand enige vermindering ten aanzien van wat hem toekomt aan loon voor zijn daad in deze wereld (dunyā), zodat daarvan iets afgenomen zou worden indien hij een weldoener was; noch wordt op een kwaaddoener de zonde geladen van een misstap die hij niet begaan heeft, zodat hij daarvoor gestraft zou worden. ( inna Allāha sarīʿu al-ḥisāb ). Hij zegt: voorwaar, Allah bezit op die dag snelheid in het afrekenen met Zijn dienaren over de daden die zij in deze wereld verricht hebben. Er is overgeleverd dat die dag nog niet zijn helft bereikt, of de bewoners van het paradijs (janna) houden reeds hun middagrust in het paradijs en de bewoners van het Vuur (al-nār) in het Vuur, terwijl Hij hun afrekening reeds heeft voltooid en het oordeel tussen hen heeft geveld.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : الْيَوْمَ تُجْزَى كُلُّ نَفْسٍ بِمَا كَسَبَتْ لا ظُلْمَ الْيَوْمَ إِنَّ اللَّهَ سَرِيعُ الْحِسَابِ (17) يقول تعالى ذكره مخبرا عن قيله يوم القيامة حين يبعث خلقه من قبورهم لموقف الحساب: ( الْيَوْمَ تُجْزَى كُلُّ نَفْسٍ بِمَا كَسَبَتْ ) يقول: اليوم يثاب كلّ عامل بعمله, فيوفى أجر عمله, فعامل الخير يجزى الخير, وعامل الشر يجزى جزاءه. وقوله: ( لا ظُلْمَ الْيَوْمَ ) يقول: لا بخس على أحد فيما استوجبه من أجر عمله في الدنيا, فينقص منه إن كان محسنا, ولا حُمِل على مسيء إثم ذنب لم يعمله فيعاقب عليه ( إِنَّ اللَّهَ سَرِيعُ الْحِسَابِ ) يقول: إن الله ذو سرعة في محاسبة عباده يومئذ على أعمالهم التي عملوها في الدنيا; ذُكر أن ذلك اليوم لا يَنْتَصِف حتى يقيل أهل الجنة في الجنة , وأهل النار في النار, وقد فرغ من حسابهم, والقضاء بينهم.